Reportage

Het virus, het leed, en het mooie voetbal van Atalanta Bergamo

Atalanta Bergamo De Noord-Italiaanse stad Bergamo werd zwaar getroffen door het coronavirus. Hoe mooi het sportieve succes van voetbalclub Atalanta Bergamo ook is, dit seizoen, het verdriet blijft.

Supporters van Atalanta juichen als de spelersbus arriveert bij het stadion voor de wedstrijd tegen Sassuolo, eind juni.
Supporters van Atalanta juichen als de spelersbus arriveert bij het stadion voor de wedstrijd tegen Sassuolo, eind juni. Foto Miguel Medina/AFP

Sinds 1951 is het geen enkele club in de Serie A gelukt, ook de grote namen als Juventus, Inter en Milan niet: meer dan honderd doelpunten scoren in één competitiejaar. Maar met (stand van vrijdagavond 21 uur) 95 doelpunten vóór en nog drie competitiewedstrijden te gaan, is die mijlpaal onder handbereik voor Atalanta. De ploeg heeft zich, ondanks een seizoen vol drama, ontwikkeld tot dé smaakmaker van het Italiaanse voetbal.

De vecchia signora (oude dame) Juventus uit Turijn mag dan afstevenen op haar het negende scudetto op rij, het is la Dea (de jonge godin die met wapperende haren wegrent van haar mannelijke belagers) die de harten van veel neutrale voetballiefhebbers sneller doet kloppen. ‘La Dea’ is de bijnaam van Atalanta, uit provinciestad Bergamo. De ploeg speelt compact, fris en aanvallend. Atalanta, nu nummer twee op de ranglijst, heeft 22 keer meer gescoord dan Juventus.

Alle drie de spitsen hebben meer dan vijftien doelpunten op hun naam. Daarnaast hebben middenvelder Pasalic en de steeds opkomende linksback Gosens (die behalve een Duits ook een Nederlands paspoort heeft) ieder negen keer gescoord, evenveel als de gevreesde spits van Napoli, Dries Mertens. Het spel van Atalanta, of van middenmoters met een vergelijkbare spelopvatting als Hellas Verona of Sassuolo, weerspreekt het oude idee dat Italiaanse clubs allereerst verdedigen.

En dan zit Atalanta ook nog bij de laatste acht in de Champions League. Op 12 augustus speelt de club in Lissabon één kwartfinale, tegen Paris Saint-Germain. In Parijs zijn ze gewaarschuwd. „Atalanta is een spectaculair team”, zei PSG-coach Thomas Tuchel tegen UEFA.com. „Ze zetten veel druk en maken veel doelpunten.”

Daarom heerst er deze maanden een vreemd soort spanning in Bergamo. De Noord-Italiaanse stad en zijn directe omgeving zijn zwaar getroffen door het Coronavirus. Verhoudingsgewijs zijn nergens zo veel doden gevallen als in de provincie Bergamo: meer dan zevenduizend, op ruim één miljoen inwoners. Maar de stad is ook intens verbonden met het lot van zijn club. Iedere nieuwgeborene krijgt een clubshirtje aangeboden, blauwzwart gestreept.

Niet wegpoetsen

„Natuurlijk zijn we blij dat Atalanta het zo goed doet”, zegt Roberto Belingheri, adjunct-hoofdredacteur van de krant l’Eco di Bergamo. „Maar als mensen van buiten roepen dat dit succes Bergamo helpt om het verdriet van de afgelopen maanden te vergeten, is dat valse retoriek. Voetbal kan de enorme tragedie die we hebben meegemaakt, niet wegpoetsen. Dat zou ook respectloos zijn voor al degenen die familieleden en vrienden hebben verloren. Een doelpunt van Atalanta is belangrijk. Maar dat er gisteren geen nieuwe dode is bijgekomen, is belangrijker.”

Een fan met het logo van Atalanta Bergamo op zijn arm, in juni.

Foto Miguel Medina

Zonder dat iemand het op dat moment in de gaten had, droeg het succes van Atalanta tragisch genoeg ook bij aan de verspreiding van het coronavirus in de provincie Bergamo. Op 19 februari, terwijl Italië (en Europa) nog dacht dat Covid-19 vooral een probleem van China was, troffen veertigduizend Atalantafans elkaar in het San Siro stadion in Milaan, dat groter is dan het eigen stadion, voor de eerste Champions League-wedstrijd tegen Valencia. De 4-1 zege van de Italianen veroorzaakte een groot feest.

Pas twee dagen later werd, zeventig kilometer ten zuiden van Bergamo, de eerste coronabesmetting van een Italiaan gemeld en meteen groot alarm geslagen. Inmiddels is duidelijk geworden dat het virus op die 19de februari al weken rondging in het noorden van Italië, en dat die wedstrijd met zo veel zingende, zwetende en dicht op elkaar gepakte fans heeft bijgedragen aan de verspreiding van Covid-19 in de provincie Bergamo. Of dit de hoofdoorzaak is dat Bergamo zo zwaar is getroffen, is onduidelijk. Epidemiologen wijzen erop dat ook veel mensen besmet zijn op eerstehulpposten in de provincie.

Lees ook: De sirenes waren het ergst, zegt men in Bergamo

Het virus speelde ook een rol bij de returnwedstrijd in Valencia, die in een leeg stadion werd gespeeld. De trainer van Atalanta, Gian Piero Gasperini, vertelde begin juni dat hij zich de dag vóór die return, op 10 maart, niet goed voelde. Hij was toch op de bank gaan zitten omdat hij geen koorts had. Bij een test in mei bleek uit de aanwezigheid van antistoffen in zijn bloed dat hij corona moet hebben gehad.

Valencia, waar een week na die return (3-4 voor Atalanta) een derde van het team positief is getest, liet in een reactie op die verklaring weten „verbaasd” te zijn dat Gasperini niet meer voorzorgsmaatregelen had getroffen. Maar de Italianen verwerpen suggesties dat Atalanta het virus naar Valencia heeft gebracht. Ook in Spanje was toen al alarm geslagen, en desondanks stonden er buiten bij het stadion van Valencia honderden supporters zonder masker, zegt Belingheri.

Van de spelers van Atalanta is overigens alleen doelman Sportiello positief getest.

Geen eendagsvlieg

Het succes van nu (en de vierde plaats vorig seizoen) is het resultaat is van een al jaren geleden uitgezette strategie. „Dit komt niet uit de lucht vallen”, zegt Belingheri in een telefoongesprek. Daarom verwacht hij ook niet dat Atalanta een eendagsvlieg is.

Twee mannen staan aan de wieg van het huidige Atalanta. Vijftien jaar geleden was het nog in alle opzichten een provincieclub. Een middenmoter in de Serie A die af en toe een jaartje terug moest naar de Serie B. Maar onder clubvoorzitter Antonio Percassi en trainer Gian Piero Gasperini is dat volledig veranderd. Zij hebben, ieder op hun manier, een voorbeeld gesteld voor andere clubs. „Zij hebben allebei eigenzinnig en groots durven denken en daarnaar gehandeld”, zegt Belingheri.

Il Baretto, de plek waar supporters van Atalanta Bergamo hun club eren met tal van voorwerpen, van petjes en posters tot mokken en mondkapjes. Foto Miguel Medina/AFP

Percassi, geboren in de provincie Bergamo, speelde in de jaren zeventig zeven jaar in het blauwzwarte shirt van Atalanta, als verdediger. Daarna ontwikkelde hij zich tot een van de succesvolste ondernemers van Italië: onroerend goed, mode, cosmetica, voedsel – en ook met het voetbal deed hij goede zaken. De manier van tellen verschilt, maar op elk lijstje staat hij bij de veertig rijkste mensen van het land.

„Percassi heeft de filosofie van de club veranderd”, vertelt Belingheri. Atalanta was beroemd om zijn jeugdopleiding. Jongens van tien, elf jaar werden naar Bergamo gehaald en bij de club verder opgeleid.

Onder Percassi heeft de club die leeftijd wat verhoogd. Nu scout de club jonge spelers die al een paar jaar ouder zijn, rond de vijftien jaar. „Je hebt dan een beter beeld van een speler”, zegt Belingheri. En het is efficiënter. „Eerst hield je van de honderd jongens er misschien acht over met echt potentieel topniveau, nu zijn dat acht van de tien tieners.”

Daarnaast zoekt Atalanta in buitenlandse competities naar spelers rond de twintig met potentieel. Recente voorbeelden zijn de Nederlandse internationals Hans Hateboer en Marten de Roon. Beiden zijn voor relatief weinig geld aangekocht en hebben hun marktwaarde fors zien stijgen door de groei die ze hebben doorgemaakt bij Atalanta. Of neem Robin Gosens, in zijn drie jaar bij Atalanta uitgegroeid tot volgens velen de beste linksback in de Serie A.

Kessié (nu Milan), Gagliardini (Inter) en Conti (Milan) kwamen alle drie via Atalanta bij rijkere clubs, en Juventus wil nu, zo schrijft de Corriere dello Sport, voor 30 miljoen de Colombiaanse spits Duvan Zapata kopen. Mede door dit aan- en verkoopbeleid kon Atalanta de vorige twee seizoenen met ongeveer 25 miljoen euro winst afsluiten.

Eigen stadion

Onder Percassi zette de club ook een stap die veel concurrenten graag zouden willen maken: ‘hun’ stadion overkopen van de gemeente om het te moderniseren en er een nieuwe bron van inkomsten van te maken. Engels, Duitse en Spaanse clubs deden dit al veel eerder, maar in Italië moeten veel topclubs deze stap nog zetten. Percassi kocht het stadion in 2017 voor 8,6 miljoen euro, met het plan om daar nog voor miljoenen verder in te investeren.

Financieel zijn de zaken op orde. Belingheri denkt dat de begroting stevig genoeg is om te voorkomen dat een perfect lopend team helemaal wordt opgebroken, zoals vorig jaar met Ajax is gebeurd.

De andere pilaar onder het succes is trainer Gian Piero Gasperini, in de wandeling ‘Gasp’ genoemd. Nu een carrière met meer downs dan ups kwam hij in 2016 bij Atalanta. Zijn kenmerken: een enorme aandacht voor details, nadruk op teamgeest, en keihard trainen. De Deense inspanningscoach Jens Bangsbo helpt hem om de spelers hun fysieke grenzen te laten verleggen – Atalanta heeft al vaak laten zien dat het aan het einde van de wedstrijd fitter is dan zijn tegenstander.

Het devies van Gasperini is: aanvallen. „Verdedigen maakt je onoverwinnelijk, maar als je wilt winnen moet je aanvallen”, zo praat hij de Chinese wijsgeer Sun Tzu na. Met die filosofie speelde Atalanta twee weken terug Juventus uit de wedstrijd – al ging Juve na een wat dubieuze strafschop in de laatste minuut toch nog met een punt naar huis. En als Gasperini met Italiaanse journalisten vooruitkijkt naar de wedstrijd tegen PSG, zegt hij: „Je moet je eigen aard niet veranderen. Deze wedstrijden eindigen nooit in 0-0, dus als je resultaat wilt, moet je een doelpunt maken.”

Een van Gasperini’s bewonderaars is Ivan Juric, de coach van Hellas Verona. Hij maakte als speler Gasp mee toen die Genoa trainde, en was daarna ook diens assistent. „Gasperini is jarenlang onderschat” na een dramatische periode bij Inter in 2011, zei Juric tegen Sky Sport Italia. Maar nu is hij volgens Juric een van de beste trainers van Europa. „Voor mij zitten Jürgen Klopp en Pep Guardiola er misschien nog voor, maar dan komt Gasperini. Hij had de moed om een helemaal nieuwe en aanvallende manier van spelen voor te stellen.”

Daardoor staat de jonge godin nu op de tweede plaats in de Serie A.