Randstad meldt megaverlies, maar krabbelt snel weer op

Uitzendbureau Uitzendbureau Randstad verloor de afgelopen drie maanden een kwart van zijn omzet. Maar het bedrijf is positief gestemd over het herstel, net als beleggers.

Dankzij de subsidieregeling NOW kon Randstad de voorbije maanden veel uitzendkrachten in Nederland blijven betalen.
Dankzij de subsidieregeling NOW kon Randstad de voorbije maanden veel uitzendkrachten in Nederland blijven betalen. Foto Lex van Lieshout/ANP

Niet vaak is een bedrijf zó tevreden met een omzetverlies van 25 procent. Uitzendbureau Randstad, zwaar getroffen door de coronacrisis, kwam dinsdag met dieprode kwartaalcijfers. Maar de mondiale marktleider (jaaromzet: 23,7 miljard euro) is positief gestemd, want na het dieptepunt in april krabbelt het bedrijf snel weer op.

In april waren de lockdownmaatregelen wereldwijd op hun strengst en stuurden veel bedrijven hun uitzendkrachten naar huis, vooral in de luchtvaart, reisbranche, evenementensector en autoindustrie. Die maand bedroeg het omzetverlies 30 procent ten opzichte van een jaar eerder. Daarna begon het herstel. In juni was het omzetverlies al teruggebracht naar 21 procent.

Lees ook: Banenverlies treft alle lagen van de arbeidsmarkt

„Als je ons begin april had gezegd dat dit onze kwartaalcijfers zouden worden, had ik ervoor getekend”, zei topman Jacques van den Broek dinsdag in een telefonische toelichting. Ook beleggers waren tevreden met het snelle herstel. De koers van Randstad steeg dinsdagochtend met 8 procent.

Slechte cijfers in Frankrijk

Over de afgelopen drie maanden kwam Randstad uit op een nettoverlies van 57 miljoen euro. Een jaar eerder boekte het bedrijf nog 166 miljoen euro winst.

Het ging vooral slecht in Frankrijk, een belangrijke markt voor Randstad. Daar verloor het 41 procent van de omzet ten opzichte van vorig jaar. Randstad levert er relatief veel uitzendkrachten aan autoindustrie en luchtvaart en die werden hard getroffen door de lockdownmaatregelen.

In Nederland verloor het bedrijf 24 procent omzet. En in wat Randstad ‘de rest van de wereld’ noemt – onder meer India, Japan en Zuid-Amerikaanse landen – bleef het omzetverlies met 2 procent beperkt.

Nederland had ‘beste’ loonsteun

Het belangrijkste verschil met de crisis van 2009 waren de steunpakketten in verschillende Europese landen. „Daardoor hebben we veel collega’s kunnen behouden”, zei Van den Broek.

De topman is vooral te spreken over de Nederlandse loonsubsidie NOW, „het beste systeem”. Daarmee kon Randstad tussen half maart en half juni 26.000 uitzendkrachten doorbetalen, ook als er geen werk meer voor hen was. De overheid betaalde een groot deel van hun loonsom, Randstad vulde aan tot 100 procent.

Lees ook: Meeste geld naar NS, KLM, Booking

Lang niet alle uitzendbureaus bleven hun uitzendkrachten betalen als het werk wegviel. „Dat heeft ons wel wat geld gekost”, zegt Van den Broek, „maar we zijn blij dat we goed voor onze mensen hebben kunnen zorgen.”

Van deze 26.000 mensen is twee derde alweer aan het werk. Onder de mensen die nog geen werk hebben, zijn vooral veel studenten die hun bijbaan kwijtraakten, zegt Van den Broek. „Als je alleen kijkt naar mensen die ouder zijn dan 25 jaar en meer dan 25 uur per week werken, dan het gaat nog maar om 1.500 mensen.” Voor de zomermaanden heeft Randstad geen NOW-steun meer aangevraagd. Daarom verdwijnen uitzendkrachten nu weer van de loonlijst zodra hun werk ophoudt.

Te lang op de bank

Naast veel voordelen van noodsteun ziet Van den Broek ook een nadeel: mensen kunnen te lang op de bank blijven zitten, terwijl hun oude baan misschien nooit terugkomt. Werknemers die niet zeker weten of ze kunnen terugkeren in hun oude baan, zouden „echt moeten bekijken” of ze extra scholing nodig hebben.

Scholing is hét thema voor de komende tijd, volgens Van den Broek. Veel sectoren kenden voor de crisis grote personeelstekorten. „Zodra de werkgelegenheid aantrekt, zullen ook die tekorten terugkomen.”

Lees ook: Crisis treft flexkracht Schiphol hard: ‘Ik sta op straat, net voor pensioen, wat moet ik nu?’

Randstad heeft 14.000 flexwerkers een cursus of training aangeboden voor kansrijke werkgebieden, zoals transport en logistiek, de zorg en de financiële sector. Meestal is die gratis, en toch is er weinig animo. „Iets minder dan duizend mensen hebben al training gehad”, zegt Van den Broek. „Veel mensen willen afwachten, maar ik denk niet dat je dat moet doen. Wacht niet. Zoek een baan en zoek scholing.”