Analyse

Nu de Britten weg zijn, is Rutte Mr. No

Europese top De zuinige Rutte werd in buitenlandse commentaren vergeleken met de oermoeder van de calculerende Europeaan; is hij een nieuwe Thatcher?

Hun daadwerkelijke vertrek, 1 februari, voelt al haast weer als lang geleden. Maar pas dit weekend werd het effect van de Brexit echt goed merkbaar in Brussel. Tijdens de eerste begrotingsonderhandelingen zonder de Britten ontbrak de oude oppervrek. Maar er stond ook een nieuwe op om zijn plaats in te nemen.

„Ik ben gewoon heel blij dat wat Nederland betaalt aan Europa nu ongeveer gelijk blijft”, zei premier Mark Rutte (VVD) dinsdagochtend, gevraagd naar wat hij waardeerde aan het zojuist gesloten akkoord over de meerjarenbegroting en een coronaherstelfonds. Het kan symbool staan voor het beeld dat de afgelopen maanden in delen van Europa ontstond: dat van Nederland als de cententeller met de rekenmachine voortdurend in de aanslag.

Hoorde je Rutte de afgelopen weken praten, dan viel de zinsnede „onder de streep” voortdurend. De ergernis bereikte afgelopen weekend een hoogtepunt en richtte zich in het bijzonder op Rutte zelf, als informele leider van de kleine, rijke, maar bovenal zuinige landen.

In diverse internationale kranten werd de vergelijking gemaakt met de oermoeder van de calculerende Europeaan: Margaret Thatcher. ‘Mr. No no no’ noemden Italiaanse kranten Rutte, met een verwijzing naar een bekend citaat van de Britse oud-premier. Is Rutte een nieuwe Thatcher? De vergelijking is op het eerste gezicht vrij plat en doet weinig recht aan de gelaagdheid die de houding van Rutte tegenover Europa kenmerkt. Gaat het om Europa, dan kent de premier meer dan één gezicht. De andere Rutte zag je dinsdagochtend evengoed, in de serieuze manier waarop hij opsomde waarom het Europese herstel cruciaal is – juist ook voor Nederland.

Een ruw ontwaken

Toch is de vergelijking met Thatcher om een aantal redenen interessant, alleen al om het feit dát ze gemaakt wordt. De afgelopen maanden waren voor Nederland ook een ruw ontwaken en een stoomcursus Europa-post-Brexit. Bij de vorige begrotingsonderhandelingen in 2013 kon Nederland nog schuilen achter de Britten. Om het eigen belang te verdedigen moest Rutte nu zelf in de wind gaan staan. Tel daarbij de coronacrisis op en de ‘draai’ die de Duitse bondskanselier Angela Merkel maakte, en Nederland kwam opeens in een storm terecht.

De vergelijking is ook interessant omdat het juist Thatcher was die in 1984 streed voor wat Rutte ook nu als zijn belangrijkste winst ziet: een korting op de nationale afdracht aan de Europese meerjarenbegroting. Thatcher maakte flink stampij over de ‘buitenproportionele’ bijdrage van het VK en kreeg voor elkaar dat de Britten voortaan minder hoefden bij te dragen.

Dat het kortingenstelsel later naar onder meer Nederland werd uitgebreid, was andere lidstaten (Frankrijk voorop) een gruwel. Het vertrek van de Britten leek voor de Europese Commissie de uitgelezen kans er voor eens en altijd een eind aan te maken.

Dat was buiten het verzet van de kleine kortingontvangers gerekend. Dat zij de komende zeven jaar hun korting onverminderd behouden, is voor de Commissie een fikse nederlaag. Het toont hoe succesvol de coalitie is gebleken: er ontstonden tot het eind van de rit nauwelijks scheurtjes.

Gerespecteerd veteraan

De Franse president Emmanuel Macron vergeleek Rutte tijdens een verhitte discussie zondagnacht met een andere voormalige Britse premier: David Cameron. Macron verweet Rutte dat hij een eurokritische houding om binnenlands-politieke redenen uitbuit en zijn land zo klaarstoomt voor een vertrek uit de EU.

Rutte benadrukte dinsdagochtend de ‘warme banden’ die hij ook na het robbertje vechten nog koestert met de andere Europese regeringsleiders, onder wie Macron. Dat is waarschijnlijk terecht: hoezeer Rutte zijn collega’s dit weekend ook ergerde, hij wordt ook nog altijd gewaardeerd. De status van Rutte, gerespecteerd veteraan onder de Europese regeringsleiders, dempt voorlopig de post-Brexit-schok.

Zeker is in elk geval dat Nederland geen Verenigd Koninkrijk is. Als klein handelsland, zonder geopolitiek of militair gezag, is het belang van de EU voor Nederland veel evidenter dan voor de Britten. Voorlopig lijkt Nederland zich dat nog altijd goed te realiseren. Ook de Nederlandse handtekening staat nu onder een weinig zuinig herstelfonds van bijna 400 miljard euro, uit te keren in subsidies.

Reacties en duiding pagina 4-6