Opinie

Dromen

Ellen Deckwitz

Gisteren vertrok ik met mijn zus en haar jongens voor een paar dagen naar de camping. „We moeten wel even kijken of er wifi is”, zei ze toen we de tent opzetten, „anders wordt de oudste helemaal gek.” Elke andere ouder zou een vakantie zonder internet toejuichen maar mijn overbegaafde neef (14) heeft een nieuwe obsessie: economie. Van school mocht hij de studieboeken voor het volgende leerjaar al mee hebben (de docent pinkte een traantje weg) en online volgt hij alle ontwikkelingen rond het Europese herstelfonds. Deels uit interesse maar ook omdat hij vreest dat het vooral zijn generatie is die de klappen ervan moet opvangen.

„Wauw”, zei onze campingbuurman toen hij mijn neef het ene na het andere boek zag wegwerken, „een tiener die nog leest.”

„Nou ja, het zijn geen romans hoor, maar gewoon financiële verhandelingen”, mompelde ik.

„Economie is ook een verhaal”, zei de campingbuur.

Ja, maar eentje dat je beter vat wanneer je ook kennis van de letteren hebt. Mijn neefjes’ grote idool Thomas Piketty stelt in Kapitaal en ideologie dat literatuur als geen andere tekstsoort de machtsverhoudingen in de maatschappij toont. Alleen al daarom zou je hopen dat het vak Nederlands niet nog verder wordt uitgehold en er op school ruimte blijft voor lezen. De mens begrijpt en beheerst de wereld immers aan de hand van verhalen. Je kunt niet vroeg genoeg beginnen jongeren in het duiden ervan te scholen.

Eens had ik een leerling die woest werd wanneer ze een boekverslag moest maken. Ze snapte niet waarom ze zich bezig moest houden met romans terwijl alles wat erin stond toch niet echt was. Ik antwoordde dat een belangrijk deel van onze wereld niet echt is. Op de beurzen wordt belegd in virtuele valuta. Iedereen die zich de kredietcrisis nog herinnert, weet hoezeer ficties kunnen ingrijpen in het dagelijks leven. De geldmarkten omvatten bedragen die evenmin bestaan als koning Gilgamesj, Emma Bovary of Batavus Droogstoppel, maar die desondanks een stempel drukken op onze toekomst, in het bijzonder op die van de jongste generatie. Wat literatuur en geld met elkaar gemeen hebben, is dat ze niet stoffelijk hoeven te bestaan om grote gevolgen te hebben.

Alleen al daarom hoop ik dat de neef zich naast in al die economische verhandelingen, ook eens gaat verdiepen in de roman. Om te leren hoe vertellingen je zowel in positieve als in negatieve zin kunnen meeslepen. Dat iets niet tastbaar hoeft te zijn om de werkelijkheid te beïnvloeden. En dat als je niet uitkijkt geld, net zoals een verhaal, een droom wordt waarnaar je je kunt gaan gedragen, met alle gevaren van dien.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.