Opinie

Ontstellende landschappen

Joyce Roodnat Joyce Roodnat bewondert in Groningen en Drenthe het werk van Jannes de Vries en Saskia Boelsums, twee kunstenaars die niet alleen gemeen hebben dat ze landschappen maken, maar ook dat ze tegen de ambachtelijkheid in hun eigen gang gaan.

Joyce Roodnat

Gelukkig nemen de musea het coronavirus wél serieus. Ik ontvlucht mijn lieve medetoeristen en kies voor het Veenkoloniaal Museum in Veendam, waar ik beland in een tentoonstelling van de schilderijen van de Groninger schilder Jannes de Vries (1901-1986). Ik ken het werk dat hem onderscheidde: landschappen die golven in krankzinnige kleuren, met lavendelpaarse hemels en netvliesverschroeiend gele velden. En nee, dat is niet gek, het klopt.

Ik dacht eigenlijk dat hij nooit anders deed, maar in Veendam zie ik ook veel ‘gewoner’ werk, met Italiaanse dorpjes zoals je Italiaanse dorpjes schildert en gedateerde bijbelse taferelen waarbij ik automatisch aan de kinderbijbel ‘Woord voor Woord’ denk. Hier pas wordt me duidelijk dat Jannes de Vries rond zijn 70ste de geest kreeg (of de pest in, of zin in leeuwengebrul, of wat dan ook), en de ambachtelijke veiligheid losliet. Toen werd elk schilderij een trip en zijn verbeelding zijn pusher. Hij was 82 en schilderde een gebruinde boerderij in Wierumerschouw in een elliptisch roze karrenspoor – alles tolt, alsof hij door een fish-eye-lens kijkt. Wat een geweldige ouwe kerel.

Het zal een naijleffect van Jannes zijn, maar op de expositie ‘Barbizon in Drenthe’ in het Drents museum in Assen loop ik ongedurig rond. Beeldschone landschappen van zeer beroemde schilders. En ook de ‘Drentse Madonna’ van Jozef Israëls. Lief, mooi, razendknap geschilderd, maar zonder erg in de werkelijkheid van de plaggenhut en zes kinderen in één bedstee. Het is allemaal zo romantiserend en ik heb het meer op emotionerend. Tranen hoeven niet, hartkloppingen zijn toegestaan.

Saskia Boelsums: Landscape #51. Bargerveen 2018-2019.

Een etage hoger ontploft mijn gemopper in mijn gezicht, want daar hangen de landschapsfoto’s van Saskia Boelsums. Ik huiver van genoegen. Het zijn ontstellende landschappen, maar eerlijk is eerlijk, ze echoën de schilderijen van daarnet. Er is een unverfroren romantisch sloepje in oranje avondlicht. Er is een kudde opgepoetste koeien op drift onder een dondervolle hemel. Er is een veld met wollepluis onder ideale zachte witte wolken… hé, zie ik daar penseelstreken?

Boelsums bewerkt haar foto’s – ik kijk in verwarring, ik voel het taboe. Fotografen moeten fotograaf zijn, ze horen het te doen met wat er voor hun lens gebeurt en niet in te grijpen. Maar waarom niet? Boelsums doet niet anders dan wat schilders doen die met hun penselen laten zien wat ze willen. Zij schept beelden die we als schilderij direct aannemen maar die we als foto niet kunnen geloven. Daardoor zijn ze anders dan die schilderijen, ook al doen ze eraan denken. De schilders waar ze naar verwijst suggereren de werkelijkheid. Boelsums houdt het op niet-werkelijkheid. Geen fantasie, geen leugen, maar een parallel. Ze sleept mee met iets wat alleen zij zag. Net als Jannes de Vries dat deed. Uiteindelijk.