Recensie

Recensie Boeken

Lionel Shriver: ‘Sport is pseudonazistisch narcisme’

Lionel Shriver In haar nieuwe roman neemt Lionel Shriver wraak op haar criticasters rondom culturele toe-eigening. Het is gemakkelijk en tragisch tegelijk.

Tekening Paul van der Steen

Vanaf het moment dat hij miskend in zijn tent op wraak broedt, wordt Ajax waanzinnig, en loopt zijn wraakoefening uit op vernedering. Gelukkig maar, want sinds deze episode uit de Griekse mythologie, blijkt wraak een mooi, zij het weinig effectief middel in de literatuur. Wraakzuchtige personages sterven, behalve wanneer de auteur mild is gestemd: dan worden ze vergeven. Genoegdoening is er zelden.

Wraak en gevoel voor destructie zijn goede eigenschappen voor een schrijver. Maar hoe zit dat bij een auteur die uit is op persoonlijke wraak? Die vraag dringt zich op bij het lezen van De weg van de meeste weerstand, de vijftiende roman van Lionel Shriver. Het boek lijkt een wraakoefening, die kan uitlopen op zelfdestructie.

Stereotype

Shrivers toorn richt zich op de wereld die haar beschuldigde van culturele toe-eigening. Na haar roman De Mandibles(2016) kreeg ze de kritiek dat haar personages van kleur nogal stereotype waren. Shriver verklaarde tijdens een lezing dat alle verbeelding vrij is, en dat de claim van culturele toe-eigening zou leiden tot schrijvers die alleen nog maar memoirs mochten schrijven.

Twee jaar later deed ze er nóg een schepje boven op door te verklaren: ‘Van nu tot 2025 zal literair uitblinken minder belangrijk gevonden worden dan dat je de juiste vakjes kunt aankruisen in de categorie gender, etniciteit, handicap, seksuele voorkeur en een hopeloze opleiding’. En ze koppelde daaraan de voorspelling dat een manuscript aangeprezen zal worden als dat van een ‘homoseksuele transgender van Caribische afkomst die op zijn zevende van school is gegaan en op een scootmobiel door de stad rijdt, hoe saai, incoherent, babbelig en onsamenhangend het ook is.’

Schoolshooting

Shriver is kortom een auteur die met gestrekt been een maatschappelijke discussie aangaat, bereid is tot het stellen van ongemakkelijke vragen en niemand ontziet, ook zichzelf niet. In NRC legde ze uit dat de maatregelen rondom corona erop gericht waren om mensen die toch al dood zouden gaan iets langer in leven te houden. Onze omgang met zorgkosten, te dikke mensen en hoe om te gaan met kinderen van een schoolshooting: ze komen in haar romans allemaal voorbij, zonder dat ze de lezer een hart onder de riem steekt. Integendeel, in haar romans neemt Shriver wraak op de werkelijkheid door die op scherp te zetten.

Waar vroeger mensen nog tot doel hadden Moby Dick te lezen, is dat nu een marathon lopen.

In Big Brother (2013) deed ze dat, net als nu, vanuit een persoonlijke invalshoek. De roman over onze manier van omgaan met mensen met overgewicht leverde een mooi en tragisch portret op, waarin het verdriet om haar broer overheerste. In De weg van de meeste weerstand – de titel typeert Shriver in een notendop – overheerst niet het verdriet, maar de woede.

In deze roman besluit ex-ambtenaar Remington Albaster van de een op de andere dag dat hij een marathon gaat lopen. Een mooi idee op zichzelf, maar het komt wat hard aan bij zijn vrouw Serenata die haar hele leven veel aan hardlopen deed, maar dat vanwege haar kapotte knieën niet meer kan. De actie van haar man confronteert haar met haar eigen ouderdom en onvermogen. De toestand verergert wanneer haar man zich na de marathon, waar hij eindeloos over heeft gedaan, door een personal trainer met de naam Bambi laat overhalen om aan een triatlon mee te doen. Hij komt in een groepje terecht waar deze Bambi als een soort goeroe de scepter zwaait (en zich flink laat betalen).

Lees ook: Denk na witte schrijver, over het zwarte personage dat je opvoert

Waar vroeger mensen nog tot doel hadden Moby Dick te lezen, is dat nu een marathon lopen, mijmert Serenata. Sport als nieuwe religie, waarin iedereen die niet meedoet aan het kuddegedrag als een verliezer of zwakkeling wordt neergezet. De sporthysterici die als een soort übermenschen – ze noemt de sportrage een ‘besmetting door pseudonazistisch narcisme’ – de wereld domineren zet Shriver geweldig neer. Mooi is ook hoe ze de teloorgang van cultuur koppelt aan de opkomst van sport. Fijntjes merkt ze op dat de leeslijst van The New York Times wordt beheerst door stukken over fitness. ‘Vrijwel het enige dat een advies voor intervaltraining van de eerste plaats kan stoten zijn artikelen die de heilzame werking van rode wijnen aanprijzen.’

Racist

De reden dat haar man is gaan sporten, is zijn ontslag als ambtenaar. Terwijl hij zich over stadsverlichting moest bekommeren, krijgt hij ruzie met zijn 27-jarige baas van Amerikaans-Nigeriaanse afkomst. Tijdens een gesprek over led-lampen heeft hij met de vuist op tafel geslagen, waarop zij een klacht heeft ingediend omdat hier sprake zou zijn van een haatmisdrijf. Tijdens een verhoor wordt hij ondervraagd over racisme. Hij vraagt dan: ‘Ik mag haar persoonlijk niet. Als mens. Kan dat nog? Is het wettelijk geoorloofd om vijandig te staan tegenover een specifieke persoon die toevallig behoort tot een „gemarginaliseerde gemeenschap”?’ Hij wordt ontslagen omdat hij als ‘oudere heteroseksuele witte man een jonge, zich als vrouw identificerende mens van kleur heeft aangevallen’.

Lees ook: ‘We zijn niet in oorlog met het virus, we plegen zelfmoord’

Helaas maakt Shriver van de hele vertoning een karikatuur, die anders dan bij de sportmanie-passages met woede is doorspekt. Een karikatuur maken vanuit het gevoel miskend te zijn, werkt zelden goed – zo ook hier en in de andere passages die over racisme gaan. Serenata zelf bijvoorbeeld krijgt minder luisterboeken in te spreken omdat ze stemmetjes acteert en dat wordt in het geval van zwarte personages als culturele toe-eigening gezien. ‘Even voor de goede orde. Ik moet nu de dialoog van een zwarte cokedealer uit Brooklyn voorlezen alsof hij professor middeleeuwse literatuur in Oxford is?’, reageert ze. Remmington geeft meermaals aan er moe van te worden dat hij standaard wordt gerekend tot het ‘heteroseksuele witte patriarchaat’.

Terwijl je je behoorlijk begint te ergeren aan de karikatuur en de soms zelfs kleinzielige grappen die Shriver maakt (‘mag ik het woordje zwartmaken nog gebruiken?’), begint steeds beter te dagen wat ze doet. Het echtpaar dat door de jeugdige Bambi tegen elkaar wordt opgezet, is immers opzij gezet en uitgerangeerd (het slot van de roman zet dat mooi neer). De twee slaan om zich heen net als Shriver zelf die na 2016 in haar uitlatingen steeds sarcastischer is geworden. Je zou de roman zelfs kunnen gaan lezen als een memoir, het enige genre dat volgens Shriver overbleef voor auteurs die zich niet schuldig wilden maken aan culturele toe-eigening.

Serenata en haar man zijn uit op wraak op hun omgeving. Met hun oude, kapotte knieën zijn ze onmachtig en tragisch. En laat die onmacht nu ongetwijfeld de kern zijn van wat Shriver zelf heeft ervaren na 2016: een boze auteur die altijd de tijdgeest perfect aanvoelde en nu niet wist wat ze ermee aan moest. De kapotte knieën staan voor het onvermogen van de auteur die het idee heeft in een wereld terecht te zijn gekomen ‘waar geen verbeelding voor nodig was’ en zich daar geen raad mee weet. En dan blijkt: een roman ontstaan uit een persoonlijke wraakoefening, is een goed idee, mits de auteur mank durft te lopen.