Opinie

Op universiteiten gaat het om waarheid, niet om diversiteit

Diversiteit Betere representatie aan universiteiten moet geen doel op zich zijn. Universiteiten moeten vooral de knapste koppen aantrekken, schrijft .
Nobelprijswinnaar Marie Curie (1867-1934), die onderzoek deed naar radioactiviteit.
Nobelprijswinnaar Marie Curie (1867-1934), die onderzoek deed naar radioactiviteit. Foto Universal History Archive/UIG/Getty

‘De universiteiten waren van oudsher elitaire instellingen die vrouwen, etnische minderheden en diegenen die zich geen hoger onderwijs konden veroorloven buitensloten”, stelde de Leidse ‘diversity officer’ enige tijd geleden misprijzend in een column getiteld ‘Hoe maken we onze leeromgeving inclusiever?’ op de site van de universiteit.

Hoewel wat anachronistisch, is die omschrijving vanuit onze huidige maatschappelijke kernwaarden – vrijheid en gelijkheid – begrijpelijk. Maar daarmee miskent ze wel waar het op universiteiten om gaat: de zoektocht naar waarheid.

De wiskundige speurt naar mathematische waarheden, de geneeskundige wil weten hoe het lichaam werkt en ziekten bestreden moeten worden, de theoloog zoekt naar het ware woord Gods. Er zijn talloze studies, en binnen die studies weer vele stromingen, maar één ding delen ze: ze willen weten hoe de wereld in elkaar steekt.

Aan universiteiten zou daarom een meritocratisch criterium moeten gelden. Studenten en onderzoekers moeten de knapste koppen zijn. Het is dan inderdaad waar dat een universiteit waar men wit, man en rijk moet zijn, verkeerde criteria hanteert. Want de slimsten zijn het best in staat tot waarheidsvinding omdat ze een intellectuele gave bezitten die niet iedereen heeft.

Dat klinkt elitair, maar hoe erg is dat? Ieder mens heeft andere talenten en de samenleving is erbij gebaat als mensen met het meeste talent ergens voor die bezigheid ook daadwerkelijk kunnen beoefenen. Bij sport is eigenlijk iedereen bereid dat gelijk in te zien: het Nederlands voetbalelftal moet bestaan uit de beste spelers. Zij kunnen wat de meesten van ons niet kunnen, en daarom horen ze daar ook. Niemand zal vinden dat het Nederlands elftal een afspiegeling van de samenleving moet zijn. Datzelfde geldt grotendeels voor de universiteit.

'Inclusieve excellentie'

Op veel universiteiten klinkt nu een ander geluid. De VVD stelde hierover Kamervragen en in het racismedebat in De Stelling van Nederland was sprake van een „klikcultuur” op universiteiten.

De Leidse diversiteitsofficier stelt dat universiteiten ernaar moeten streven om een afspiegeling van de samenleving te zijn. En dat het daarbij nodig is om „normen, waarden, en eisen waarmee we ‘excellentie’ definiëren te evalueren en na te denken over wat inclusieve excellentie kan betekenen”. Want, is het argument, „het feit dat er nog steeds verschillen zijn in studieprestaties- en rendement, afhankelijk van de sociale achtergrond van de student, impliceert dat ons curriculum en onderwijs meer bij de ervaringen en perspectieven van de ene student aansluit dan bij die van de ander”.

Wat betreft een groot gedeelte van de studies is dit onzin. Het zwart, wit, homo, hetero, trans, vrouw of man zijn doet er niet toe om het bestuursrecht of de wiskunde te snappen. Je moet de aangedragen theorie tot je kunnen nemen en daar kritisch op kunnen reflecteren. Daar helpen je ervaringen of perspectieven niets bij, maar je hersencapaciteit en de ontwikkeling daarvan door een fatsoenlijke vooropleiding wel. De achterstand van sommige studenten komt vooral door sociale achtergrond en vooropleiding – het maakt uit waar je middelbare school stond – niet door hun ‘ervaringen en perspectieven’.

Lees ook: Welke politieke kleur heeft de universiteit?

Bij een aantal studies is daarentegen wel wat te zeggen voor het pleidooi van de diversiteitsofficier. De humaniora bijvoorbeeld moeten het zelden hebben van mathematische waarheden. Ze gedijen bij uitstek bij debat. Door diversiteit van meningen en ideeën kan gezocht worden naar wat aannemelijk is. En hier kunnen de ervaringen en perspectieven van groepen die op de universiteit minder vertegenwoordigd zijn, en die de Nederlandse samenleving anders beleven, van waarde zijn: ze leggen blinde vlekken bloot.

Diversiteit van ideeën

Voor diversiteit van mensen is dus ruimte, maar niet omdat dat een afspiegeling van de samenleving oplevert. Dat is voor de universiteit geen doel op zich. Als al die mensen ondanks uiterlijke verschillen er namelijk ongeveer hetzelfde mens- en wereldbeeld op na zouden houden, is het voor de universiteit een irrelevante vorm van diversiteit. Diversiteit op basis van sekse, seksuele voorkeur of kleur kan bij bepaalde studies alleen relevant zijn als het ook daadwerkelijk nieuwe ervaringen en perspectieven brengt. Hierdoor kan er een completer en beter beeld van de werkelijkheid ontstaan. Diversiteit in mensen is alleen interessant voor de universiteit als het diversiteit in ideeën oplevert. Want dat draagt bij aan de zoektocht naar waarheid.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.