Reportage

‘Ik weet nog dat ik dacht: dit wil ik altijd’

Badgasten Wie zijn de vaste gasten van de Nederlandse stranden? De kust in portretten.

Foto Merlin Daleman

Hij mag dan wel vrij zijn, Frederik Faasse (28) is toch in zijn strandpaviljoen op het hoofdstrand van Domburg te vinden. „Je bent ondernemer of je bent het niet”, grapt hij. Sinds anderhalf jaar mag Faasse zichzelf eigenaar van paviljoen High Hill Beach noemen en is hij hier zeven dagen per week. Het is een strandpaviljoen volgens het boekje, gebouwd uit stevig hout dat door het zout en de zee verweerd is geraakt en kraakt en zucht onder de wind.

Het is een droom die hij heel lang heeft moeten koesteren voor hij uitkwam. „Vanaf het moment dat ik op mijn twaalfde begon met strandwerk, ligbedjes verhuren bij een strandpaviljoen, wilde ik dit.” Lang hoefde hij destijds niet met bedjes te slepen. Binnen een week verruilde hij de verhuur voor de spoelkeuken en nog voor de zomer voorbij was stond hij als kok gerechten te bereiden. „Aan het einde van een lange dag zag ik de grote jongens een biertje drinken terwijl de zon in de zee verdween, en ik weet nog dat ik dacht: dit wil ik altijd wel.”

Nu voelt hij elke ochtend, als hij over de strandopgang loopt en zijn paviljoen vanachter het duin ziet verschijnen, een intens gevoel van trots. „Ik heb zoveel geluk gehad dat ik deze zaak heb kunnen krijgen”, zegt hij. Er is op elk strand maar een beperkt aantal strandzaken welkom, en er zijn veel kapers op de kust. Faasse leerde door mee te doen aan een Duits televisieprogramma, Mein Lokal, Dein Lokal, een ondernemer met twee strandzaken kennen. Toen die een van de twee zaken van de hand wilde doen, liet Faasse snel weten geïnteresseerd te zijn. Zo geschiedde.

Natuurlijk is de afgelopen periode ook voor strandpaviljoens een lastige geweest, de verloren inkomsten komen niet terug en zeker als jong bedrijf is dat moeilijk, wanneer de buffer nog niet gigantisch is. Het is dus een opluchting dat ze weer open zijn, maar voor Faasse hangt nog steeds een donkere wolk over deze zonnige strandperiode. Zijn vader is ongeneeslijk ziek.

„Hoe verdrietig dat ook is, het zorgt er wel voor dat we bijzondere gesprekken hebben.” Zo heeft zijn vader hem verteld dat hij graag wil dat er voor naasten en geliefden een afscheid wordt georganiseerd in High Hill Beach. Zodat ze samen een biertje kunnen drinken terwijl de zon in de zee zakt. En dat hij tussen de palen op het strand uitgestrooid zou willen worden. Om altijd een oogje in het zeil te kunnen houden. „Dat maakt mijn relatie met het strand straks extra bijzonder.”