Opinie

Alle bedrijven moeten energie besparen

Klimaat Zonder energiegrootverbruikers niet langer uit van verplichte energiebesparing, schrijven en .
Industrie op de Centrale Maasvlakte, Hoek van Holland
Industrie op de Centrale Maasvlakte, Hoek van Holland Foto: David van Dam

In de discussie over mogelijke klimaatmaatregelen is er opvallend weinig aandacht voor energiebesparing. We houden ons vaak bezig met de overgang naar duurzame energiebronnen die niet tot CO2-uitstoot leiden. Maar hoe kunnen we bewerkstelligen dat er minder energie wordt gebruikt? Dan kun je die uitstoot ook terugdringen. De Nederlandse industrie heeft een ‘verborgen’ reductiepotentieel van minimaal 3 miljoen ton CO2 per jaar (1,6 procent van de totale uitstoot van Nederland). Dat is de conclusie van een onderzoek dat in opdracht van industriële brancheverenigingen is uitgevoerd, meldde NRC onlangs (Industriële CO2-uitstoot kan eenvoudig omlaag, 8/7). Die potentiële energiebesparing is hard nodig om de ambitie van het klimaatakkoord waar te kunnen maken.

Bedrijven zijn al vele jaren verplicht (op grond van de Wet milieubeheer) om alle denkbare energiebesparende maatregelen te treffen die in maximaal vijf jaar kunnen worden terugverdiend. Met meerjarenafspraken en toenemende toezicht en handhaving zijn op dit vlak belangrijke stappen gezet. Zo moeten bedrijven volgens het Klimaatakkoord in de toekomst energiebesparingsmaatregelen combineren met maatregelen die leiden tot duurzame energieopwekking. Het wetsvoorstel hiervoor zou voor 1 juli 2020 aan de Tweede Kamer worden voorgelegd. Dat is nog niet gebeurd, en dat is maar goed ook. Want er moet nog een kwestie worden opgelost.

Tot nu toe zijn grootverbruikers in energie, die onder de werking van het emissiehandelsysteem (ETS) vallen, namelijk vrijgesteld van de verplichting om maatregelen met een korte terugverdientijd te nemen. Deze vrijstelling is geen Europese verplichting, maar een Nederlandse toevoeging. Met de introductie van de emissiehandel in 2002 was de gedachte dat het beprijzen van de CO2-uitstoot voldoende zou zijn om de klimaatdoelen te halen. Aanvullende regels voor energiebesparing werden niet wettelijke verplicht.

Energie besparen of investeren?

De praktijk is dat, zoals Gertjan Lankhorst, voorzitter van branchevereniging VEMW, in NRC uitsprak, energiebesparende maatregelen moeten concurreren met andere investeringsbeslissingen. In deze wedstrijd geeft het economisch rendement veelal de doorslag. Kennelijk hebben energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder het de laatste jaren afgelegd, want die zijn niet genomen.

De tijd is dan ook rijp om de nationale vrijstelling van energiebesparing voor energiegrootverbruikers op te heffen. Daarmee creëer je een gelijk speelveld voor alle bedrijven. In de Wet Milieubeheer moet dan worden bepaald dat bedrijven in hun vergunningaanvragen en actualisaties van vergunningen moeten aangeven welke maatregelen zij treffen. De Omgevingsdiensten moeten toetsen of aan de verplichtingen is voldaan, en hierover rapporteren aan provincie of gemeente. Als een bedrijf de maatregelen niet uitvoert, moet een dwangsom worden opgelegd. Wij schatten in dat met deze aanpak minimaal het besparingspotentieel van 3 miljoen ton CO2 per jaar voor 2030 kan worden verzilverd. Dit potentieel is in ordegrootte vergelijkbaar aan de CO2-reductie die nu met de omstreden inzet van biomassa wordt bereikt. Terwijl hier niet eens subsidie voor nodig is.

Lees ook dit interview over energie besparen in de industrie: ‘Helft van opslagtanks is niet geïsoleerd’

Ingeburgerde kosten

Voor de bedrijven betekent dit dat energiebesparing onderdeel wordt van de vaste kosten voor het naleven van alle wettelijke regels. Afwegen tegenover andere mogelijke investeringen is niet meer nodig. Uiteraard kan dit wel het totaal aan investeringen beïnvloeden. De geschiedenis van het milieubeleid laat zien dat dergelijke kosten echter snel geïnternaliseerd worden, als de verplichting voor alle betrokken bedrijven geldt. Voor bijvoorbeeld de uitstoot van zwaveldioxide, een belangrijke veroorzaker van zure regen in met name de jaren tachtig en negentig, zijn maatregelen ter waarde van 5000 euro per ton inmiddels gangbaar en onomstreden.

Voor koolstofdioxide praten we vooralsnog over maatregelen die zich zelf terugverdienen, inclusief de besparing van zo’n 20 euro per ton aan uitstoot, omdat een bedrijf niet langer emissierechten hoeft te kopen. Verdere aanscherping is natuurlijk mogelijk door de terugverdientijd langer te maken.

Het zou logisch zijn om energiebesparing als regulier onderdeel van het milieubeleid te zien, vergelijkbaar met luchtkwaliteit, geluidhinder en bodembescherming. Met wetgeving, kostentoerekening en een goede uitvoering zijn in het verleden goede resultaten bereikt, die ook haalbaar zijn voor verbetering van de energie-efficiëntie bij alle bedrijven, klein en groot.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.