Toezichthouder: financiering zorg moet fundamenteel anders

Zorgstelsel Toezichthouder NZa wil alternatieve vormen van financiering in de zorg. Nu wordt vaak per behandeling betaald, maar per jaar of zorgtraject betalen is vaak beter, staat in een advies.

Met name de ziekenhuiszorg is te veel een „verdienmodel” geworden, zegt NZa-topvrouw Marian Kaljouw.
Met name de ziekenhuiszorg is te veel een „verdienmodel” geworden, zegt NZa-topvrouw Marian Kaljouw. Foto Lex van Lieshout / ANP

In de financiering van de Nederlandse gezondheidszorg moeten „fundamentele veranderingen” worden aangebracht. Daarvoor pleit de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), een van de toezichthouders in de zorg, in een advies aan het ministerie van Volksgezondheid. In het advies, dat dinsdag naar de Tweede Kamer is gestuurd, schrijft de toezichthouder dat aanpassingen in de bekostiging van de zorg dringend nodig zijn „om het stelsel op termijn betaalbaar en toegankelijk te kunnen houden”.

De NZa, die de tarieven in de zorg vaststelt en mede bepaalt welke zorg vergoed wordt, sprak zich vorige maand in een interview met NRC uit over het tegengaan van „onnodige” zorg. Volgens bestuursvoorzitter Marian Kaljouw zitten er te veel verkeerde productieprikkels in de huidige manier van financieren, omdat nu vaak per behandeling wordt betaald. Daardoor is met name de ziekenhuiszorg te veel een „verdienmodel” geworden, zei Kaljouw. De toezichthouder kreeg daarom de vraag van het ministerie om te kijken hoe dat anders kan en welke lessen uit de coronacrisis kunnen worden getrokken, toen een deel van de zorgvraag wegviel en veel zorg digitaal ging.

De toezichthouder stelt nu voor dat er verschillende vormen van bekostiging naast elkaar komen te bestaan. De NZa pleit voor het vaker inzetten van zogenaamde ‘zorgbundels’, waarin niet een enkele behandeling, maar een volledig zorgtraject wordt gefinancierd. „Dan pak je bijvoorbeeld bij een heupoperatie niet alleen de operatie, maar ook de screening vooraf mee, en de behandeling door de fysiotherapeut achteraf”, zegt Josefien Kursten, directeur regulering van de NZa. „Zo financier je niet per sector, maar het ziekenhuis en de fysiotherapeut in hetzelfde pakket.” De NZa hoopt dat dit soort bundels de prikkel om veel te behandelen minder maakt en samenwerking bevordert.

Nieuwe technieken

Een ander alternatief is bekostiging per periode, bijvoorbeeld per jaar. Zorgaanbieders zouden hun zorg voor chronisch zieke patiënten zo beter kunnen organiseren omdat ze meer financiële zekerheid hebben, denkt Kursten. „Zo’n patiënt heeft vaak langdurig zorg nodig, maar hoeft vaak niet elke keer naar het ziekenhuis te komen. Door nieuwe technieken is er veel meer thuis of bij de huisarts mogelijk, zoals bijvoorbeeld digitale zorg voor patiënten met de longziekte COPD. Die worden thuis gemonitord en gaan alleen naar het ziekenhuis als dat nodig is.”

Bij de financiering van de spoedzorg zou het veel meer om kwaliteit en niet om productie moeten gaan, vindt de NZa. „Bij de acute zorg is het belangrijk dat die altijd beschikbaar is, dat er een goede infrastructuur is. Daar past geen volumeprikkel bij”, zegt Kursten. De NZa ziet daarom meer in een vast bedrag per verzekerde.

De toezichthouder denkt wel dat het bij bepaalde operaties zinvol blijft om het betalen per behandeling te handhaven. Denk aan staaroperaties, die veel uitgevoerd moeten worden en waarbij een financiële prikkel ervoor kan zorgen dat er geen wachtlijsten ontstaan.

Digitale consulten

Een belangrijke les uit de coronacrisis was dat veel gesprekken en controles ook prima digitaal en op afstand konden plaatsvinden. Om die ontwikkeling verder te stimuleren gaat de NZa de regel dat een eerste consult tussen arts en patiënt altijd fysiek moet zijn, aanpassen. Deze voorwaarde om zo’n gesprek te kunnen declareren verdwijnt. De toezichthouder vraagt zorgverzekeraars verder bij toekomstige contractering afspraken te maken over het vervangen van polibezoek door digitale consulten. Kursten: „Laat het geen automatisme meer zijn om naar het ziekenhuis te gaan. Patiënten zeggen soms: ik had die afspraak liever digitaal gehad.”

De NZa komt later samen met het Zorginstituut met een vervolgadvies over hoe een andere bekostiging er concreet uit kan zien.