Na de margarine volgt de thee: Unilever stopt ermee

Afsplitsing Drie jaar geleden nam het levensmiddelenbedrijf al afscheid van zijn margarinedivisie. Nu volgt opnieuw een product uit de beginfase van het concern.

Unilevers theedivisie, bekend van merken als Lipton, zou beter af zijn als apart bedrijf.
Unilevers theedivisie, bekend van merken als Lipton, zou beter af zijn als apart bedrijf. Foto Nicole Tung/The New York Times

Het begon met zeep en margarine, maar meteen daarna volgde de thee. Voor levensmiddelenconcern Unilever is de handel in gedroogde zwarte blaadjes en doorzichtige papieren zakjes bijna net zo oud als het bedrijf zelf. Kort na de fusie tussen de Nederlandse Margarine Unie en het Britse Lever Brothers in 1929 besloten de eigenaren ook andere producten te gaan verkopen. Een van de eerste grote overnames vond plaats in 1936. Unilever nam toen een belang in de Noord-Amerikaanse theeactiviteiten van de Britse theepionier Thomas Lipton.

Nu, meer dan tachtig jaar later, neemt het concern afscheid van een van zijn oudste activiteiten. Het Brits-Nederlandse Unilever (52 miljard euro omzet in 2019, 161.000 werknemers) kondigde in januari, bij de presentatie van de jaarcijfers, al aan de theedivisie uitgebreid onder de loep te nemen. De uitkomst van dat onderzoek is dat voor thee weinig toekomst is binnen het bedrijf, zo maakte Unilever donderdag bekend.

De reden om de theedivisie af te splitsen is dat het product te veel verschilt van de andere koopwaar die de levensmiddelengigant produceert, lichtte topman Alan Jope toe. De divisie, bekend van merken als Lipton, PG Tips en Lyons, heeft „een spannende toekomst”, maar is volgens Jope beter af als apart bedrijf. „Wij houden ‘thee’ tegen, en ‘thee’ houdt Unilever tegen”, concludeerde hij.

Wel wordt voor enkele theegerelateerde activiteiten een uitzondering gemaakt. Zo houdt Unilever vast aan het samenwerkingsverband met frisdrankconcern PepsiCo, verantwoordelijk voor de ijsthee onder het Lipton-merk. Ook blijft het bedrijf eigenaar van zijn theeplantages in Indonesië en India, omdat die onderdeel zijn van dochterbedrijven die deels beursgenoteerd zijn. Die activiteiten lossnijden is volgens Jope „te complex”.

Lees ook over de halfjaarcijfers: Unilever houdt stand in ‘meest uitdagende omstandigheden ooit’

Margarine en boter

Het is de tweede keer in korte tijd dat Unilever stopt met een activiteit die aan de basis ligt van het bedrijf. Eind 2017 verkocht de levensmiddelenproducent al zijn divisie Spreads, met onder meer de margarine en boter waarmee de Nederlandse helft ooit begon. De bedrijfstak met merken zoals Becel, Blue Band en Zeeuws Meisje was goed voor een jaarlijkse omzet van 3 miljard euro en ging over in handen van de Amerikaanse investeerder KKR. Het leverde Unilever 6,8 miljard euro op.

De theedivisie die Unilever nu wil lossnijden, is iets minder groot: goed voor een jaaromzet van 2 miljard euro. Toch is Unilever met al zijn merken de grootste theefabrikant ter wereld. Vooral in zwarte thee is het bedrijf enorm: ongeveer 10 procent van de wereldproductie komt van Unilever. Nummer twee is het eveneens Britse Twinings, eigendom van Associated British Foods.

Die koppositie is het resultaat van jarenlang zorgvuldig zoeken, bouwen en verzamelen. In enkele decennia nam Unilever meer dan vijftien theefabrikanten over in onder meer Australië, Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten. Een van de bekendste labels in de portefeuille (naast het wereldwijd bekende Lipton) is PG Tips. Dat was tot vorig jaar het meest gedronken merk in Groot-Brittannië.

Tegelijkertijd is de theedivisie al lange tijd een bron van zorgen voor Unilever. De afdeling heeft al jaren te maken met een „scherpe daling” in de verkoop, zei Jope begin dit jaar. Dat komt vooral doordat zwarte thee snel aan populariteit verliest. Die soort is binnen Unilevers divisie goed voor ongeveer twee derde van de omzet. „We verwachten niet dat dit gaat stoppen”, aldus Jope over de daling.

Zelfs in Groot-Brittannië waar de cuppa – sterke zwarte thee – bijna heilig is, verliest de theesoort terrein. Dat komt volgens Jope omdat de jongere consument steeds meer vraagt om andere theesoorten. „De liefhebbers van zwarte thee worden ouder en beginnen uit te sterven”, zei hij daarover in zakenkrant Financial Times. Zelf moest hij bekennen dat ook hij, „een jarenlang liefhebber van zwarte thee”, nu en dan kiest voor kruidenthee. „Een paar jaar geleden was dat ondenkbaar geweest.”

Drie opties

Zeker tien jaar heeft Unilever volgens Jope geprobeerd in te spelen op de veranderende vraag naar thee. Zo kocht het concern drie jaar geleden bijvoorbeeld Pukka, een fabrikant die zich toelegt op de productie van kruidenthee. Enkele maanden daarna nam Unilever ook kruidentheefabrikant Tazo over van het Amerikaanse Starbucks. Toch slaagde het bedrijf er niet in om de theetak te laten groeien. „Doorgaan met hetzelfde en hopen op een andere uitkomst zou dwaas zijn”, zei Jope daarover in gesprek met FT.

Op welke manier Unilever zijn theedivisie wil afsplitsen, wilde Jope donderdagochtend nog niet kwijt. Volgens hem zijn er drie mogelijkheden: het bedrijf overhevelen naar een samenwerkingsverband met een andere specialist, een beursgang of de verkoop aan één geïnteresseerde partij. „Die mogelijkheden gaan we nu allemaal uitwerken. Ik kan me niet nu al toeleggen op een van die opties.”

Persbureau Bloomberg onthulde onlangs al dat verschillende partijen interesse hebben in een overname van de thee-activiteiten. Een ervan zou KKR zijn, dat eerder de margarinedivisie kocht. Daarnaast noemde het financieel persbureau Blackstone, Cinven en Clayton, Dubilier & Rice – allemaal private-equityfirma’s.

Unilever-topman Jope hield zich op de vlakte bij vragen naar mogelijke kopers. Voorlopig heeft nog niemand zich voor de theedivisie gemeld, zei hij tegen journalisten. „Daar zijn we nog lang niet. We hebben pas net de interne review afgerond.”

Volgens Jope wil Unilever ruim de tijd nemen om een koper te zoeken. Het concern verwacht de verkoop eind volgend jaar af te ronden.