Opinie

'Voltooid leven' en euthanasie groeien dichter naar elkaar toe

Initiatief D66

Commentaar

Het D66-wetsvoorstel dat voorziet in een levenseinde in eigen beheer maakte vorige week zoals verwacht slapende honden wakker. De initiatiefnemer, Tweede Kamerlid Pia Dijkstra, diende het langverwachte voorstel vrijdag in, waarna de tegenstanders hun kritiek herhaalden. De ChristenUnie framet het als een aanval op kwetsbare ouderen. Een ‘laatstewilpil’ als aanjager van angst en onzekerheid bij ouderen die zich daardoor nog ongewenster zouden voelen. Dan wel het vestigen van een ‘doodscultuur’ waarin het ouderen niet meer gegund is om hun einde gewoon af te wachten. En dat in coronatijd. De argwaan en afkeer bleken groot.

Het voorstel beoogt het tegenovergestelde. Het onderstreept het recht op zelfbeschikking, persoonlijke autonomie en eerbiediging van de menselijke waardigheid. Het recht op hulp bij zelfdoding dient als geruststelling voor al diegenen die een ontluisterend levenseinde vrezen. Die gedachte werd voor het eerst in 1991 onder woorden gebracht door de jurist Huib Drion, die in NRC schreef. „Het lijkt me aan geen twijfel onderhevig dat veel oude mensen er een grote rust in zouden vinden als zij over een middel konden beschikken om op een aanvaardbare wijze uit het leven te stappen op het moment dat hun dat […] passend voorkomt”. Een recht op zelfdoding dus. Dit wetsvoorstel voorziet in professionele hulp door een stervensbegeleider en met een leeftijdsgrens van 75.

Voltooid leven: bedreiging of geruststelling. Beide gevoelens dienen even serieus genomen te worden. Hoezeer de kleine christelijke partijen dit wetsvoorstel en iedere beweging eromheen ook verwerpen, het gesprek erover moet verdergaan. Autonomie is voor het individu dat zijn hele leven vrije keuzes tracht te maken, bij het levenseinde maar moeilijk uit handen te geven. Dat lukt waarschijnlijk gemakkelijker als de ‘pil van Drion’ als laatste redmiddel beschikbaar is – in Zwitserland blijkt dat 70 procent van degenen die na toetsing toegang tot de ‘laatste pil’ krijgen, deze nooit gebruikt.

Lees ook: Voltooid-leven-wet ondermijnt euthanasiepraktijk

Het gesprek kan nu gevoerd worden dankzij een wetsvoorstel dat nieuwe inzichten heeft meegewogen. Deze kabinetsperiode zal het niet tot behandeling komen; ook de Raad van State moet nog adviseren. Er wordt dus tijd genomen, wat positief is.

In reactie op eerdere kritiek stelt Dijkstra de functie van ‘stervensbegeleider’ bij: behalve met de aanvrager zal er ook met diens familie en huisarts worden gesproken, indien de aanvrager dat goedkeurt. Dit om externe druk te signaleren en alternatieven te verkennen. Ook komt er een second opinion. Daarmee is de voorgestelde procedure dus dichter bij die van euthanasie op medische grondslag gekropen. Ook daar is de kring groter en zijn er ruimere termijnen. Voltooid leven als instantdood op bestelling is dus gematigd. Ook dit wordt een ‘examen’, met vragen en bedenktijd. Sociale druk of misbruik worden ontmoedigd. Het maakt ook het verschil met de euthanasieprocedure kleiner

Daarmee wordt een inherente zwakheid aan het voorstel onderstreept. Hoe zal straks naast de arts voor ‘uitzichtloos en ondraaglijk lijden’ een stervensbegeleider met de maatstaf ‘voltooid leven’ (levensmoeheid, existentiële eenzaamheid, verlies en aftakeling) functioneren? De neiging om de makkelijkste weg te kiezen is niemand vreemd. Wie uitzichtloos en ondraaglijk lijdt, beseft al gauw dat het leven kennelijk is voltooid en ook daarom beëindigd zou kunnen worden. Zo bezien gaan hulp bij zelfdoding en euthansie op verzoek op termijn sterk naar elkaar toegroeien. Als het voorstel tenminste ooit wet wordt.