Opinie

Wit ongemak

Danielle Pinedo

De voorbije maanden interviewde ik meerdere (ex-)voetballers over racisme. En het gekke is: ik heb me nog nooit zo wit gevoeld. Edgar Davids bijvoorbeeld raakte geïrriteerd toen ik vroeg waarom het erg is dat Zwarte Piet (als fenomeen) bestaat. „Nee, nee”, riep hij. „De vraag moet zijn: hoe kan het dat hij anno 2020 nóg bestaat?”

Ook Frank Mijnals werd ongeduldig van mijn „naïeve” vragen over racisme in het voetbal, eind jaren vijftig.

„Bent u wit of zwart”, wilde hij vanuit Suriname weten.

„Wit”, zei ik. „Doet dat ertoe?”

Hij vond van wel. Alsof ik zijn leed door mijn huidskleur nooit zou kunnen begrijpen. Het voelde als wantrouwen.

Toen ik vorige week het racismedebat met Jort Kelder volgde, gebeurde iets soortgelijks. Ik had plaatsvervangende schaamte toen een blanke vrouw zei dat ze „niet wit geprivilegieerd” is, omdat ze als MS-patiënt geen steun van de gemeente krijgt. Haar onmacht was invoelbaar, maar ik vreesde dat ze gekleurde deelnemers schoffeerde met haar – witte – pijn.

Ik belde Sarita Bajnath, die trainingen geeft over white privilege aan onder meer gemeenten, universiteiten, politieke partijen en de Nationale Politie.

Waarom is mijn ongemak zo groot als ik over racisme praat, vroeg ik. Heb ik een blinde vlek? „Witte mensen denken vaak dat ze kleurenblind zijn”, zei ze. „Zo van: we praten van mens tot mens. Maar jij leeft niet het leven van een zwarte man of vrouw. Je kunt dénken dat je veel over racisme weet, maar uitsluiting op basis van huidskleur gaat generaties terug – soms met de dood tot gevolg. Die gevoeligheid moet je aanvoelen. Je kunt niet over racisme praten alsof het om een moestuin gaat. Mensen van kleur ervaren dat als heel naar.”

Misschien is het wel goed, zei Bajnath, dat Mijnals naar mijn huidskleur vroeg. „Natuurlijk voel je je weggezet, maar weet dat mensen met een migratieachtergrond voortdurend op hun huidskleur worden aangesproken. ‘Waar kom je vandaan? Hoe kom je aan je kleur? Ken je die en die in Suriname?’ Hoe vaak ik niet verantwoording moet afleggen voor gedrag van niet-westerse mensen. Heb jij ooit verantwoording moeten afleggen voor de daden van Joran van der Sloot?”

En die vrouw van het racismedebat, vroeg ik. Waarom schaamde ik mij, als witte vrouw, voor haar uitspraken? „Omdat haar verhaal, hoe belangrijk ook, niet over racisme gaat”, zei Bajnath. „Het is een vorm van whataboutism: door toch ruimte in te nemen in zo’n debat, bagatelliseert ze de verhalen van anderen.”

Maar hé, zei ze, al dat ongemak is zo slecht nog niet. Sterker: het is heel belangrijk om ook dáárover met elkaar van gedachten te wisselen. „Zonder wrijving geen glans.”

Het zal, vermoed ik, voorlopig nog even blijven wrijven.

Danielle Pinedo schrijft tijdens de zomer enkele columns op deze plek.