Opinie

Balletje-balletje en spionage: Russische diensten zijn beter

De Wirecard-fraude en het Lagerhuis-rapport zijn volgens Hubert Smeets voorbeelden van Europese laksheid ten aanzien van Russische spionage.

Hubert Smeets

Jan Marsalek, balletje-balletje-man bij het Duitse betaalbedrijf Wirecard dat 1,9 miljard euro heeft zoekgemaakt en zwart geld zou hebben witgewassen, houdt zich mogelijk schuil nabij Moskou. Volgens het Handelsblatt verkeert de Oostenrijker daar onder de hoede van de militaire inlichtingendienst GROe. Dat zou verklaren waarom de Russische autoriteiten geen gehoor geven aan het verzoek van Europol hem op te sporen, meldt Business Insider.

Drie dagen voordat de politie Wirecard-ceo Markus Braun eind juni oppakte, zou Marsalek – gebruik makend van een reeks dwaalsporen – naar Minsk zijn gevlucht en daar zijn opgepikt door een Russische inlichtingendienst.

Marsalek is kind aan huis in Rusland. De afgelopen tien jaar is hij er meer dan zestig keer geweest. Hij reisde naar Moskou op zes Oostenrijkse paspoorten, drie buitenlandse paspoorten plus een diplomatiek paspoort, ontdekte onderzoekscollectief Bellingcat. Een keer, in september 2017, werd hij op een Moskous vliegveld kort door de staatsveiligheidsdienst FSB vastgehouden. Is Marsalek toen gechanteerd en ‘omgeturnd’ of was hij langer in beeld? Wirecard, dat zijn eerste geld had verdiend met het faciliteren van pornohandel, onderhield goede contacten met de Duitse regering en was dus een interessante liaison. Gelet op zijn eigen activiteiten – Marsalek reisde naar Syrië en Libanon, blufte over het gifgas novitsjok en had banden met Poetins Oostenrijkse zusterpartij FPÖ – is elke versie denkbaar.

Deze lotgevallen reiken ook verder dan zijn eigen (dubbel)rol als tweede man van Wirecard. Toen ceo Braun woensdag, een maand eerder op borgtocht vrijgelaten, weer werd gearresteerd, verwees ex-hoofdredacteur Lionel Barber van de Financial Times meteen naar Londen. „Laten we de enablers in de City niet vergeten”. In Londen voelen oligarchen uit alle windstreken, ook uit Rusland, zich immers zo vrij als een vogeltje. In het voetspoor is de City zodoende een financiële frontlinie geworden voor oligarchen die hun geld kwijt moeten. Dat corrumpeert. Wegens gebrek aan regels kunnen Lords uit het Hogerhuis zich bijvoorbeeld onbekommerd laten kopen om voor een half miljoen hun naam te lenen aan een raad van toezicht van een buitenlands bedrijf. De Britse regering wil dit laissez-faire zoveel mogelijk op zijn beloop laten, bleek woensdag in een debat over het negen maanden onder de pet gehouden Ruslandrapport van een parlementaire onderzoekscommissie.

Het rapport lijdt aan hetzelfde euvel als het gesproken woord in het Lagerhuis. Retorisch klinkt het als een klok („we hebben ons oog niet op de bal gehouden), concreet wordt weinig gezegd. Premier Johnson kon het debat reduceren tot de vraag of ‘zijn’ Brexit in 2016 door concrete Russische acties was gekaapt. Welnu. De commissie had geen smoking gun gevonden en veel details met *** geheimgehouden. Misschien dat de Lords nog wel een veer moeten laten, zoals de commissie oppert, maar verder basta.

Dat is ene helft van het verhaal. De andere helft is dat ‘we’ in Europa niet moeten mekkeren over Russische interventies als we zelf te laks zijn om onze rechtsstaat te beschermen. Zij zijn net zo sterk als wij zwak zijn. Wirecard en de City zijn zulke zwakke plekken. Financiële faciliteiten, witwassen en chantage zijn de driehoek waarin spionage kan gedijen. Dankzij die driehoek kan de achterdeur open blijven staan voor politieke inmenging via de voordeur.

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.