Joris van Gool op de 60 meter tijdens het EK Indoor in 2019 in Glasgow. Hij haalde er verrassend de bronzen medaille.

Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Interview

Sprinter Joris van Gool: ‘Wordt het Europese top of wereldtop? Ik ben benieuwd’

Atletiek Joris van Gool, Nederlands snelste sprinter, wil het jaar gebruiken om op de Spelen in Tokio, volgend jaar, finalewaardig te zijn. „Ik streef naar een tien.”

Kort nadat Joris van Gool er een tijd van 10,29 seconden over 100 meter heeft uitgeperst, vlijt hij zich met ontbloot bovenlijf aan de voeten van Dafne Schippers en haar hond Mexx. Om zijn race te analyseren.

De 22-jarige sprinter gaat gretig te rade bij zijn trainingsmaatje uit de nationale selectie van coach Bart Bennema. Typisch Van Gool, met zijn onstilbare honger naar details. Want ooit, maar ’t liefst zo snel mogelijk, wil de jonge atleet die magische grens van tien seconden doorbreken.

De adviezen van Schippers inhaleert Van Gool, zittend in het gras, met volle teugen. Van haar, tweevoudig wereldkampioen op de 200 meter, kan hij leren. Zij heeft het traject grotendeels afgelegd waaraan Van Gool net is begonnen. En die zaterdag, bij een testwedstrijd op de atletiekbaan van nationaal sportcentrum Papendal, waar hij Churandy Martina en Hensley Paulina zijn hakken liet zien, wil Schippers met alle plezier haar wijsheid delen.

De extra ‘coronawedstrijd’ van de Atletiekunie past niet in haar schema, waardoor Schippers haar aanwezigheid beperkt tot de passiviteit van toeschouwer met hond. Maar als Van Gool zich bij haar meldt, vervult de sprintster probleemloos de rol van mentor. „Dat is het mooie van onze trainingsgroep, waarvan naast Dafne onder anderen ook Martina en Nadine Visser deel uitmaken. Die zijn ervaren en kunnen mij rustig houden, zo van: het komt wel goed, jongen”, zegt Van Gool, nadat hij nog kolkend van de adrenaline Schippers heeft aangehoord.

Heeft-ie nodig, enige sturing. Van Gool is een exemplarische sprinter: expressief, explosief, maar vooral ongedurig; het type eerst doen en dan denken. Voor een sprinter bepaald geen slechte eigenschap, vergoelijkt Van Gool in één adem. „Over 100 meter heb je weinig tijd om na te denken. Als het startschot klinkt, moet je gáán, dan zie je aan de finish wel wat ervan geworden is.”

Start van internationaal niveau

Dat is zijn gevoel, niet de werkelijkheid. Die is weerbarstiger, weet ook Van Gool. Over 100 meter zijn de verschillen zo miniem, dat details bepalend zijn voor de rangorde. Uit de zon, in een partytent, geeft de sprinter vervolgens blijk van een dieper besef. Daar vertelt hij over zijn laatste 40 meter die nog te veel ‘afpiekt’. De start, zijn wapen, is van internationaal niveau, maar dan.

Metingen van de Britse biomechanicus Paul Brice op trainingen wijzen uit dat Van Gool progressie maakt op de laatste meters, maar nog niet genoeg. „Mijn slotstuk zal nooit zo goed worden als dat van Martina, maar mijn grens heb ik nog niet bereikt, dat voel ik. Wordt het Europese of wereldtop? Ik ben benieuwd. Maar ik ben geen type van: hoi, hier ben ik, om na de eerste serie achtste te worden en weer naar huis te mogen. Ik wil presteren, altijd en overal.”

Uitgerekend in het jaar dat Van Gool aansluiting met de Europese top had willen realiseren, verspreidt zich het coronavirus. Geen EK, geen Olympische Spelen, hij moet zich behelpen met een gemankeerd internationaal programma in augustus en september. Van Gool zoekt vooral tegenstanders uit de Europese sprinttop, jongens aan wie hij zich volgend jaar hoopt te spiegelen op de WK indoor, de EK en de Spelen, zoals de Brit Chijindu Ujah, de Italiaan Filippo Tortu en Ján Volko uit Slowakije. Van Gool wil in het nieuwe olympische jaar 2021 finalewaardig zijn.

Lees ook: Het moet veel harder, vindt sprinter Joris van Gool ook zelf

Aan ambitie geen gebrek. De realist in hem zegt dat 9,70 seconden voor een wereldtitel te hoog gegrepen is, maar een race onder de tien seconden acht de sprinter met een persoonlijk record van 10,16 seconden haalbaar. Van Gool: „Ik neem de loopbaan van Churandy Martina als voorbeeld: hier en daar een finale, met medailles op Europees niveau.”

Studeren kan later

Zijn carrière moet wel tot resultaat leiden, anders is stopzetting van zijn studie fysiotherapie zinloos geweest, vindt Van Gool. Studeren kan na zijn dertigste ook nog, redeneert-ie. „De kans om de wereld over te reizen, mooie plekken te zien en interessante mensen te ontmoeten, doet zich nu voor. Die moet ik grijpen. Een combinatie van studie en sport werkt bij mij niet. Dan haal is zesje op school en zesjes op de atletiekbaan. Daar doe ik het niet voor. Ik streef naar een tien.”

Van Gools norm is de Chinese sprinter Su Bingtian, die Aziatische titels won, tweemaal in een WK-finale stond én onder de tien seconden liep. „Hij is net als ik een explosieve starter met een minder slot. Maar hij heeft de 100 meter wél in 9,99 seconden gelopen. In mijn ogen het voorbeeld van een kleine man en niet zwart, die toch onder de tien seconden kan lopen. Als Su Bingtian het kan, moet ik het ook kunnen.”