Na een paar minuten begon hij te snikken

schrijft in een korte serie over haar ouders.

Aflevering 2: Toen ze gelukkig waren.

Oud leven

Zondag na kerktijd zei hij dat de dominee psalm 32 had laten zingen. We zaten in de eetzaal en mijn zusje Rinskje was er ook.

„O”, zei ze. „Interessant.”

„Zeker interessant”, zei hij terwijl hij een hap van zijn soep nam. „Die psalm hebben we namelijk gezongen toen moeder en ik pas getrouwd waren. En dan bedoel ik de eerste zondag na ons huwelijk.”

„Dat u dat nog weet, vader”, zei Rinskje.

„Natuurlijk weet ik dat nog.” Hij legde zijn lepel neer en begon te neuriën. Daarna kwamen de woorden. „Nu heb ik, Heer, mijn zonde U beleden; ik weet dat ik Uw wet heb overtreden. Een gedicht van koning David.”

„Dus u was net getrouwd,” zei Rinskje, „en u zat in de kerk over uw zonden te zingen?”

„Wat had je dan gedacht? Dat we in bed waren blijven liggen?”

Rinskje keek naar mij en trok een gezicht alsof ze iets smerigs rook. Daarna vroeg ze aan vader of hij toen gelukkig was.

„Hoe bedoel je?”

„Of u toen gelukkig was.”

„Met moeder? Nou en of. Ik was de hele week vrij geweest van mijn werk, en moeder ook, want ze zou pas per 1 maart ontslagen worden. En het was januari. En verschrikkelijk koud. ’s Nachts lagen we dicht tegen elkaar aan onder een dik pak dekens en dan eh...”

„En overdag, vader? Wat deed u overdag?”

„Naar de Bijenkorf. We zijn een middagje naar de Bijenkorf geweest om pyjama’s te kopen. Daarna hebben we bij Kwekkeboom in de Damstraat moorkoppen gehaald. Verder waren we thuis. We maakten eens een wandelingetje. Moeder kookte. Ze las de krant. Ik zat te leren voor het examen Gemeente Administratie 1.”

Hij staarde in de verte en zijn mond bewoog alsof hij nog praatte. Toen wilde hij naar zijn kamer om naar de dvd van moeders begrafenis te kijken. Bij de eerste maten van de muziek werden zijn ogen rood. Na een paar minuten zat hij te snikken en moest de dvd uit. Hij kon er toch niets van zien.

„Zij was niet gelukkig”, zei Rinskje.

„Wie?”

„Moeder. Zij was niet gelukkig.”

„Maar toen wel.”