Recensie

Recensie

In deze romans is Stockholm de poel des verderfs

Niklas Natt och Dag De historische romans 1793 en 1794 van de Zweedse schrijver Niklas Natt och Dag spelen zich af in het rottend en sadistisch universum van de paranoïde Zweedse adel in Stockholm.

Brug bij nacht in Stockholm
Brug bij nacht in Stockholm Foto Nazariisvyshch

Het is zwart, het is donker en duister, het is luguber in de historische romans 1793 en 1794 van de Zweedse schrijver Niklas Natt och Dag (1979). Beide boeken zweven tussen thriller en roman. De Zweedse Academie voor Misdaadschrijvers riep 1793 uit tot ‘Beste debuut van het jaar’ (2017), een onderscheiding die de auteur zelf verbaasde; hij ziet zijn romans eerder in de lijn van Umberto Eco’s De naam van de roos dan in de rijke traditie van Scandinavische thrillers.

De gouden stad

Met 1794 schreef Natt och Dag een vervolg op het eerdere succes. Beide romans zijn vertaald door Lammie Post-Oostenbrink, en dat doet ze met groot plastisch vermogen. De stad Stockholm, waaraan regelmatig wordt gerefereerd als een ‘gouden stad’ en een stad met de schitter van torenspitsen, is feitelijk een poel des verderfs. Niet voor niets heet een kroeg Fördärvet ofwel: het verval.

De beide romans (er is een derde op komst) vormen elkaars spiegelbeeld. Het begin van deze inktzwarte schildering van het achttiende-eeuwse Stockholm is de vondst van een gruwelijk verminkt lijk in het meer Fatburen in het zuidoosten van de stad. De eenarmige tuchtwacht en voormalig artilleriesoldaat Mickel Cardell wordt uit de diepe slaap van de roes door zwerfkinderen gewekt. Wat lijkt op het kadaver van een dier is een romp, waarvan de ledematen zijn afgehakt, de tong weggesneden, de ogen uitgestoken. Oorlogsveteraan Cardell sleept het lijk op de modderige oever en doet een gruwelijke ontdekking: de ledematen zijn niet na de dood van de jongeman, die lichtblond haar heeft, maar tijdens zijn leven afgehakt. Het is alsof Cardell opnieuw de pijn voelt toen hij zijn linkerarm verloor. Met de blik van een kenner aanschouwt hij het halfvergane lichaam.

Hoererij, misdaad en dronkenschap

Om de identiteit van de vermoorde én van de moordenaar te achterhalen roept Cardell de hulp in van de voormalige jurist Cecil Winge, die lijdt aan tering. Dit tweetal, aangevuld met een keur aan kleurrijke personages, neemt de lezer mee op een beklemmende hellevaart door het Stockholm van 1793 en 1794 als een ranzig, sadistisch, van rottenis walmend universum waar hoererij, misdaad en dronkenschap regeren.

Natt och Dag, wiens achternaam Nacht en Dag betekent, stamt van eeuwenoude adel wiens voorvaderen verweven zijn met de Zweedse geschiedenis. Zo waren zij gedwongen tijdens de Deense overheersing (vanaf 1520) het land te ontvluchten. Het jaar 1793 vormt een keerpunt. Een jaar eerder werd tijdens een gemaskerd bal in de opera van Stockholm koning Gustav III in zijn rug geschoten. Hij stierf twee weken later. Dit inspireerde de Italiaanse componist Verdi tot zijn opera Un ballo in maschera. Gustavs dood leidde tot anarchie en een machtsvacuüm, waarin de ideeën van de Franse Revolutie als een ‘besmettelijke ziekte’ om zich heen grijpen en iedereen ‘wiens kont te dicht in de buurt van een troon komt’ de dood in jagen. Dit leidt tot paranoia in adellijke kringen, met bloedige samenzweringen tot gevolg.

De ondraaglijke stank van afval, dood en pest hangt als een hels parfum in de stad

Het is tegen deze achtergrond dat we de zoektocht van het duo Cardell-Winge naar vermoorde én moordenaar moeten plaatsen. Daarbij vertegenwoordigt tuchtwacht Cardell de ordebewaking en is jurist Winge de man die de Verlichtingsidealen nastreeft. Voor hem is de laffe misdaad een vergrijp tegen de beschaving, waarvan hij tegen beter weten in hoopt dat die nog leeft in de stad met haar verdorven zeden en waar de ondraaglijke stank van afval, dood en pest hangt als een hels parfum.

Lees ook: 49 goede boeken om deze zomer te lezen

Behendig verschuift Natt och Dag telkens het perspectief van beide romans met knappe verwikkelingen en angstaanjagende scènes, zoals die waarin het spinhuis ofwel tuchthuis voor veroordeelde vrouwen worden beschreven. Een van hen is voormalig fruitverkoopster en latere kasteleinse Anna Stina Knapp, net zo goed als alle vrouwen in dit boek speelbal van vunzige mannelijke wellust. Hoogtepunt of eerder bloedstollend dieptepunt van de romans zijn de sadistische scènes waarin een tuchtelinge met een zweep wordt afgeranseld, alleen omdat ze niet met een man wil dansen. Op bladzijden als deze raakt de schuldvraag naar de moord waarmee het allemaal begon op de achtergrond en onthult Natt och Dag de verloederde, rauwe en onmenselijke nachtzijde van de stuurloze hoofdstad. Een gouden stad als muil van de hel.

Is 1793 vooral een roman die zich concentreert op handeling en plot, het vervolg 1794 toont soms op poëtische wijze de gedachten en gevoelens van de protagonisten zelf. Dat leidt tot een andere sfeer, intiemer. De monologues intérieurs van Cardell, Winge, Anna Stina Knapp en tal van anderen maken van dit boek misschien minder een pageturner, maar ze onthullen prachtig hun gedachten en innerlijke roerselen. Nadat we eerst naar de buitenkant van het verhaal hebben gekeken, krijgen we nu het binnenste te zien. Dan wordt duidelijk waar het de tuchtwacht en de jurist om te doen is en wat ze in elkaar herkennen: een sterke wil tot rechtschapenheid in een losgeslagen wereld.

Correctie 26 juli 2020: In een eerdere versie van dit artikel stond per abuis dat Niklas Natt och Dag Deens is. Dat is aangepast naar Zweeds.