Reportage

FC Amsterdam: vechten voor kansen in de schaduw van de Arena

Voetbal Geen club in de hoofdstad telt zoveel leden wier lidmaatschap door de gemeente wordt gesubsidieerd als FC Amsterdam in Zuidoost. „Het is een kwestie van zaadjes planten.”

Een voetballertje van LA Soccer Agency tijdens een training. Op de achtergrond de Arena.
Een voetballertje van LA Soccer Agency tijdens een training. Op de achtergrond de Arena. Foto Olaf Kraak

Metershoog staken de vlammen uit het dak. Opgelaaid na kortsluiting in een oude vrieskist verslonden ze alles van wat eens de kantine van FC Amsterdam was, een amateurvoetbalclub met circa 250 gekleurde leden, pal naast de Johan Cruijff Arena en de Bijlmermeer.

Het was een ramp, die nacht in 2014. De brand was zo heftig dat voor voortbestaan werd gevreesd. Zonder kantine is een club ontheemd, beroofd van haar inkomstenbron. Maar de leden liepen niet weg. Ze vochten voor hun club en weigerden hun mooie stek op te geven tussen de Ziggo Dome, de studio’s van Endemol en de Arena. Het Ajax-stadion staat zo dichtbij dat het lijkt alsof een ruimteschip om de hoek is geland. Een baken van hoop voor wie durft te dromen van een overstap naar buurman Ajax.

En dromen doen ze hier. In de jaren na de brand groeide FC Amsterdam uit tot een club met 600 leden, die tegenwoordig ook een voetbalschool, talentenacademie en een zaakwaarnemerskantoor – LA Soccer Agency – huisvest, bedoeld als springplank naar het profvoetbal voor onontdekt talent uit de buurt. „De parels van de amateurvelden”, zoals Leslie Okyere ze noemt.

Okyere (29) is de man achter LA Soccer Agency. „Zeven jaar zijn we nu bezig. We proberen jongens vooral te helpen. Niet om geld te verdienen, maar omdat we zien dat veel talent uit deze buurt het uiteindelijk niet redt bij profclubs. Zo’n veertig spelers hebben we naar profclubs gebracht. Velen tekenden een contract of debuteerden in het eerste elftal, maar een hoop van hen zit inmiddels zonder club, of is in de criminaliteit geëindigd. Doodzonde.”

Naast hem zitten zijn broer en penningmeester Jeffrey Okyere (36) en jeugdtrainer Johan Castillo (32). Samen vertellen ze over de scouts die zich hier wekelijks rond het kunstgras verdringen, over de noodzakelijke ledenstop omdat ze met 600 aan hun maximum zitten. Maar ook over het ‘gevecht’ in Zuidoost. Want hier, in het armste deel van Amsterdam, komt het fortuin niemand aanwaaien. Ze groeiden hier zelf ook op, ze hebben Ghanees-Nederlandse wortels.

„In Zuidoost strijden we tegen ongelijkheid”, zegt Jeffrey. „Iedereen wordt op een oneerlijke weegschaal gewogen. Een kind dat naar de havo zou kunnen, wordt soms toch naar de mavo door verwezen. Want ja, hij komt uit een eenoudergezin, krijgt waarschijnlijk niet de benodigde begeleiding. Dus met mavo ontlasten we hem en zijn familie. Maar daarmee bepaal je wel iemands positie op de maatschappelijke ladder.”

Voetballers van LA Soccer Agency tijdens een training op de velden naast de Arena. Foto Olaf Kraak

Leslie: „We moeten ons wapenen tegen vooroordelen. Daar hebben we bijna dagelijks mee te maken. Als je met iets moois bezig bent en je krijgt beledigende vragen, vraag je je soms af waarvoor je het doet. Maar we doen het voor de kids.”

Op achterstand geboren

Bevolkingsanalyses van Amsterdam-Zuidoost stemmen treurig. Wie hier ter wereld komt met een donkere huid, begint op achterstand: meer kans op armoede, meer kans om in een eenoudergezin op te groeien, meer kans op een onderwijsachterstand, op psychische problemen, op overgewicht.

Hoewel het percentage afneemt, telt Zuidoost procentueel veruit de meeste eenoudergezinnen van Amsterdam. Ruim 40 procent van de ouders is laagopgeleid, het dubbele van elders in de stad. Twee keer zoveel kinderen komen in aanmerking voor voorschoolse educatie. 38 procent groeit op in armoede, vier keer zoveel als het landelijk gemiddelde.

Bij FC Amsterdam zien ze die problemen ook. Jongeren die afglijden. Moeders die er alleen voor staan. Achtjarigen die dertig minuten naar de club lopen bij gebrek aan een fiets. Geen andere club in de stad telt zoveel leden wier lidmaatschap door de gemeente wordt gesubsidieerd.

Lees ook: Elke keer met buikpijn naar de training. Ineens is hij er klaar mee

Leslie: „Sommige kinderen komen hier om acht uur ’s ochtends en vertrekken pas als we dichtgaan. Dan weet je wel hoe het zit. Wij willen uitstralen dat ze hier veilig zijn. Aan straffen doen we niet.”

Jeffrey: „Onderschat niet hoe kwetsbaar jongeren in deze wijken zijn. Mama heeft avonddienst, de broertjes slapen, en de oudste gaat naar buiten. Criminaliteit is dichtbij.”

Leslie: „Hier proberen we ze op het rechte pad te houden. Ervoor te zorgen dat ze niet afglijden. Als ze hier twaalf tot vijftien uur per week zijn, hebben ze al veel minder tijd om rotzooi te trappen.”

Johan: „Niveau hoeven ze niet te hebben. Sommigen vinden het al leuk om met hun teamgenoten in de kleedkamer te zitten. Voetbal is een uitlaatklep.”

Zeldzame kansen

Tegen deze achtergrond begon Leslie Okyere op een dag zijn eigen Soccer Agency. Hij was begin twintig en jeugdtrainer bij FC Amsterdam toen een van zijn pupillen door FC Utrecht werd gescout. Een eer, maar ook een probleem: de ouders hadden geen auto. Dus reed Leslie de jongen naar Utrecht. Testwedstrijden zijn zeldzame kansen in het leven – die laat je niet liggen.

Van de ene rit kwam de andere en voor hij het wist regelde hij ook dat de speler in Utrecht naar school kon. Basale zaken, die voor sommige ouders niettemin een probleem kunnen zijn, omdat ze bijvoorbeeld het Nederlands niet machtig zijn.

Op zulke spelers richt Leslie zich nu met zijn LA Soccer Agency. Samen met jeugdtrainer Johan Castillo en andere compagnons speurt hij naar amateurspelers met profpotentie, in de hoop dat zij zelf de begeleiding kunnen bieden op weg naar de laatste hordes richting het stadion.

Training van LA Soccer Agency . Foto Olaf Kraak

Ze kennen verhalen genoeg van spelers uit de Bijlmermeer die een profcarrière misliepen omdat ze mentaal tekortschoten. Veel geld kan zaligmakend zijn, maar ook afleiden van het einddoel. Juist omdat spelers er nooit veel van hebben gehad. Als vrienden en familie hen op een voetstuk zetten, wie houdt hun dan nog een spiegel voor?

Leslie: „Er spelen op dit moment bijvoorbeeld tachtig jongetjes uit Zuidoost bij Ajax en andere profclubs. Veel hebben Ghanese, Surinaamse of Antilliaanse wortels. Toch zie je die jongens zelden terug in de eredivisie. Ze gaan te vroeg zweven. Zijn vatbaar voor mooie woorden en beloftes en denken dat ze er al zijn als ze hun eerste contract tekenen. Ze gaan pochen met hun geld. Kopen designkleding. Sommigen proberen we nu een tweede kans te geven. Door bijvoorbeeld maandelijkse ‘etalagewedstrijden’ te spelen tegen profclubs, kunnen zij zich opnieuw bewijzen.”

Leslie ziet zijn kantoor ook als een maatschappelijk hobbyproject, naast zijn baan als project-administrateur bij het VUMC. „Het heeft veel vrije dagen van werk gekost. We hebben thuis ruzie gemaakt, maar we willen dit nog steeds. We zijn zelf Ghanezen. We weten hoeveel talenten de verkeerde keuzes hebben gemaakt door de verkeerde begeleiding. Natuurlijk hopen we ooit grote deals te sluiten, wie niet, maar we doen het ook uit idealisme.”

Johan: „Het is een kwestie van zaadjes planten.”

De juiste sokken

Bij de juiste sturing hoort ook cultuurverandering, vinden ze bij FC Amsterdam en de voetbalschool van de Soccer Agency. Deze zondagochtend is Leslie onverbiddelijk als er wéér een jongetje met rode kousen het kunstgras betreedt. In de groepsapp van zijn voetbalschool had hij nog benadrukt dat ieder kind witte kousen moest dragen. „Ga maar andere sokken regelen”, zegt hij. De vader mort, maar rijdt toch naar huis voor een ander paar. Leslie: „Van zwarte mensen wordt gezegd dat we makkelijk zijn. Dat dit bij de cultuur hoort. Maar er zijn grenzen. Soms moet je streng zijn. We willen kinderen ook normen en waarden meegeven.”

De voetbalschool van LA Soccer Agency . Foto Olaf Kraak

„Ik denk dat veel van deze jongens opgroeien zonder vader”, zegt Marvin Breeveld, een bootcamptrainer wiens zoon bij FC Amsterdam speelt, wijzend naar de tientallen kinderen op het veld. „Vaders nemen hun opvoedtaken niet serieus. Gaan ervandoor. Soms ook omdat hun vrouwen ze niet meer in huis willen.”

Kinderen met Surinaamse of Antilliaanse roots groeien drie keer zo vaak op in een eenoudergezin, blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Breeveld: „Ik ben nu vijftien jaar samen met mijn vrouw en krijg daarvoor regelmatig complimenten. Terwijl ik denk: het is toch niet zo moeilijk om je te gedragen en samen je kind op te voeden?”

Leslie kan alle hindernissen inmiddels wel dromen. Hoe dichtbij de Arena ook is, juist voor spelertjes in Zuidoost kan de weg ernaartoe heel lang zijn.