Pas achteraf blijkt of dit de tweede golf is

De opleving van het coronavirus Het aantal nieuwe ziekenhuisopnames is nog laag. Toch is waakzaamheid geboden ten aanzien van het oplevende coronavirus.

Op het terrein van de (oude) brandweerkazerne in Dordrecht is een Corona teststraat opgezet. De GGD voert testen uit bij mensen op afspraak.
Op het terrein van de (oude) brandweerkazerne in Dordrecht is een Corona teststraat opgezet. De GGD voert testen uit bij mensen op afspraak. Foto John van Hamond

De corona-epidemie leek begin deze maand in Nederland aardig onder controle, maar de besmettingscijfers beginnen de voorbije weken weer op te lopen. Vijf vragen over de opleving van het virus.

1Staan we aan het begin van een tweede golf?

Het eerlijke antwoord is: dat weten we niet. Veel virologen gingen ervan uit dat er dit najaar, als het griepseizoen weer begint, een tweede golf zou komen. Maar het aantal besmettingen groeit nu zo hard – de GGD’s vonden afgelopen week dubbel zoveel besmettingen als de week ervoor – dat er nu al zorgen ontstaan.

„Als we op deze manier doorgaan, hoeven we niet tot de herfst te wachten op een tweede golf”, zei viroloog Marion Koopmans dinsdag tegen NRC. Of de besmettingen de komende tijd echt blijven verdubbelen, is natuurlijk nog maar de vraag: zolang het virus niet helemaal verdwijnt, zal het aantal besmettingen in tijden waarop er geen grote golf is ook op en neer blijven gaan: nu en dan ligt het aantal besmettingen wat hoger, dan weer wat lager. Pas achteraf zal blijken of ook de opleving van deze week tijdelijk is.

2Zijn we nu beter voorbereid op een toename van besmettingen dan in het voorjaar?

Ja. Bij de eerste golf van coronabesmettingen, in maart van dit jaar, raakte de zorg overbelast. Er was een tekort aan testen, beschermingsmiddelen, IC-bedden en ervaring hoe dit nieuwe virus het beste bestreden kan worden. Hoewel deskundigen nog steeds vrezen dat een tweede golf van de epidemie de gezondheidszorg weer kan overbelasten, is de uitgangspositie nu beter.

De materiaaltekorten zijn voor een groot deel verdwenen. Doordat er nu veel intensiever getest kan worden, is er veel beter zicht op nieuwe uitbraken, opdat die op tijd ingedamd kunnen worden. De ziekenhuizen werken aan structureel meer ruimte op de IC, met een uitbreiding van de capaciteit naar 1.350 bedden. Maar belangrijker nog is dat nu de landelijke organisatie van de coronabestrijding tot stand is gekomen, waardoor iedereen beter weet wat te doen.

Dat geldt ook voor de algemene bevolking, die doordrongen is geraakt van de nieuwe leefregels van regelmatig handen wassen, drukte mijden en anderhalve meter afstand tot elkaar bewaren. Hoewel nu niet meer iedereen zich daaraan houdt, kan dit ‘collectieve geheugen’ snel aangesproken worden als de nood aan de man komt.

Artsen hebben in de eerste fase van de epidemie ook veel geleerd over behandeling van ernstig zieke coronapatiënten. Hierdoor is de zorg vermoedelijk verbeterd, al is dat niet precies te kwantificeren. Hoopvolle experimentele behandelingen – zoals met (hydroxy)chloroquine – vielen af, terwijl alertheid op complicaties door bloedstolsels is toegenomen.

Een afdoende geneesmiddel of vaccin is er nog steeds niet, maar artsen hebben intussen wel iets meer zicht gekregen op de beste behandeling van Covid-19-patiënten.

3Wordt er niet ingegrepen nu de R weer boven de 1 komt?

De R, ook wel het reproductiegetal, is een van de graadmeters van de epidemie: het staat voor het aantal mensen dat een zieke gemiddeld aansteekt. Een R hoger dan 1 betekent dat de epidemie groeit. De R in Nederland lag op 4 juli op 1,23, berekende het RIVM dinsdag. Is dat niet het moment om in te grijpen? Sommige regio’s doen dat al. In Goes scherpten verzorgingstehuizen de bezoekregeling aan, de veiligheidsregio Hollands Midden stelt dat Hillegom dicht tegen een „regionale lockdown” aan zit.

Maar voor er landelijke maatregelen worden genomen, wordt er ook rekening gehouden met andere factoren, zoals het aantal opnames in het ziekenhuis of het aantal patiënten dat op de intensive care is beland. Die zien er (nog) een stuk gunstiger uit: het aantal ziekenhuisopnames is bijvoorbeeld nog laag. Het RIVM berekende op basis van de uitbraak in het voorjaar dat er in elk geval ingegrepen moet worden als er in drie dagen tijd 120 ziekenhuisopnames zijn. Dan is er nog genoeg tijd om te voorkomen dat het zorgsysteem overbelast raakt. Tussen maandag en woensdag waren er vijf ziekenhuisopnames – ruim onder de kritieke waarde.

Lees ook: Het gevaar van de coronamaatregelen afschalen: de epidemie laat zich lastig meten

4Hoe zorgelijk is het dat er nu meer jongeren besmet raken?

Onder de besmette personen in de huidige uitbraken zitten meer jongeren. Sinds 1 juli is ruim 30 procent jonger dan 30, terwijl dat tussen februari en mei tussen de 10 en 20 procent was. Jonge mensen worden in het algemeen minder ziek van het virus. Maar dat wil niet zeggen dat ze onaantastbaar zijn: ook zij kunnen er ernstige klachten door krijgen. Bovendien kunnen jonge mensen anderen aansteken. Jongeren hebben gemiddeld meer sociale contacten, bleek uit eerder onderzoek van het RIVM, en gaan geregeld om met mensen uit andere leeftijdsgroepen, zoals ouders of opa’s en oma’s. Dat werd duidelijk in Goes: de uitbraak daar ontstond na twee privéfeestjes waarin voornamelijk jongvolwassenen besmet raakten. De epidemie groeide verder toen zij hun ouders aanstaken.

5Waar zijn de grootste uitbraken?

De GGD’s hebben 96 clusters gevonden: minimaal drie besmettingen die aan elkaar gelinkt kunnen worden. Gemiddeld zijn de gevonden clusters ruim vijf personen groot. Ze zijn verspreid door het hele land, stelt het RIVM. Daarbij zijn er geen locaties bekendgemaakt, maar van sommige brandhaarden is meer bekend. Zo zijn er zeker 23 besmettingen gevonden die zijn terug te leiden naar een kroeg in Hillegom. In Goes werden sinds begin deze maand 68 besmettingen gevonden, waarvan een flink deel afkomstig is van twee privéfeestjes. In Wanneperveen sloot een restaurant de deuren nadat er personeel en klanten besmet waren geraakt - inmiddels zijn daar meer dan tien besmettingen gevonden.

Ook Rotterdam springt in het oog: een zesde van de besmettingen, van de afgelopen twee weken, kwam uit die stad. De GGD Rotterdam-Rijnmond zegt dat het om verschillende haarden gaat die zijn ontstaan op feestjes, religieuze bijeenkomsten of op werksituaties in de haven of in de industrie. Echt grote clusters zitten daar niet tussen, stelt de GGD; vaak gaat het om tussen de vijf en acht personen.