Hij wandelde graag over begraafplaatsen

Over sterfte Door het coronavirus overlijden veel meer mensen dan gemiddeld. Wie zijn zij? In deze aflevering: Theo Hübens (81).

Theo Hübens.
Theo Hübens. Foto privéarchief

In juli vorig jaar stelde Theo Hübens (81) een document van twee A4’tjes op waarin hij zijn levensloop uiteenzette. Hij had net te horen gekregen dat hij aan de ziekte van Alzheimer leed, en wilde dat de zorgverleners met wie hij te maken kreeg, wisten wie hij was en wat hij had gedaan. „Theo hield van zaken ordenen”, zegt zijn vrouw Lia Plaisier (60).

Omdat Theo de jongste van drie broers was, mocht hij gaan leren. De twee oudsten zouden de familieboerderijen in het Limburgse dorp Grathem overnemen. Zijn ouders stuurden Theo op zijn twaalfde naar een internaat. Na vier jaar werd hij daar „afgetrapt”. „Vanwege gebrekkige aanpassing”, schrijft Theo daarover in zijn levensdocument. „Niets aan te doen, niet mijn schuld! Een jongen die de eerste jaren van zijn leven opgroeit in oorlogstijd, in een groot uitgestrekt open landbouwgebied met alleen maar boerderijen”, schrijft hij. „Voortdurend bezocht door Duitsers op zoek naar onderduikers en paarden en varkens. Met tegen het einde van de oorlog de bevrijders in de vuurlinie rond het Kanaal van Wessem-Nederweert.”

Theo ging naar het gymnasium in Roermond en na zijn militaire diensttijd begon hij met de studie sociologie van arbeid en bedrijf in Nijmegen, waar hij actief was als acteur bij de toneelvereniging. Na zijn studie deed hij uiteenlopende projecten met betrekking tot ruimtelijke ordening in Zuid-Holland: hij werkte aan de planning en realisering van nieuwe woongebieden, maar deed ook onderzoek naar de behoefte aan een verzorgingstehuis. Later was Theo Hübens beleidsmedewerker bij de PvdA in Rotterdam.

„Hij deed de dingen waarvan hij vond dat ze nodig waren”, zegt Lia Plaisier. Theo vond dat mensen zich in de breedte moeten ontwikkelen. „Heel veel mensen denken in carrières en steeds een stapje hoger komen, maar zo dacht hij niet.”

In 1992 begon Theo als interim-directeur van een streekschool, waar hij Lia leerde kennen; ze was zijn secretaresse. „Collega’s noemden hem ‘Theo Tijdelijk’, omdat hij altijd zei dat hij maar even zou blijven.” Er was een conflict geweest met de vorige directeur, en Theo moest ervoor zorgen dat de sfeer weer goed werd, iets waar hij heel geschikt voor bleek. „Hij was een heel prettig mens dat ons de ruimte bood om onze taken uit te voeren”, zegt de toenmalige adjunct Paul Nas. „Geen leider die voortdurend zijn stempel wilde drukken en de letterlijke baas wilde zijn.”

‘Je moet dat dorp uit’

Theo was een moderne man voor zijn leeftijd, zegt Lia. „Hij stond erop dat hij de helft van het huishouden deed. En hij was er trots op dat ik veertig uur werkte. Zijn vorige vrouw Dory, die in 1992 overleed, had ook een fulltimebaan.”

Als Hübens zijn twee nichtjes, die ook op een boerderij opgroeiden, ging opzoeken zei hij steeds dat ze naar school moesten, dat ze moesten leren. ‘Je moet dat dorp uit.’ Niet dat hij zijn wortels verloochende: als student ging hij iedere zomer terug naar de ouderlijke boerderij om op het land te werken.

Theo was het gelukkigst als hij achter in de tuin zat en keek naar het monumentale pand midden in het centrum van Maastricht waar Lia en hij in 1998 zijn gaan wonen. Nadat Theo op zijn 60ste met pensioen was gegaan, begon het echtpaar er een kunsthuis. In militaire dienst had hij even in Maastricht gelegen, en de stad was nooit uit zijn gedachten verdwenen. Lia geeft er les in dwarsfluit, piano en blokfluit. Ze exposeerden er werk uit hun eigen collectie of van lokale kunstenaars.

Na zijn 60e begonnen Theo Hübens en zijn vrouw een kunsthuis in Maastricht.

Foto privécollectie

„Als Theo niet kon doen wat hij wilde, voelde hij zich ongelukkig”, zegt Lia. „Toen de arts hem vertelde dat zijn geheugen minder werd, zei Theo ‘vergeten is vergeven’, maar hij had het er moeilijk mee.”

De dagbesteding was niets voor Hübens. „Daar keken ze natuurfilms, terwijl Theo en ik pas geleden nog naar de voorstelling Oedipus waren geweest en in de bioscoop de laatste film over het leven van de Franse schrijfster Colette hadden gezien.”

Begin dit jaar ging Theo ineens snel achteruit. „Hij herkende het huis en mij niet meer. Als ik hem aan de telefoon had, dacht hij dat ik belde omdat ik de weg niet kon vinden. ‘Waar sta je, dan pak ik een kaart erbij’, zei hij.” Op 3 maart ging Theo naar het verpleeghuis. „Twee weken heb ik hem nog kunnen bezoeken en toen gingen ze dicht.”

De zorgverleners gingen alleen nog maar in beschermende kleding bij Theo naar binnen. Dat vond hij niet eng. „‘Jullie kunnen zo in een toneelstuk met die pakken’, zei hij tegen hen.”

Theo had wel gehoord van die „vreselijke griep”, maar weet niet dat hij eraan is gestorven.

Hübens hield van begraafplaatsen en wandelde er graag. Zijn plek op het monumentale deel van de begraafplaats Tongerseweg, koos hij jaren geleden zelf uit. Op de uitvaart waren 26 gasten. „We hebben twee stoelen vrijgelaten voor mensen die zouden komen aanwaaien. De stoelen bleven leeg en symboliseerden voor mij alle mensen die erbij hadden willen zijn, maar niet mochten.” Zijn kist werd tijdens de warmste dagen van april naar het graf getild door zes dragers; Lia , twee nichten en Theo’s schoonzus liepen ernaast. „Theo was een charmeur. ‘Vier vrouwen’, zeiden we, ‘hij heeft het weer goed voor elkaar’.”