Eenzaamheid vond hij de ergste ziekte

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden.

Jan Bouma (1923-2020) zette zich tot na zijn negentigste in voor ouderen.

Jan Bouma in zijn tuin in Mijnsheerenland in de Hoeksche Waard in 2017 en (links) in 1960.
Jan Bouma in zijn tuin in Mijnsheerenland in de Hoeksche Waard in 2017 en (links) in 1960. Foto’s Peter de Krom en privécollectie

‘Ik voel dreiging in mijn hoofd, alsof daar iemand huist die me wil bespringen”, zei Jan Bouma vorig jaar in een interview. Hij was 95 en dementerend. Daar was hij zich scherp van bewust; hij had zich als oprichter en ambassadeur van het Odensehuis Hoeksche Waard, een inloophuis voor mensen met dementie, jarenlang in de aandoening verdiept. In lezingen gaf hij altijd het voorbeeld van de kam, vertelde hij. „Als je een kam terugvindt die je kwijt was en je weet nog wat je ermee kunt doen, is er niets aan de hand. Anders is het wanneer je de kam terugvindt en je weet niet meer wat je ermee moet. Dat is nu bij mij zo. Ik vergeet dingen en ik denk soms dat ik gek ben.” Toch stemde het hem ondanks alles ‘tevreden’ dat hij nu zelf ondervond hoe het was om dementie te hebben.

Jan Bouma in 1960. Foto Peter de Krom

Jan Bouma werd in 1923 geboren in het Friese Holwerd. Zijn vader, die als spoorwegarbeider werkte, werd later overgeplaatst naar Zoetermeer. Jan was twaalf en zat op de hbs in Delft toen hij op een ochtend uit de klas gehaald werd: zijn vader was verongelukt op het spoor. Bij het rangeren was hij tussen twee treinen terechtgekomen. Bouma vermoedde dat het wellicht zelfdoding was geweest. Bij een eerder bedrijfsongeval had zijn vader hersenletsel opgelopen en hij dreigde te worden afgekeurd. Dat betekende in die crisisjaren dat het gezin tot armoede zou vervallen, en dat Jan van de hbs af zou moeten. Nu kregen zijn vrouw en zoon een uitkering van de Spoorwegen. De gebeurtenis heeft altijd doorgewerkt, meent zijn vriend Jan Robbemond. „Het laatste wat zijn vader tegen hem gezegd had die ochtend was: ‘Zul je je best blijven doen op school?’ Hij voelde zich door diens offer verplicht om iets van zijn leven te maken.”

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vertrok Jan naar Friesland om aan de Arbeitseinsatz te ontkomen. Bij een bakkersfamilie in Foudgum kon hij onderduiken. Na de oorlog ging hij als leerling-journalist werken bij dagblad Het Vrije Volk. Eerst in Leeuwarden, daarna in Amsterdam, Arnhem en ten slotte in Rotterdam, waar hij al snel redactiechef werd. Hij was getrouwd met Geeltje de Groot, net als hij geboren in Holwerd. Ze kregen twee dochters en een zoon. Tegenover hen was hij al net zo veeleisend als tegenover zichzelf, vertelt zijn oudste dochter Afke Groen-Bouma. „Hij was lief, genereus, een echte familieman, maar ook streng en dominant. In discussies wilde hij altijd gelijk hebben.”

Als voorzitter van woningbouwvereniging Onze Woongemeenschap in de Rotterdamse wijk Pendrecht, een functie die hij vervulde naast zijn werk bij de krant, kon Bouma zijn dadendrang en sociaal-democratische idealen kwijt. Hij zorgde ervoor dat de huizen waar nog kolen werden gestookt overgingen op centrale verwarming en nam het initiatief tot de bouw van een verzorgingshuis. In 1971 werd Valckensteyn geopend, een voor die tijd hypermoderne, veertien verdiepingen tellende ‘bejaardenflat’, waarvoor tienmaal zoveel gegadigden waren als er gehuisvest konden worden. Toen de beoogd directeur het liet afweten, besloot Bouma om Het Vrije Volk vaarwel te zeggen en zelf directeur te worden. Eerzucht speelde ook mee, zegt Jan de Jong, dertig jaar zijn achterbuurman en goed bevriend met Bouma. „Hij zag zichzelf nog steeds als die arbeidersjongen. Dit was een promotie.”

Geprepareerde maaltijden kwamen er bij Valckensteyn niet in, er moest een kok in de keuken staan. En Bouma zag de grote eenzaamheid onder ouderen; ‘de ergste ziekte’ in zijn ogen. Daarom organiseerde hij allerlei activiteiten. De Jong: „Hij had een enorm netwerk, in de politiek en in de amusementswereld. Allerlei artiesten traden gratis op. En iedere morgen sprak hij zelf de bewoners toe via de huisomroep: ‘Goeiemorgen mensen, het wordt weer een mooie dag vandaag!’”

In 2011 werd Valckesteyn gesloopt, zoals veel verzorgingshuizen in Nederland hun deuren sloten. Bouma had daar veel moeite mee, zegt Jan Robbemond. „De krant, het verzorgingshuis, alles waar hij zich voor had ingezet, verdween.” Maar uitgeblust was Jan Bouma nog lang niet. Hij was 89 toen hij de oprichting van het Odensehuis Hoeksche Waard voor elkaar bokste, de opvang- en ontmoetingsplaats voor mensen met dementie waarvan er toen nog maar enkele bestonden in Nederland. Zijn tweede vrouw Rie Verhage, die aan Alzheimer leed, had hem ertoe geïnspireerd. Na de opening in 2014 bleef hij betrokken. Coördinator Deborah van Abkoude: „Hij had zijn vaste plek in een fauteuil bij de haard. Daar sprak hij met bezoekers, vrijwilligers, personeel. Als er een probleem was, dacht hij mee over een oplossing.”

Op zijn negentigste werd hij nog verliefd, op de weduwe van een oud-collega bij Het Vrije Volk. Robbemond: „Hij belde me en zei: ‘Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik heb vlinders in mijn buik.’”

De laatste twee jaar ging zijn gezondheid achteruit. Hij raakte steeds meer het contact met de werkelijkheid kwijt. Tijdens het laatste gesprek dat Robbemond met hem had, in een ‘coronacontainer’ en gescheiden door een glaswand, was hij daar erg verdrietig over. „Hij zei: ‘Ik hoor wat je zegt, maar ik begrijp het niet’.” Op 25 juni overleed Jan Bouma, 96 jaar oud.