Nederlanders positiever over thuiswerken, verwachten minder vliegreizen

Coronacrisis Uit onderzoek van het KiM blijkt dat veel Nederlanders verwachten na de coronacrisis te blijven thuiswerken en videobellen. Ook zal er naar verwachting minder worden gevlogen.
Reizigers op luchthaven Schiphol.
Reizigers op luchthaven Schiphol. Foto Koen van Weel/ANP

Nederlanders zijn positiever over thuiswerken en vergaderen op afstand dan aan het begin van de coronacrisis. Dat blijkt dinsdag uit onderzoek van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM). De respondenten zeggen ook te verwachten structureel minder met het openbaar vervoer en het vliegtuig te gaan reizen.

Wat betreft thuiswerken is de houding van mensen in meerdere opzichten veranderd in vergelijking met enkele maanden geleden. Niet alleen zijn meer mensen positief over werken vanuit huis (71 procent versus 61 procent eind maart/begin april), ook is het aantal mensen dat thuiswerkt een paar procentpunt afgenomen (van 54 procent naar 48 procent van alle werkenden). Aan het begin van de crisis dacht ongeveer een kwart van de thuiswerkers na de pandemie (gedeeltelijk) thuis te blijven werken, inmiddels denkt ongeveer 45 procent van de mensen die thuiswerken er zo over.

Ook het vergaderen op afstand zal vermoedelijk blijven. Meer dan de helft (55 procent) van de respondenten die op afstand vergaderen, vindt dit even productief als fysieke vergaderingen. Zo’n 60 procent van de mensen die op afstand vergaderen denkt na de crisis te blijven videobellen; aan het begin van de crisis was dat nog 35 procent.

Er worden ook nadelen ervaren van het thuiswerken. Zo heeft meer dan een derde van de thuiswerkers problemen met het vinden van een goede balans tussen privé- en werktijd. 17 procent ervaart fysieke klachten. Iets meer dan één op de tien van de thuiswerkers heeft psychische klachten door het werken vanuit huis.

Lees ook: Oefenen en worstelen met de anderhalve meter op kantoor

Blijvend minder vliegen

Volgens het KiM zal het reisgedrag van Nederlanders eveneens blijvend veranderen. Bijna een derde van de respondenten die vóór de crisis wel eens met het openbaar vervoer reisde, zegt in de toekomst minder gebruik daarvan te zullen maken. Slechts 8 procent denkt méér gebruik van het ov te gaan maken. De respondenten zijn vaker gaan fietsen, lopen en rijden met brommers en auto’s. Het ov wordt ook als onprettig ervaren door de verplichting een mondkapje te dragen.

Ook de vakanties gaan veranderen. Dit jaar gaat 57 procent van de Nederlanders met vakantieplannen in eigen land op vakantie. 40 procent blijft binnen Europa en 3 procent bezoekt een land daarbuiten. 64 procent van de reizigers die naar het buitenland gaan, nemen de auto. Slechts 28 procent gaat met het vliegtuig. In 2018 was dit nog respectievelijk 53 procent en 37 procent. Ongeveer 38 procent van de respondenten die wel eens gevlogen heeft, denkt in de toekomst blijvend minder te vliegen (versus 20 procent aan het begin van de crisis).

Het KiM ondervroeg aan het begin van de crisis (eind maart en begin april) ruim tweeduizend Nederlanders naar hun ervaring met thuiswerken, hun reisgedrag, het dragen van mondkapjes en hun vakantieplannen. Eind juni en begin juli werd dezelfde groep dezelfde vragen gesteld, om te zien welke veranderingen er zijn opgetreden.