Reportage

‘Ik weet dat die huisfeestjes niet heel slim zijn’

Jongeren en corona Een overheidscampagne moet jongeren aansporen de corona-adviezen na te leven. Gaat iets wat ze „kneuterig” noemen werken?

Liselotte Glerum met twee vriendinnen op het terras op Mariaplaats in Utrecht. „In het begin was het niet zo moeilijk je aan de maatregelen te houden.”
Liselotte Glerum met twee vriendinnen op het terras op Mariaplaats in Utrecht. „In het begin was het niet zo moeilijk je aan de maatregelen te houden.” Foto Dieuwertje Bravenboer

Ook zij zou zich beter aan de maatregelen kunnen houden, weet Liselotte Glerum (22) van zichzelf. „Ik wéét dat die huisfeestjes en verjaardagen niet heel slim zijn”, zegt ze met een licht schuldbewuste ondertoon. „Of in elk geval, dat elkaar omhelzen of kroelen niet heel handig is.” Ze zit met twee vriendinnen op een vol terras op de Mariaplaats in Utrecht. Zolang ze niet op het tafeltje leunen, houden ze anderhalve meter afstand van elkaar. „Maar we zijn ondertussen wel veel minder streng geworden, merk ik.”

„In het begin was het niet zo moeilijk je aan de maatregelen te houden”, zegt Glerum, maar dat is nu wel anders. Buiten hun oma’s, waar ze nog heel voorzichtig mee omgaan, vieren ze zonder acht te slaan op de anderhalvemeterregel weer huisfeestjes en verjaardagen, gaan ze sporten, lunchen en samen naar het terras. „We zijn allemaal weer bang om leuke dingen mis te lopen, zeker als we andere mensen zien die óók lekker samen zijn.”

Dat gevoel wordt vooral door sociale media gevoed. „Als ik op Instagram een foto voorbij zie komen van mensen die samen een bootje gehuurd hebben of gezellig op het strand liggen, wil ik dat ook.”

Dat is niet zo gek, zegt ontwikkelingspsycholoog Barbara Braams. Ze is gespecialiseerd in het risicogedrag van jongeren. „Jongeren wegen risico’s anders af dan volwassenen”, zegt ze. Als je naar een café of naar een feestje gaat, weet je niet of daar besmette personen zijn. „Wat ze wél zeker weten, is dat als ze niet gaan, ze iets leuks mis zullen lopen.” En als ze besmet raken, is de kans om ernstig ziek te worden kleiner. „Dat maakt het voor jongeren héél moeilijk om te zeggen: laat maar, ik ga niet mee.”

Meisjes aan het shoppen in het centrum van Utrecht. Links : Anouk Joosen, Midden: Nora van Wijk, Rechts: Merik Sterk.

Foto Dieuwertje Bravenboer

Jongeren bereiken via influencers

Toch is dat wel wat de rijksoverheid met een nieuwe campagne wil bereiken. Want met name onder jongeren, van wie bekend is dat ze de anderhalve meter afstand minder aan houden, lijkt het virus zich sinds de versoepelingen begin deze maand snel te verspreiden. Een nieuwe voorlichtingscampagne, waarin de ‘gedragsunit’ van het RIVM het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ondersteunt met inzichten uit de gedrags- en communicatiewetenschappen, moet jongeren ertoe aanzetten hun gedrag aan te passen en afstand te houden. Want „alleen samen krijgen we het virus onder controle”.

Hoe moet zo’n campagne eruitzien? „De overheid geeft voornamelijk informatie die is gebaseerd op rationele cognitieve argumenten, maar dat werkt niet bij jongeren”, zegt hoogleraar Entertainment Media and Social Change aan de Erasmus Universiteit Martine Bouman. Ze is een van de gedragswetenschappers die het RIVM adviseren. „Voor jongeren is het belangrijk om vanuit emoties, gevoelens en dagelijkse verhalen te communiceren.” Dat verhaal kan versterkt worden als het van een influencer kan komen. „Een foodie, een fashionblogger, een hiphopper, als zo’n influencer de coronaregels kan koppelen aan zichzelf heeft dat toegevoegde waarde.”

Dat herkennen Anouk Joosen, Nora van Wijk en Meri Sterk (allen 19) uit Leerdam wel. Ze zijn een dagje winkelen in Utrecht en dragen alle drie een papieren tasje van de Zara bij zich. „Sowieso heb je een influencer nodig als je ons wil bereiken”, beamen ze. „Misschien Monica Geuze, daar kijken we wel naar.” Maar of ze hun gedrag dan écht gaan veranderen, is een tweede. „Ik denk dat ik een heel heftig verhaal moet zien, zodat ik besef wat het inhoudt”, zegt Sterk. „Met écht heftige beelden.”

Influencers bereiken niet iedereen. „Ik heb geen telefoon”, zegt student Gregory Susana (20). Hij zit op zijn skateboard, bij het tijdelijke skatepark bij het Jaarbeursplein – waar het, net als in andere parken in Utrecht, barst van de jongeren die gezellig in groepjes bij elkaar liggen en zitten. „Ik focus op mezelf, dat kan het beste als ik niet gestoord kan worden.” Die focus voelt hij ook als het om het virus gaat. „Ik geloof er niet in, de verhalen zijn te tegenstrijdig.” Wel houdt hij zich aan de anderhalve meter en gebruikt hij een mondkapje, uit respect voor andere mensen. Maar een campagne om jongeren nog alerter te maken? „Jongeren zijn met zichzelf bezig, die zijn te egoïstisch om verder te denken. Pas als het in de wet staat gaan jongeren zich aanpassen”, denkt hij.

Gregory Susana op de skatebaan op het Jaarbeursplein.

Foto Dieuwertje Bravenboer

„Het is belangrijk dat jongeren gaan inzien wat de échte risico’s zijn als ze zich niet aan de regels houden, door middel van persoonlijke verhalen en concrete boodschappen. Ze kunnen familie besmetten, aanzwengelaar zijn van de tweede golf. En dat wil niemand”, zegt Moniek Buijzen, hoogleraar communicatie en gedragsverandering aan de Erasmus Universiteit. Als je jongeren écht wilt bereiken, adviseert ze, leg in zo’n campagne niet de nadruk op wat allemaal níet mag, maar maak er een positieve boodschap van: geef voorbeelden van dingen die je wél veilig en met plezier kunt doen in deze tijd.

Lees ook: Voor jongeren voelt het als zes jáár sociaal isolement

„In een geslaagde campagne moet er vooral ook begrip zijn voor deze jongeren”, legt Buijzen uit. „In hun leeftijdsfase is social distancing ontzettend lastig. Het is belangrijk jongeren te laten merken dat daar oog voor is.”

Jongeren zijn zelf sceptisch over de campagne. „Meestal zijn ze zo kneuterig, die campagnes van de overheid. Dan proberen ze te cool te doen.” Of het met social influencers gaat werken, daar hebben Glerum en haar vriendinnen ook hun twijfels over. „Als een influencer zelf allemaal leuke dingen gaat doen, op vakantie, uit eten, poseren met vriendinnen, en mij vervolgens gaat vertellen dat dat niet mag.” Ze schudt haar hoofd. „Dan zou ik ook denken: ja dag.”