Reportage

‘We willen geen schooltje spelen’

Zomercampus010 De zomercampus in Rotterdam, de grootste van Nederland, moet vooral ‘tof’ zijn voor kinderen. „Gaan we naar Intertoys?”

Foto David van Dam

Néé, had de negenjarige Roan tegen zijn moeder gezegd. Ik wíl niet naar die zomercampus toe. Had Roan net groep vijf van basisschool De Mare in Rotterdam-Zuid achter de rug, moest hij van zijn moeder in de zomervakantie wéér naar een soort les. „Alleen rekenen vind ik leuk”, vertelt hij, „want dat vind ik makkelijk.”

Maar je gaat er spelletjes doen, had zijn moeder verteld. En nu zit Roan deze maandag dan toch bij de opening van de Zomercampus010 in het Zuiderpark. Net heeft zijn groepje hiphopdansles gekregen, straks gaan ze leren waveboarden. „Leuk”, vindt hij. „Ik ben blij dat het geen school is.”

Ruim 4.400 basis- en 250 middelbare scholieren in Rotterdam doen mee aan de Zomercampus010, de grootste zomercampus van Nederland, volgens initiatiefnemer Samuel Schampers van het lokale Jeugdfonds Sport & Cultuur. Het is een gratis programma tot eind augustus, vooral voor leerlingen die niet op vakantie gaan of wat extra kennis kunnen gebruiken – bijvoorbeeld wegens de coronapandemie en het thuisonderwijs.

Lees ook Voor het eerst slapen in een tent – de leukste vakantie ever

De kosten van zo’n 2,4 miljoen euro worden betaald door het ministerie van OCW, de gemeente, het Jeugdfonds Sport en Cultuur en andere organisaties en bedrijven.

Bijles en challenges

Jongeren in 3 vmbo, 4 havo en 5 vwo krijgen voor hun eindexamenjaar in twee weken bijles in één schoolvak naar keuze. Ook krijgen ze ‘challenges’ of opdrachten zoals: richt de binnenstad in voor de anderhalvemetersamenleving, en hoe kan je wijk je gezondheid of de circulaire economie stimuleren?

Eigenlijk was er plek voor wel 1.500 middelbare scholieren, maar het aantal (vrijwillige) aanmeldingen van jongeren is tegengevallen. „Die jongens denken: het is zomer, ik ga gewoon lekker een beetje ballen op het plein”, zegt Schampers. „Waar we lering uit moeten trekken is: als je vijftien jaar bent, maak je zelf die keuze, niet je ouder.”

Het programma voor kinderen uit groep drie tot en met zeven bestaat uit tien dagdelen met sport, natuur, cultuur en techniek. Ook maken ze in groepjes een kinderkrant om meer te leren over bijvoorbeeld interviewen, stukjes schrijven, foto’s maken en cartoons tekenen. „Ik dacht eerst dat we écht op zomerkamp gingen”, vertelt Livia (8).

Kikkergroene hoodie

Op deze eerste ochtend krijgen alle kinderen eerst een kikkergroene hoodie, een blauw T-shirt en een lunchbox met een krentenbol. Er gaat ook een grote krat bananen, appels en sinaasappels rond – maar die willen ze niet.

Lees ook het nieuwe Rotterdamse plan: ‘Schoolbesturen moeten meer leraren inzetten op moeilijke scholen in Rotterdam-Zuid’

Het is een vrolijke, drukke boel. Vertederd maken ouders filmpjes van hun stuiterende kinderen.

„Juf, ik krijg mijn trui niet uit.”

„Meester, iemand heeft mijn witte sleutelhanger gestolen.”

„Gaan we naar Intertoys?!”

„Mijn tas lekt!”

„Houd het hoofd koel”, is een van de instructies die de begeleiders hebben meegekregen, zegt studentenmentor Yesir Sewgobind (19), student psychologie aan de Erasmus Universiteit. „Probeer een soort grote broer of zus te zijn, zorg dat ze een leuke dag hebben.”

Mooi initiatief, vindt Riccardo Houtman, een van de weinige papa’s die erbij staat. Als er geen pandemie was, zouden ze 1.736 kilometer naar zijn schoonouders in Bosnië zijn gereden, zegt hij. Zijn dochtertje Alina (8) heeft nu helemaal toegeleefd naar de zomercampus. „Wij zien het als een extra stimulans om vriendjes en vriendinnetjes te maken”, zegt Houtman.

We gaan eerst kennismaken, zeggen leraren Hacham Arab en Ethan Haynes (beiden 26) tegen groepje K1 in een zaaltje in Zwemcentrum Rotterdam bij Zuidplein. Wat zijn jullie hobby’s? Nou, zeggen de kinderen: zwemles, voetballen, gamen, taekwondo, dansen, zingen én „Arabische les”.

Wat is een krant, vragen de leraren ook. Daar staat in wat er is gebeurd, hier en in het buitenland, weet groepje K1 heel goed. Welke landen kennen jullie dan? „Duitsland, Engeland, China, Amerika, Mocro.” Nee, Marókko, verbetert meester Hacham lachend. „En Hindoestaan-land.” Ja, bijna: India.

Kritiek en weerstand

Vooraf was er kritiek op de Zomercampus010. Leefbaar Rotterdam, de grootste oppositiepartij (11 van de 45 zetels), diende in de gemeenteraad twee moties in. Kon er voor 2,4 miljoen euro niet meer aandacht worden gemaakt voor taal en rekenen? En waarom was de campus alleen voor kinderen met leerachterstanden uit achterstandswijken? Kon dat niet breder?

Lees ook De Grote Thuisblijfgids: alles wat je nodig hebt om het thuisblijven te overleven

Beide moties haalden het niet, maar „iedereen is welkom”, reageert initiatiefnemer Samuel Schampers. „Dat communiceren we nu ook actief.” Verder moest de Zomercampus010 juist níét te schools worden. „Dit is gewoon extra voor die kinderen en tof.”

FOKOR, de vereniging van schoolbesturen in Rotterdam, was terughoudend om leraren in te zetten. „Er is geen sprake van achterstanden”, schreef de vereniging aan het college. Na dit roerige coronajaar moeten leraren uitrusten, vindt FOKOR. „Het advies van de besturen aan de leraren is dan ook om – als ze zich toch graag willen inzetten voor de zomercampus – dit maximaal drie weken te doen”, mailt FOKOR als toelichting.

„In het begin was er wat weerstand, maar vooral omdat ze dachten: we halen ons weer heel veel werk op de hals en het moet weer allemaal van ons komen”, zegt Schampers over de schoolbesturen. „Hun eerdere idee was dat we schooltje zouden gaan spelen en achterstanden weg zouden gaan werken, maar dat pretenderen we helemaal niet.”

De 65 docenten en 75 mentoren waarmee Zomercampus010 is begonnen, zijn ingehuurd via detacheringsbureaus, legt Schampers uit. Zoals mentor Lina el Morabit (17), die economie en recht gaat studeren aan de Erasmus Universiteit. „Anders was ik deze vakantie met vriendinnen of thuis”, zegt ze. „Dan heb je geen routine.”

Meesters Hacham Arab en Ethan Haynes, twee vrienden, geven normaal les op de middelbare school. Voor hen is dit een zomerbaantje waarmee ze wat goeds voor de stad kunnen doen. Los van elkaar zeggen ze allebei precies hetzelfde: „Als ik even niks doe, begint het te kriebelen, te jeuken, weet je.”