Recensie

Recensie Beeldende kunst

Nederlandse ‘Romeinen’ kwamen maar zelden uit Italië

Archeologie ‘Romeinen langs de Rijn’ schetst een goed beeld van de ‘Romeinen’ die woonden en werkten tussen Lobith en Katwijk. Zij kwamen overal vandaan, van de Balkan en Engeland tot Afrika.

Verzameling ijzeren sleutels (1ste-3de eeuw na Chr., 10 centimeter, vindplaats Vechten).
Verzameling ijzeren sleutels (1ste-3de eeuw na Chr., 10 centimeter, vindplaats Vechten). Foto Rijksmuseum van Oudheden

Het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden heeft het zichzelf met Romeinen langs de Rijn niet echt gemakkelijk gemaakt. Achter de simpele titel ligt namelijk een complex probleem op de loer. Want wie waren die Romeinen die hier langs de Rijn zaten? En wat deden ze hier eigenlijk?

Op de tentoonstelling krijg je op deze vraag, zonder dat hij direct gesteld wordt, meteen een overtuigend antwoord. Het merendeel van de ‘Romeinen’ langs de Rijn was helemaal geen Romein. De vele archeologische vondsten die in de afgelopen honderd jaar gedaan zijn tussen Katwijk en Lobith laten zien dat de ‘Romeinen’ langs dit stukje van de Rijn afkomstig waren uit alle windstreken van het Romeinse Rijk, de Balkan, Engeland, Spanje en zelfs Afrika. Maar weinigen kwamen echt uit Italië, laat staan dat er veel Romeinse (staats)burgers langere tijd langs de Rijn bivakkeerden. Maar ze vertegenwoordigden wel samen een cultuur die Romeins genoemd kan worden.

Lees ook: Woerden pronkt met Romeins verleden

Dat blijkt bijvoorbeeld uit de Romeinse goederen, zoals wijn, olijfolie en aardewerk (terra sigillata), waarmee de ‘Romeinen langs de Rijn’ zich omringden. En uit het feit dat de lingua franca – er zijn verrassend veel teksten teruggevonden variërend van ingekraste namen tot complete dedicaties op altaren – het Latijn was. De militairen, want het overgrote deel van de ‘Romeinen’ was direct bij het Romeinse leger betrokken, verbleven in een omgeving die Romeins aanvoelde. Dit waren naar Romeins model gebouwde kampementen en forten met in de meeste gevallen zelfs typisch Romeinse voorzieningen als zuilengalerijen en badhuizen.

Enorme aanhang

Wat de tentoonstelling ook duidelijk maakt, is dat die Romeinse soldaten hier niet in hun eentje zaten. Rondom hun kampementen – en soms zelfs in hun midden – bevond zich een enorme aanhang. Dat waren vooral ambachtsmensen; timmerlieden, koks, kleermakers, leerbewerkers, muildierdrijvers en smeden. Mensen die hun diensten leverden aan het leger. En die diensten gingen ver. In het gevolg van het leger bevonden zich ook echtgenotes van reguliere militairen en hun kinderen – de tentoonstelling geeft daar voorbeelden van – wat voor de bezoeker misschien tot wat verwarring leidt, ook zij worden tot de Romeinen gerekend. Want ook zij leefden in een cultuur die je gemakshalve ‘provinciaals’ Romeins kunt noemen.

Deze bronzen lepel werd gebruikt om wijn in een beker te scheppen (1ste-3de eeuw na Chr., 10,3 centimeter, vindplaats Valkenburg). Foto Rijksmuseum van Oudheden

Romeinen langs de Rijn is de eerste tentoonstelling van de onlangs aangestelde conservator Romeins Nederland dr. Jasper de Bruin en het is gelijk een voltreffer. Op een betrekkelijk geringe oppervlakte weet hij met vaak nog niet eerder getoonde objecten een fraai beeld te schetsen van het ‘Romeinse’ leven. Die objecten komen niet alleen uit het eigen museumdepot, maar ook uit die van provincies, gemeentes en particuliere verzamelaars. Veel van het in de afgelopen decennia opgegraven materiaal is nooit goed uitgewerkt. Zo bleken er in het eigen museumdepot alleen al van de beroemde opgraving in Valkenburg 650 dozen met materiaal te staan; ongesorteerd.

Lees ook: Het is een aspergemes!

Op de expositie zijn veel van die ‘nieuwe’ vondsten te zien. Zoals een leren beschermhoes voor een wapenschild, leren schoenen in diverse maten, waaronder een paar kinderschoenen, houten speelgoedzwaarden en zelfs de doppen van een walnoot. Die bewijzen dat de ‘Romeinen’ niet alleen hun eigen voedsel meenamen – wijn, olijfolie, vissaus – maar dat ze ook eigen producten gingen verbouwen, zoals walnoten en kersen, maar bijvoorbeeld ook groene asperges. Zo’n asperge is ook te zien op de tentoonstelling, maar dan in de vorm van een bronzen handvat van een mes.