Kritisch VN-geluid is geen bevel, wel een aansporing

Monitoring VN-rapporteur Achiume riep Nederland – weer – tot de orde over racisme. Lang niet altijd gebeurt er iets met dergelijke rapporten.

Tendayi Achiume, speciaal rapporteur van de VN: Nederland moet meer doen tegen de „sociaaleconomische kloof tussen raciale en etnische minderheden en etnische Nederlanders”.
Tendayi Achiume, speciaal rapporteur van de VN: Nederland moet meer doen tegen de „sociaaleconomische kloof tussen raciale en etnische minderheden en etnische Nederlanders”. Foto Jerry Lampen/ANP

In het VN-rapport over racisme dat vorige week verscheen, kreeg Nederland een schouderklopje én een tik op de vingers. De formele inzet voor gelijkheid en non-discriminatie is indrukwekkend, schreef VN-rapporteur Tendayi Achiume – maar in de praktijk is Nederland lang niet zo inclusief en tolerant. Ze raadde onder andere aan om ambtenaren op diversiteitstraining te sturen en in het onderwijs meer aandacht te besteden aan slavernij en kolonialisme.

Het nieuws leidde her en der tot déjà-vugevoelens: had deze VN-rapporteur Nederland niet al eerder berispt? En was zij ook degene die eerder had opgeroepen tot het verbannen van Zwarte Piet?

Dat eerste klopt: het huidige rapport is gebaseerd op Achiumes bezoek aan Nederland in oktober vorig jaar. Bij dat bezoek had ze ook al kritiek geleverd op onder andere het boerkaverbod. Dat tweede klopt niet: het was niet Achiume die zich in 2015 uitsprak tegen Zwarte Piet; dat deed de commissie voor de bestrijding van racisme en discriminatie (CERD). Hieraan moeten VN-lidstaten elke paar jaar rapporteren over de naleving van het VN-verdrag tegen rassendiscriminatie in hun land.

De CERD is een van de vele VN-commissies die toezicht houden op de naleving van mensenrechtenverdragen zoals dat tegen rassendiscriminatie. Naast deze toezichthoudende commissies zijn er voor allerlei onderwerpen zoals racisme speciale rapporteurs. Zij brengen thematische rapporten uit en bezoeken lidstaten, waar ze zelf informatie kunnen verzamelen. Afgelopen jaar waren Nederland en Qatar aan de beurt.

De speciale rapporteurs kunnen hun eigen accenten leggen. Sinds Achiume in 2017 de functie bekleedt is er bijvoorbeeld in elk rapport aandacht voor intersectionele vormen van discriminatie. Zo wees ze er in 2018 op dat de bezuinigingsmaatregelen in het Verenigd Koninkrijk vrouwen uit etnische minderheden onevenredig hard raakten.

Diversiteitstrainingen

In haar rapport over Nederland doet Achiume niet alleen specifieke aanbevelingen zoals die over onderwijs en diversiteitstrainingen, maar ook bredere: zo wil ze dat de overheid ervoor zorgt dat de „sociaaleconomische kloof tussen raciale en etnische minderheden en etnische Nederlanders” wordt overbrugd.

Lees ook: Bemoeienis van buiten

Hoewel in het rapport staat dat de Nederlandse overheid bepaalde maatregelen ‘moet’ treffen, is het niet zo dat Nederlandse ambtenaren nu direct op diversiteitstraining moeten. „Zo’n rapport is iets anders dan bijvoorbeeld een arrest van het Europese Hof van Justitie in Luxemburg”, zegt Kees Groenendijk, emeritus hoogleraar rechtssociologie. „Formeel is zo’n rapport niet juridisch bindend, maar het is wel gezaghebbend. Kamerleden kunnen naar aanleiding daarvan vragen stellen, rechters kunnen ernaar verwijzen.”

Effect rapporten lastig te meten

Ook ngo’s gebruiken de VN-rapporten, zegt Lars van Troost van Amnesty International. „Als mensen zeggen: dat is jullie mening, en jullie zijn ook maar een linkse club, dan kunnen wij zeggen: maar dít is wat de VN-rapporteur zegt.”

De aanbevelingen van de CERD en de speciale rapporteurs zijn bovendien van invloed in het diplomatieke verkeer, zegt Van Troost. „Nederland verhief in het verleden nogal vaak de stem tegen andere landen, en wordt nu zelf ook gemonitord. Het zou in de diplomatieke verhoudingen handig zijn als Nederland liet zien dat het zo’n rapport niet naast zich neerlegt. Want anders kunnen andere landen dat ook doen.”

Het effect van specifieke rapporten is volgens Van Troost moeilijk te meten. „Je kunt heel weinig dingen direct en alleen aan één rapport toeschrijven. De Amerikaanse gevangenis in Guantánamo is wel een goed voorbeeld. Daar is naast de binnenlandse kritiek ook druk op geweest via al dit soort mechanismen, en dat leidde op een gegeven moment tot veranderingen. Maar het is moeilijk om te zeggen: er was hier één aanbeveling van een speciaal rapporteur en die is drie maanden later overgenomen. Er is constante druk, en staten denken dan: is de druk de moeite waard, of is die zo hoog dat we toch maar gaan toegeven?”

Paspoorten Syriëgangers

De speciale rapporteurs oefenen ook op een andere manier invloed uit, zegt emeritus hoogleraar Groenendijk. Zo uitte Tendayi Achiume vorig jaar kritiek op de IND wegens het afnemen van paspoorten van Syriëgangers: dit was volgens haar strijdig met mensenrechtenverdragen. „De IND en de rechtbank in Den Haag hebben zich daar niets van aangetrokken, maar dat kan eigenlijk niet”, zegt Groenendijk. „Achiume is door een organisatie waarvan Nederland lid is als een deskundige aangewezen. Dan moet je motiveren waarom je het niet met haar oordeel eens bent.” En zo zal Nederland ook, in het volgende gesprek met de CERD, moeten reageren op de aanbevelingen in Achiumes rapport.