Brieven

Brieven 23/7/2020

EU-Top (2)

Liever vijand dan vriend

„Ik weet niet welke persoonlijke reden de Nederlandse minister-president heeft om mij of Hongarije te haten”, zei een getergde Viktor Orbán in een interview in Brussel tijdens de Europese top over het coronaherstelfonds afgelopen weekend. Gezien zijn niet altijd even rechtsstaatsvriendelijke eigenschappen zou ik me vooral druk gemaakt hebben wanneer Orbán had gezegd dat Rutte zijn grootste vriend zou zijn geworden.

Digitalisering onderwijs

Hoezo oud en digibeet?

Jammer hoor, zo’n groot uitgelichte zin „De docent van 62 haakte af toen er een digibord kwam”, bij het artikel Een schrift is soms beter dan een laptop (21/7). Stigmatiserend ook. Goed, ik ben nu 69 en ik werk niet meer, maar toen ik nog wel werkte was ik degene die de jongere collega’s steeds verder moest helpen in de digitale werkwereld. Digibetisme is niet leeftijdsgebonden.

Racisme

Invoelen kan bijna niet

In de column Wit ongemak (20/7) schrijft Daniëlle Pinedo: „Alsof ik zijn leed door mijn huidskleur nooit zou kunnen begrijpen.” En dat is inderdaad precies waar het om gaat. Ik woon nu 25 jaar samen met een vrouw van kleur, en ik besef inderdaad dat ik, wit van kleur, nooit helemaal zal kunnen invoelen hoe het is om vrijwel dagelijks aangestaard, nagekeken, aangesproken te worden om en op je kleur. Op straat, op je werk; beoordeeld, geminacht. En dat is deel van het probleem: wij witten onderschatten domweg hoe dat is.

Voltooid leven

Is het wel uitvoerbaar?

Over het Commentaar ‘Voltooid leven’ en euthanasie groeien dichter naar elkaar toe (21/7) waarin ‘de pil van Drion’ wordt aangehaald, wil ik het volgende opmerken. Voor we ons verdiepen in de pro’s en contra’s van het wetsvoorstel moeten we kijken naar de uitvoerbaarheid. Euthanasie betekent een pijnloos en stressloos overlijden. Dat gebeurt nu door medicamenten toe te dienen via een infuus. Naar mijn beste weten bestaat er geen gelijkwaardig oraal alternatief. We moeten vooral niet de indruk wekken dat het even goed met een pilletje kan. De stervensbegeleider, de uitvoerder van het vrijwillig levenseinde, zal dus ten minste over enige medische of verpleegkundige kennis en ervaring moeten beschikken.


chirurg in ruste

Gapers

Ze keken terug

Ewoud Sanders schreef vorige week over de gapers, de koppen die soms als uithangteken boven apotheken en drogisten hangen (De geest van de gaper, 15/7). Onderzoek naar de herkomst van het woord ‘gaper’ kan niet plaatsvinden zonder de objecten zelf te bestuderen. Sanders schrijft dat je bij „veel gapers pillen op de tong ziet liggen”. Echter, slechts een handjevol antieke gapers heeft een pil op de tong. Bij modernere exemplaren is dit vaker het geval, vanwege die onterechte overtuiging dat dit vroeger zo was. Sanders schrijft ook dat de meest waarschijnlijke verklaring voor de gaper is „dat een patiënt bij een consult van een apotheker of drogist de tong moest uitsteken voor een diagnose en bij het toedienen van een medicijn”. Apothekers en drogisten waren echter niet degenen die diagnoses stelden en het innemen van een medicijn gebeurde alleen in enkele gevallen door het uitsteken van de tong. Dat Van Lennep en Ter Gouw in 1868 deze verklaring gewicht geven, mag niet doorslaggevend zijn: hun boek bewijst dat midden negentiende eeuw al niet meer algemeen bekend was wat de herkomst van de gaper was. De uitleg van de schrijver Hofdijk uit 1862 wordt het meest ondersteund door tekstuele bronnen en de objecten zelf: om de „niet koopende maar slechts ledig toeschouwende omstaanders te beschimpen” zou de apotheker een houten spiegelbeeld van deze aangapers hebben uitgehangen.


farmaciehistoricus