Brieven

Brieven 24/7/2020

Verkeer

Welke auto’s?

In het stuk Vanwaar die ongelooflijke haast? (20/7) gaat het onder meer over de toename van het aantal auto’s in Nederland. De vraag is: welke auto’s? Aangezien het hele artikel gaat over de manier waarop wij ons als personen vervoeren, mag worden aangenomen dat dit personenauto’s zijn. Het aantal personenauto’s groeit inderdaad, ten opzichte van vorig jaar met 1,7 procent: geen spectaculair cijfer. Het totaal is volgens het CBS 8,7 miljoen. Dat is nogal een verschil met de 12,7 miljoen die hoogleraar Marco te Brömmelstroet noemt. In dat getal zitten alle wegvoertuigen exclusief fietsen, dus ook bestel- en vrachtauto’s, motorfietsen, brom- en snorfietsen, en zo’n 1 miljoen aanhangwagens en opleggers die helemaal niet zelfstandig kunnen rijden. Voor een deel dus voertuigen die niet met personenvervoer te maken hebben.

Het aantal van ons belangrijkste nationale vervoermiddel, de fiets wordt helemaal niet genoemd. Dat zijn er liefst 22,8 miljoen!

Dat er meer aandacht moet zijn voor fietsers en voetgangers vind ik ook, maar het beleid moet wel gebaseerd zijn op de juiste cijfers.

Verkeer (2)

Voorzichtig op de weg

Keer op keer zijn wielrenners zich aan het indekken voor hun gevaarlijke rijgedrag op fietspaden. Eva Albers vergelijkt in een brief (21/7) het fietspad met een snelweg waar duidelijke regels gelden die het verkeer regelen (afstand houden, rechts rijden, richting aangeven als je inhaalt). Ze wil dat we het fietspad ook als een snelweg gaan zien. Maar ze vergeet dat automobilisten een proeve van bekwaamheid hebben afgelegd voordat ze de snelweg op mochten, terwijl dat voor fietsers niet geldt. Het fietspad is een plek waar mensen van zeer uiteenlopende niveaus en leeftijden samenkomen. Piepjong en stokoud, getraind en beginner, snelle Henkie en langzame slak. Er is, meer dan regels, geduld en voorzichtigheid geboden om de interactie tussen deze niveaus goed te laten verlopen. Dus wielrenners: minder vaart. Snelheid is wél het probleem!

Europa

Zuid-Europees afzien

In het artikel Populisten ogen als slappe vaders bij aanpak corona (18/7) wordt de econoom Paul Krugman aangehaald, die epidemiebestrijding vergeleek met een beroemd psychologisch experiment, de marshmallow-proef. „Een samenleving moet afzien en moeite doen alvorens beloond te worden”, aldus Krugman. Laten we dit ook eens toepassen op de steun voor door corona getroffen Zuid-Europese landen. Een samenleving moet afzien (hogere pensioenleeftijd, hogere arbeidsproductiviteit, strenger belastingregime, lagere overheidsschuld, strengere corruptie- en fraudebestrijding) en moeite doen (hervormingen doorvoeren, reserves opbouwen, achterstand wegwerken) alvorens beloond te worden.

Corona

Eenvoudiger testen

Nog maar 12 procent van de mensen met corona-achtige klachten laat zich testen (Nederlanders met klachten laten zich weinig testen, 16/7). Dat kan komen doordat het niet eenvoudig is je te laten testen. Eerst bellen, dan vragen beantwoorden, heb je duidelijk symptomen, dan een afspraak maken. Je wordt verwezen naar een drive through, je moet dus een auto hebben en ziek zijn, maar wel (veilig) rijden. Geen auto, dan mag je lopen of fietsen naar de locatie op een bedrijventerrein. Voor iemand die geen auto heeft en op leeftijd is, lijkt het mij helemaal een opgave om met koorts, benauwdheid en misschien onderliggend lijden voor een test naar de teststraat te gaan.

WHO-baas

Losbandig taalgebruik

In het commentaar Deze pandemie blijft er een van de lange adem (18/07) wordt gesproken over „de WHO-baas Tedros”. In geen enkel ander land wordt hij „baas” genoemd. Hij is de director general of the WHO. In veel artikelen in NRC wordt een zeer lompe, simpele Nederlandse taal gebruikt, irritant. Het is een losbandige toestand in dit land geworden! Jammer!