Brieven

Fietspaden

De gewone fietser delft het onderspit tussen racemonsters

Foto Bram Petraeus

Ik ben een wielrenner. Vandaag ben ik in volle vaart achter op een elektrische fietser gereden. Ik hoor u denken, en haar schreeuwen: „Jullie asociale wielrenners, jullie moeten niet zo idioot hard gaan, je bent niet alleen op de weg!”

Het fietspad is veranderd. Het is niet meer die veilige strook weg, afgesloten van gevaarlijke hardrijders, waarover je vrijdagnacht met je dronken kop veilig naar huis kunt slingeren. Het fietspad is een weg op zich geworden. Een weg waar wielrenners, elektrische fietsen, speed pedelecs, brommers en scooters elkaar voorbijrazen. De gewone fietser, voor wie het pad ooit bedoeld was, delft het onderspit tussen deze racemonsters. Toch is snelheid niet het probleem. Het is hoe we omgaan met die snelheid. Het fietspad is een snelweg geworden. Laten we het dan ook zo gebruiken. Rechts houden tenzij bij inhalen, omkijken voor je naar links gaat, knipperlicht aan (lees: bellen of hand uitsteken), inhalen, omkijken en terug invoegen. De ander ruimte geven om in te voegen, niet inhalen als dat niet veilig kan. Niet linksrijden, bumperkleven of anderen de pas afsnijden. Minstens twee seconden afstand houden. En laten we ook alsjeblieft niet plotseling midden op de snelweg stilstaan. Dat is precies wat de elektrische fietser voor mij deed. We zijn niet alleen op de weg, en ook niet op het fietspad. Door al deze racemonsters is de gemiddelde snelheid te hoog voor onverwachte bewegingen.

Laten we, ook op het fietspad, rekening met elkaar houden zoals we dat ook op de snelweg doen. Dat maakt het voor iedereen veiliger en fijner.