Orbán heeft glansrijk gewonnen, zegt Orbán

Hongarije Maar de door hem bestreden rule of law-voorwaarde is niet weg.

EU-Raadsvoorzitter Charles Michel tijdens een lunchgesprek met Midden-Europese leiders.
EU-Raadsvoorzitter Charles Michel tijdens een lunchgesprek met Midden-Europese leiders. Foto Francois Walschaerts/Reuters

Een existentieel conflict over de financiën van de EU? Onenigheid tussen noordelijke vrekken en zuidelijke verkwisters? Nee, de EU-top draaide eigenlijk om een persoonlijke strijd tussen ‘Hongarije-hater’ Mark Rutte en ‘verdediger van de natiestaat’ Viktor Orbán, zo klonk de Hongaarse spin rond de Europese onderhandelingsmarathon de afgelopen dagen. Een strijd die de Hongaarse premier glansrijk won, in ieder geval volgens hemzelf en de aan hem gelieerde media.

„We hebben niet alleen een flinke zak geld weten te krijgen”, zei Orbán dinsdagochtend in een gezamenlijke persconferentie met de Poolse premier Mateusz Morawiecki. „We hebben ook de trots van onze naties verdedigd en duidelijk gemaakt dat het onacceptabel is dat iemand […] ons de les leest over de rechtsstaat.”

Europese subsidies zijn cruciaal voor Polen en Hongarije. Maar vele malen belangrijker dan de omvang en invulling van het coronapakket was het sneuvelen van een voorgestelde rechtsstaatclausule. Onder andere Nederland pleitte ervoor de uitkering van Europese fondsen voorwaardelijk te maken aan de staat van de rule of law. Lidstaten zouden gekort kunnen worden vanwege het afbreken van de onafhankelijkheid van de rechtspraak, zoals de huidige regeringen van Hongarije en Polen doen.

Nieuw mandaat geeft PiS macht om rechters en lokaal bestuur verder uit te kleden

Op het allerlaatste moment werd een al vrij tamme formulering nog verder afgezwakt. Wat dat betreft kraait Orbán terecht victorie. Zijn strategie om het onderwerp te framen als rechtstreekse confrontatie met Rutte – ieders favoriete vijand – pakte goed uit. Hij beschuldigde Rutte van het „haten van mij of Hongarije”. En hoewel Orbán zelf dreigde het hele pakket te vetoën om de kwestie, wees hij „die Nederlander” aan als enige schuldige mocht de top mislukken.

Maar in tegenstelling tot wat Orbán wil doen geloven, kreeg hij niet werkelijk zijn zin. De rule-of-law-voorwaarde is niet weg, maar doorgeschoven. Het eindakkoord is, bewust, vaag of voor het uiteindelijke besluit daarover unanimiteit nodig is, of dat het Polen en Hongarije kan worden opgelegd. Een halfzacht EU-compromis dat iedere regeringsleider thuis als overwinning kan presenteren.