Opinie

De laatste wijze raad van Amos Oz

Michel Krielaars

‘Wanneer kom je me nu eens opzoeken?” vroeg mijn vriendin Anna aan de telefoon vanuit Tel Aviv. „Straks hebben we hier een religieuze dictatuur zoals bij de ayatollahs en dan is het te laat.” Ze doelde op de ultra-orthodoxe Joden, die in Israël steeds meer politieke macht krijgen. Volgens haar is die ontwikkeling een veel groter gevaar voor de toekomst van dat land dan de annexatie van de Westelijke Jordaanoever.

Anna emigreerde in 2015 uit Rusland, omdat ze na de moord op oppositiepoliticus Boris Nemtsov een opleving van het antisemitisme vreesde. Toen die uitbleef, zat ze al op een zolderkamertje in Tel Aviv wanhopig Ivriet te leren, zocht ze werk als landschapsarchitect en ergerde ze zich eraan dat de meeste Israëli’s Tolstoj niet lazen. Maar hoewel het met dat Ivriet niet opschiet en een echte baan nog altijd op zich laat wachten, voelt ze zich in Israël veiliger dan waar ook ter wereld. „Het is het enige land waar Joden geen minderheid zijn”, zegt ze. „En daardoor hoef ik hier niet bang te zijn.”

In zijn postuum verschenen De laatste lezing. Hoe het verder moet met Israël zegt de eind 2018 overleden Amos Oz hetzelfde. Het is de wijze tekst van een groot schrijver die zich zijn leven lang tegen elke vorm van fanatisme keerde en in een tweestatenoplossing de enige garantie voor de beëindiging van het Israëlisch-Palestijnse conflict zag. Als er daarentegen één staat zou komen, zo meende Oz, dan was dat een Arabische met een Joodse minderheid, waar de Joden op den duur uit zouden worden verdreven.

Alleen al de vlucht van mensen zoals zijn ouders voor het Europese antisemitisme rechtvaardigde volgens Oz de Joodse staat. Tenslotte waren ze in de jaren dertig nergens welkom. Zijn inzet voor de oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict moet je in dat licht zien. Hetzelfde geldt voor zijn daartoe benodigde ‘genezende taal’, waarin je geen spijt betuigt, maar zegt: ‘Je hebt pijn. Ik weet het. Ik heb ook pijn. Laten we naar een oplossing zoeken.’ Het deed me denken aan wat hij ooit in een interview zei: ‘Literatuur laat je uit jezelf treden en in de huid van een ander kruipen.’

In De laatste lezing wijst Oz ook op het gevaar van nostalgie. Zowel de in Parijs wonende Palestijnse intellectueel die verlangt naar het dorp van zijn grootouders waar hij nog nooit geweest is als de zionist die het over de terugkeer naar het land van zijn voorvaderen heeft lijdt volgens hem aan ‘reconstritis’, een ziekte die steeds meer de kern van het zionisme lijkt te worden. Als je terug verlangt naar een niet meer bestaand verleden, moet je daar maar een boek of toneelstuk over schrijven, zegt hij: ‘Zoek wat u bent kwijtgeraakt in de tijd en niet in de ruimte, want u bent het niet kwijtgeraakt in de ruimte, u bent het kwijtgeraakt in de tijd.’

En als het om leiderschap gaat, citeert Oz de Amerikaanse president Truman: ‘Als een man in het Oval Office begint te denken dat hij de machtigste vent ter wereld is, dan verkeert die vent in grote, grote moeilijkheden, en datzelfde geldt voor het land, en voor de wereld.’

Anders dan zijn huidige ambtgenoot besefte Truman dat zijn enige echte macht eruit bestond dat hij anderen ervan kon overtuigen dingen te doen waarvan ze diep in hun hart wisten dat die gedaan moesten worden, maar waar ze geen zin in hadden. Een betere manier om de vrede te bewaren is er niet.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.