Opinie

Coronacrisis maakt nertsenfokkerij onhoudbaar

Nertsenhouderij

Commentaar

‘Het lijkt op de bedrijven wel een intensive care”, zei Martijn Pijnenburg, voorzitter van vakgroep edelpelsdierhouderij van landbouwvereniging LTO, in een reportage in NRC. Op nertsenhouderijen wordt sinds een aantal weken gewerkt met handschoenen, medische mondkapjes en spatschermen – de potentiële patiënten zijn de nertsen in hun kooitjes, want die blijken bijzonder vatbaar voor Covid-19, en kunnen ook de mens besmetten.

Op 25 van de 128 nertsenhouderijen in Nederland werd de afgelopen maanden Covid-19 aangetroffen. Die bedrijven werden vervolgens geruimd; de dieren met pels en al vernietigd; de nertsenhouders werden gecompenseerd voor de investeringen in hun dieren, niet voor misgelopen inkomsten, of, zoals de nertsenhouders dat eufemistisch noemen, voor de pelzen die zij anders ‘geoogst’ hadden.

De nog draaiende nertsenhouderijen moeten sinds 10 juli extra hygiënemaatregelen in acht nemen. Hoewel in deze periode het contact tussen dier en nertsenhouder minder intensief is dan in voorgaande maanden, toen de nertsenpups gespeend en gevaccineerd moesten worden, is de angst voor besmetting groot. Maandag kondigden ministers Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, CDA) en Carola Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, CU) in een brief aan de Tweede Kamer aan dat alle bedrijven preventief geruimd moeten worden als na half augustus, wanneer het effect van de hygiënemaatregelen zichtbaar zou moeten zijn, opnieuw Covid-19 op een nertsenhouderij wordt aangetroffen. De ministers volgen daarin het advies van het Outbreak Management Team Zoönosen.

Daarmee lijkt aan de nertsenhouderij in Nederland alsnog een vroegtijdig einde te komen. Sowieso gaat de Wet verbod pelsdierhouderij, waar al sinds 1999 over wordt gesproken in de Tweede Kamer, in op 1 januari 2024. Nu willen de ministers de nertsenhouders ontmoedigen om hun bedrijf voort te zetten zolang coronabesmetting dreigt. Dat is een onvermijdelijke conclusie: ruimen, en dan met een nieuwe populatie beginnen om die vervolgens bij een enkele besmetting opnieuw te ruimen, is een onverteerbaar scenario. Om dat te voorkomen zal de door de minister aangekondigde stoppersregeling, die eind augustus concreter zal zijn, de nertsenhouders ruimhartig moeten compenseren, en bovendien bijstand moeten bieden in het opzetten van een nieuw ondernemingsplan.

Het wetsvoorstel waarmee de nertsenfokkerij in 2024 uiteindelijk verboden zal zijn, stamt uit 2008. De Tweede Kamerleden die met het voorstel kwamen, Krista van Velzen (SP) en Harm Evert Waalkens (PvdA), motiveerden het destijds met het argument dat bont een ‘luxe’ is waar alternatieven voor bestaan, en dat het niet ethisch verantwoord is om dieren alleen voor hun pels te fokken. Fokken voor consumptie daarentegen komt tegemoet aan een levensbehoefte, heette het. Het is de vraag in hoeverre dat argument ook nu, twaalf jaar later, overeind blijft. Dat het onderscheid tussen luxe en levensbehoefte niet is hard te maken, blijkt eens te meer uit een rapport dat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) dinsdag presenteerde. Daaruit bleek dat Nederlanders gemiddeld 98 gram vlees eten per dag, beduidend meer dan de maximaal 70 gram die de Gezondheidsraad adviseert. Zo zou je de overschietende 28 gram ook als overbodige, zelfs ongezonde luxe kunnen bestempelen – maar dat is een luxe die door het gros van Nederland toch meer als een recht wordt beschouwd.