Opinie

Nederland heeft een echte EU-strategie nodig

Europa De huidige crisis laat zien dat er fundamentele verschillen zitten tussen hoe lidstaten naar de EU kijken. Premier Rutte moet lessen trekken uit zijn verlies, meent .
Veiling van Banksy’s werk ‘Vote to Love’ in Londen, februari 2020. Foto Tristan Fewings/Getty
Veiling van Banksy’s werk ‘Vote to Love’ in Londen, februari 2020. Foto Tristan Fewings/Getty

Premier Mark Rutte is teruggekomen van de vierdaagse EU-top in Brussel als strijder voor het Nederlandse belang én als de grote boeman in bijna alle andere lidstaten. Maar ondanks al zijn verzet heeft de Europese Unie, door het opzetten van een reddingsfonds dat 390 miljard euro aan subsidies gaat uitkeren aan lidstaten die het hardst door de coronacrisis zijn getroffen, een grote stap gezet in de richting van diepere financiële integratie.

Dit was tot voor kort ondenkbaar voor Nederland en het zal niet de laatste keer zijn dat een Nederlandse regeringsleider moet buigen voor druk om verder Europees te integreren. Om hierop voorbereid te zijn moet Nederland een fatsoenlijk debat gaat voeren over wat de Nederlandse visie op de toekomst van de EU moet worden.

De lange onderhandelingen van deze week resulteerden in een EU-begroting voor de periode 2021-’27 die aanzienlijk minder modern en ambitieus is dan de eerste concepten, en dan de inzet van de Nederlandse regering. Moderne posten als innovatie en buitenlands beleid legden het af tegen de traditionele uitgaven aan landbouwsubsidies en cohesiefondsen.

Rutte geen winnaar van het weekend

Dat gebrek aan ambitie is grotendeels het gevolg van de concessies die werden gedaan aan Nederland en andere ‘vrekken’ (Zweden, Denemarken en Oostenrijk, de afgelopen dagen bijgestaan door Finland). Die dreigden niet in te stemmen met het reddingsfonds, dat oorspronkelijk was voorgesteld door Frankrijk en Duitsland.

Cruciaal ditmaal was dat de Duitsers de kant van de Fransen kozen. Bondskanselier Merkel, tijdens de eurocrisis nog fel tegen financiële integratie, was bang voor de economische en politieke gevolgen van de coronacrisis in landen als Italië en zag hier terecht een risico in voor de EU. Nederland was vanaf het begin van de coronacrisis juist fel tegen subsidies voor getroffen landen en wilde vooral praten over goedkope leningen.

Lees ook: Nu de Britten weg zijn, is Rutte Mr. No

Daarom is Rutte helemaal niet de winnaar van het afgelopen weekend. Hoewel de ‘vrekkige vier’ een grote korting op hun afdracht aan de EU krijgen, hebben ze geen veto gekregen over de nationale herstelplannen van de lidstaten, op basis waarvan het geld uit het fonds uitgekeerd gaat worden. Daarnaast is de door Nederland geëiste koppeling tussen EU-fondsen en het respect voor de rechtsstaat afgezwakt.

Eurobonds-schaap

Maar het opvallendste verlies voor Rutte is natuurlijk dat er toch een fonds komt dat bijna 400 miljard euro aan subsidies gaat verstrekken. Nooit eerder hebben de EU-lidstaten op zo’n grote schaal gezamenlijk geld geleend op de kapitaalmarkt.

Daarmee is het ‘eurobonds-schaap’ over de dam. Hoewel het coronaplan expliciet vermeldt dat het een eenmalig initiatief is, zal het bij een volgende crisis moeilijk worden de roep om herhaling te negeren. Vooral als het subsidieprogramma effectief blijkt te zijn zal de druk blijven toenemen om de euro af te maken door middel van de door Nederland zo gevreesde schuldenunie of transferunie.

De Italiaanse, Spaanse en Franse animositeit richting Rutte en belastingparadijs Nederland waait wel weer over. Maar de huidige crisis liet nogmaals zien dat er fundamentele verschillen zitten tussen hoe verschillende lidstaten naar de EU kijken. Waar veel landen tijdens de eerste fase van de crisis meteen naar de EU keken voor hulp, dacht men hier in Nederland amper aan.

Nederland is altijd maar gematigd enthousiast geweest over Europese integratie en volgde vaak de Duitsers. De EU ging vooral over de economische voordelen van de gezamenlijke markt en al het andere werd vaak schoorvoetend goedgekeurd. Maar nu de Duitsers positiever zijn geworden over financiële integratie, moet ook Nederland goed gaan nadenken over de toekomst van de EU – en haar eigen positie in die toekomst.

Er is daarom een diepgaander debat nodig in Nederland dan het huidige, dat blijft hangen bij gemorrel over geld en clichés over andere lidstaten. Enkel de populisten hebben een duidelijke visie, namelijk Nederland uit de EU.

Effectieve strategie

Politici en partijen moeten kleur gaan bekennen: wat willen ze écht met Europa? Als Nederland weet wat het wil, kan dat de basis zijn van een effectieve strategie om Europese integratie in een voor Nederland wenselijke richting te duwen. Nederland hoeft daar niet alleen in te staan, zoals het leiderschap van de zogenaamde ‘Hanzeliga’ liet zien – een groep noordelijke lidstaten die zich vorig jaar tegen verdere financiële integratie verzette.

Alleen door éérst zo’n debat te voeren en dan een strategie te formuleren, kan voorkomen worden dat de Nederlandse regering steeds vaker voor voldongen feiten komt te staan in Brussel. En dan blijft het verliezen. Niet alleen zal het dan de Europese integratie in een onwenselijke richting zien gaan, maar dit zal tegelijkertijd het draagvlak verminderen onder de Nederlandse bevolking voor lidmaatschap van een unie die ontegenzeggelijk economische voordelen brengt voor een handelsland als Nederland.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.