Opinie

Burgerraad? Somber niet over het parlement

Democratie De opkomst bij verkiezingen is hoog en het vertrouwen in de Tweede Kamer is groot, schrijven en .
De Franse premier Jean Castex spreekt met leden van de recente burgerraad in de tuin van het Matignon.
De Franse premier Jean Castex spreekt met leden van de recente burgerraad in de tuin van het Matignon. Foto Tomas Padilla-Pool/SIPA

Als we over democratie praten, duikt tegenwoordig de burgerraad op als alternatief voor de klassieke volksvertegenwoordiging: laat besluiten niet nemen door een parlement, maar wijs via het lot burgers aan die de tijd krijgen om zich in een maatschappelijke kwestie te verdiepen, en neem hun voorstel over. Laat moderne burgers het zelf doen, ze zijn eraan toe!

Dat was ook het pleidooi van Daan Roovers en Eva Rovers onlangs in NRC (Laat burgers politici helpen: organiseer een burgerberaad, 4/7), naar analogie van de Franse burgerraad die zich op uitnodiging van president Emmanuel Macron boog over het klimaatbeleid. Na een enorme wervingsactie onder de bevolking sprak een doorsnee van gewone Fransen ettelijke weekenden lang met elkaar en met experts. Tot ze met een grote serie aanbevelingen kwamen, die de Franse president zoals beloofd bijna allemaal overneemt. Bijna – de angel ging er al uit doordat Macron een ‘joker’ inzette om te voorkomen dat de dividendbelasting in Frankrijk gebruikt zou worden om de milieumaatregelen te betalen.

Toch was het een mooi experiment. Maar er gebeurt ook iets raars wanneer een president een burgerraad instelt. Zowel parlement als burgers die niet staan te trappelen om mee te vergaderen worden een beetje verdacht gemaakt, en daarmee ook het idee van de representatieve democratie. Het aardige van representatie is dat een groep gekozen mensen zich een paar jaar buigt over het algemeen belang, voordat ze weer afgerekend worden op hun stemgedrag. De rest van de maatschappij gaat ondertussen zijn eigen gang.

Staatscommissie voor vernieuwing

We zijn daar de afgelopen jaren nogal somber over gaan denken. Johan Remkes was voorzitter van de staatscommissie parlementaire vernieuwing die eind 2018 een rapport uitbracht. Dat betoogde met kracht van argumenten dat opleiding fikse invloed heeft op hoe je je door het parlement vertegenwoordigd ziet en voelt. Een directe stem kan dit helpen corrigeren, bijvoorbeeld via een spaarzaam ingezet correctief referendum. De nuance van die boodschap raakt snel tussen de wielen.

Remkes brak onlangs in de Volkskrant losjes de staf over het parlement: de zittingsduur wordt korter, de traditionele partijen lopen leeg, scoringsdrift zet de toon, het gezag is verloren. De teneur van Roovers en Rovers is dat de volksvertegenwoordiging en politieke partijen geen voeling meer hebben met de samenleving en dat er daarom bypasses nodig zijn in de politieke besluitvorming. Minister van Binnenlandse Zaken Ollongren is nu mondjesmaat begonnen voorstellen van de staatscommissie in te voeren, met in ieder geval meer ruimte voor de voorkeurstem.

Ondertussen hebben we het er nog maar zelden over dat de opkomst voor de Tweede Kamerverkiezingen nogal hoog is. Of dat het vertrouwen in de Tweede Kamer groeide de afgelopen tijd – misschien tijdelijk, maar toch. Of dat de verkalking van de volksvertegenwoordiging meevalt, omdat er telkens nieuwe partijen aan de verkiezingen meedoen, die met enige regelmaat verduurzamen.

Het zijn bovendien nogal eens bestuurders die warmlopen voor alternatieve democratie, zoals in Frankrijk Macron het voortouw nam, nadat hij in 2017 de middenpartijen uiteendreef. Zo ziet ook in Nederland de top van de klassieke middenpartijen (VVD, CDA, PvdA, D66) met leedwezen dat concurrenten hun basis oppeuzelen, en dat leidt dan bijvoorbeeld tot burgemeesters die liever actieve burgers horen dan de gemeenteraad. Allicht zijn er ook gewone burgers die graag wat meer hun stem laten horen, maar of ze tijd willen opofferen om mee te besturen is weer wat anders. Laat staan of het bestuur gehoor geeft aan al die inspanningen.

Lees ook dit opiniestuk: Een sterker parlement én grotere invloed van kiezers, het kan

Goede burger kan ook zwijgen

Het neemt allemaal niet weg dat zoals ieder sociaal contract ook democratie af en toe vernieuwd moet. Het Franse ‘deliberatieve’ experiment lijkt inderdaad beter ontworpen dan bijvoorbeeld eerdere Nederlandse referenda. Deliberatie vergt dat alle deelnemers elkaar serieus nemen. Zo vermijd je het gehakketak van Twitter (‘Jij bent een NSB’er!’ ‘Nee jij!’) en beperk je corruptie, door multinationals met diepe zakken voor lobbycampagnes of demagoogjes aan de leiband van het Kremlin. Wie weet wat er na zo’n oefening over zou blijven van de Nederlandse klimaatscepsis.

Maar twee zaken moeten niet ondersneeuwen. Ten eerste dat democratie verbeteren ten faveure van mensen die zich slecht vertegenwoordigd voelen, niet draait om een uitruil tussen volksvertegenwoordigers en volk. Als wetgeving niet werkt, kan het zijn dat de regering of haar ministeries hun taken verzaken. Marktgericht werken door de overheid, de decentralisering van de verzorgingsstaat of recent het beleid rond de coronacrisis dragen misschien ook niet bij aan rechtsgelijkheid of het gevoel van burgers dat ze ‘in control’ zijn.

Allicht dat de volksvertegenwoordiging dat beleid afstempelt, maar er zijn toch echt meer formele en informele representanten van de democratie. Het waren gemotiveerde parlementariërs die zich buiten het oog van het publiek vastbeten in de Belastingdienst. Vanuit dat perspectief kun je ook speculeren dat de oplossing schuilt in meer volksvertegenwoordigers met grotere onderzoeksbudgetten.

Ten tweede dat goede burgers kunnen spreken én zwijgen. ‘Slechts een kiezer zijn’ is geen te beperkte invulling van burgerschap, zoals Rovers en Roovers suggereerden. Het lijkt er vaak op dat mensen bewust een mandaat afgeven aan professionals, om hen tot nader order te vertegenwoordigen. Men accepteert, tamelijk verstandig, bij voorbaat dat compromissen onvermijdelijk zijn. Het verlangen naar meer zeggenschap is zo’n beetje altijd terecht, maar komt in een diverse samenleving zo gevarieerd tot uitdrukking dat representatie nog best een aai over de bol verdient.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.