Hoge celstraffen geëist tegen oud-medewerkers Shell

Rechtszaak In een strafzaak wegens vermeende corruptie door Shell en Eni bij de aankoop van een Nigeriaans olieveld eist het OM hoge straffen.

Foto Marten van Dijl

Het Italiaanse Openbaar Ministerie heeft dinsdag in Milaan ongekend hoge celstraffen geëist tegen vier voormalig bestuurders en werknemers van Shell wegens grootschalige corruptie. De aanklager rekent het een voormalig lid van de raad van bestuur, een directeur en twee adviseurs aan mee te hebben gewerkt aan omkoping in Nigeria. De hoogte van het smeergeldbedrag, ruim 1 miljard dollar, maakt dit één van de grootste corruptie-affaires waar een Nederlands bedrijf ooit bij betrokken is.

De Italiaanse strafzaak draait om de verwerving van de rechten voor een gigantisch olieveld voor de Nigeriaanse kust, ‘OPL 245’. Het geld dat Shell samen met het Italiaanse oliebedrijf Eni hiervoor in 2011 betaalde – 1,3 miljard dollar – belandde grotendeels bij Nigeriaanse politici en zakenlieden, onder wie de toenmalig president Goodluck Jonathan.

In de strafzaak zijn, naast de Shell-mensen, een aantal managers en de huidige bestuursvoorzitter van Eni, diverse tussenpersonen en de eigenaar van het olieveld, de Nigeriaanse oud-minister van olie verdacht. Bij Shell gaat het om de twee „oud-spionnen” John Copleston en Guy Colegate. Zij kwamen van de Britse geheime dienst MI6 en werden door Shell ingehuurd om, in de woorden van de aanklager, zich met „de donkere kant” van de transactie bezig te houden. Net als oud-directeur Afrika Peter Robinson hoorden zij het OM zes jaar en acht maanden celstraf eisen. Tegen oud-bestuurslid Malcolm Brinded, destijds de baas van de divisie voor de olie- en gaswinning, eist de aanklager zeven jaar en vier maanden cel. De aanklager eist bovendien een boete van 900.000 euro van beide oliemaatschappijen, en wil het smeergeldbedrag, circa 1 miljard dollar, terugvorderen van Shell, Eni en verdachten.

In zijn definitieve aanklacht, die de officier van justitie Fabio De Pasquale dinsdag in een sessie van bijna tien uur voorlas, hekelde hij het gebrekkige anticorruptiesysteem bij Shell. Dat had immers alle „rode vlaggen” in interne e-mails en briefings gemist of genegeerd.

Ook bekritiseerde hij de beslissing van Shell om interne onderzoeken naar de zaak onder het beroepsgeheim van Shells advocaten te laten vallen. In Nederland loopt ook een strafzaak naar de omkoping, maar die ligt al tijden stil wegens claims op het verschoningsrecht.

De woordvoerder van Shell zegt het bij „de standaardreactie” te houden: Shell „gelooft niet dat er grond is om Shell of één van de oud-werknemers te veroordelen in Milaan.”

Lees ook: Nederlandse ambassadeur lekte informatie naar Shell Natuurlijk wist Shell van het corruptierisico, stelt aanklager E6-7