Forse terugval overslag in haven Rotterdam

Havenbedrijf Rotterdam merkt de coronacrisis goed, maar het effect blijkt minder ernstig dan verwacht.

Met name de overslag van kolen en olieproducten in de Europoort daalde het voorbije kwartaal jaar sterk.
Met name de overslag van kolen en olieproducten in de Europoort daalde het voorbije kwartaal jaar sterk. Foto Peter Hilz/HH

Door de coronacrisis is de overslag van de Rotterdamse haven in de eerste helft van 2020 met 9,1 procent gedaald, vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. Havendirecteur Allard Castelein spreekt van een „sterke terugval” in de overslag, die „grotendeels” het gevolg is van de pandemie. Dat zei hij donderdag bij de presentatie van de halfjaarcijfers in het hoofdkantoor van het Havenbedrijf aan de Rotterdamse Wilhelminapier.

De pessimistische voorspelling die het Rotterdamse havenbedrijf in april deed, is echter niet uitgekomen. Toen rekende het voor het tweede kwartaal op een afname met 20 tot 30 procent. Het Havenbedrijf noemt de cijfers nu „minder ongunstig […] dan aanvankelijk werd verwacht”. Na het begin van de crisis in maart heeft de malaise zich niet nog verder verdiept.

Kolen en olie

De overslag in Rotterdam kwam afgelopen halfjaar uit op 218,9 miljoen ton. Vooral de aanvoer van kolen en olieproducten namen sterk af, met respectievelijk 34 en 22 procent. Opvallend is dat de afname van de containeroverslag „gering” bleef, met 3 procent. Door de coronacrisis hadden meerdere sectoren minder fossiele brandstof nodig: de vraag naar kerosine voor de luchtvaart kelderde, olieraffinaderijen draaiden op een lager niveau, fabrieken in Nederland en Duitsland – zoals staal- en auto-industrie – produceerden minder. Voor kolen speelt ook mee dat die brandstof voor elektriciteitsproductie momenteel niet kan concurreren met goedkoop aardgas, noch met elektriciteit uit zon en wind.

De overslag van de Rotterdamse haven ligt nu weer op het niveau van de eerste helft van 2011. Tijdens de financiële crisis van 2008 en 2009 lag die nog lager dan nu, maar „toen was het totale volume” van de haven kleiner. De impact van beide crises is daarom niet goed te vergelijken. Het Havenbedrijf benadrukt dat de haven tijdens de coronacrisis volledig heeft doorgewerkt.

Herstel

Castelein gaf geen voorspelling van het volume dat Rotterdam over geheel 2020 zal overslaan, omdat het verloop van de pandemie onzeker is. „We hopen dat we het dal hebben gehad”, zei hij tijdens de persconferentie. Het Havenbedrijf baseert zich op informatie uit de markt, onder meer van rederijen en uit Azië, al is herstel „vandaag de dag nog niet” te bemerken.

De aanvankelijk pessimistischer voorspelling van de haven was gebaseerd op die van marktpartijen zoals rederij Maersk, die volgens Castelein aanvankelijk ook rekende op een terugval met 25 tot 30 procent in het tweede kwartaal. Volgens de directeur van het Havenbedrijf viel de neergang weliswaar mee, maar zal het herstel anderzijds ook langer duren dan aanvankelijk gedacht. „We hadden gehoopt dat we in het derde en vierde kwartaal scherper zouden terugveren.” In plaats van een V-vormig herstel zei hij een „Nike-swoosh” te verwachten, verwijzend naar het logo van het sportmerk.

Het Havenbedrijf zet geplande investeringen onverminderd voort, benadrukte Castelein donderdag. Het wil met name enkele projecten voor verduurzaming voortzetten. Het Rotterdamse havengebied is verantwoordelijk voor 20 procent van de landelijke uitstoot van CO2.

Volgend jaar wil de haven investeringsbeslissingen nemen over twee belangrijke infrastructuurprojecten voor verduurzaming. Dat betreft een hoofdleiding voor waterstof door de haven (100-150 miljoen euro), en het leidingnetwerk Porthos om afgevangen CO2 van de Rotterdamse industrie naar de Noordzee te voeren (450-500 miljoen euro).

Meer naar Azië

Van twee typen producten nam de overslag in de eerste helft van 2020 licht toe: biomassa (houtsnippers) die wordt bijgestookt in kolencentrales, en vloeibaar aardgas (lng). Europa importeerde ook vorig jaar al meer vloeibaar aardgas uit met name het Midden-Oosten en de Verenigde Staten; de gasprijzen zijn laag, en geïmporteerd gas vervangt de eigen productie uit Groningen.

Een opmerkelijke stijging vertoonde de export van goederen naar Azië vanuit de Rotterdamse haven. Die groeide met 13 procent. Castelein zei „geen flauw idee” te hebben om wat voor goederen dat gaat. „We weten niet wat er in zo’n container zit.” Hij erkende dat één van de producten die meer naar Azië gingen plastic afval kan zijn, waarnaar in West-Europa minder vraag is door de lage prijzen van nieuw plastic. Volgens de haventopman kan plastic echter „geen doorslaggevende factor” zijn in de toename van de export naar Azië, en gaat het waarschijnlijk om een breed scala aan producten.