Bestuur rechtspraak: videobellen mogelijk permanent ingezet

Corona De Rotterdamse rechtbankpresident en de voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak zeggen in Trouw dat ‘telehoren’ de toegang tot de rechter kan verbeteren in sommige zaken.
Een zitting in de rechtbank van Den Haag tijdens de coronacrisis. Tussen de rechters zijn plexiglas schermen geplaatst en de verdachten worden via een videoverbinding gehoord.
Een zitting in de rechtbank van Den Haag tijdens de coronacrisis. Tussen de rechters zijn plexiglas schermen geplaatst en de verdachten worden via een videoverbinding gehoord. Foto Phil Nijhuis / ANP

Mogelijk worden rechtszaken ook in de toekomst via videobellen gevoerd. De president van de rechtbank Rotterdam en de voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak zeggen dinsdag tegen dagblad Trouw dat zij daartoe mogelijkheden zien.

Volgens rechtbankpresident Robine de Lange en raadsvoorzitter Henk Naves kan het zogeheten telehoren de toegang tot de rechter verbeteren, bijvoorbeeld voor mensen die niet gemakkelijk reizen of vrij kunnen krijgen van werk. Bij strafzaken zou videobellen de afhandeling efficiënter maken, onder meer doordat verdachten niet voor korte tussentijdse zittingen naar de rechtbank gebracht hoeven te worden. Willen rechters de mogelijkheid tot telehoren behouden, dan is een wetswijziging nodig.

Niet alle zaken zijn echter geschikt voor telehoren, zeggen De Lange en Naves. Zo mag de digitale verbinding niets afdoen aan het gevoel van mensen dat zij gehoord en gevoeld worden door de rechter of aan de zorgvuldigheid van het proces. „In veel zaken moet een rechter de partijen echt voor zich zien om een goede beslissing te nemen”, aldus De Lange.

Steun, maar ook kritiek advocaten

Ook de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) zegt tegen Trouw mogelijkheden te zien om permanent met videoverbindingen te blijven werken, zolang alle betrokkenen ermee instemmen. Voor een „aanzienlijk aantal rechtzoekenden” geldt namelijk dat het de afstand tot de rechter vergroot, aldus de advocatenorde. De NOvA heeft zich de afgelopen maanden kritisch uitgelaten over de maatregelen die getroffen zijn om de door de coronacrisis opgelopen achterstand weg te werken. Zo vreesde de NOvA dat complexe zaken „platgeslagen” zouden worden.

Lees ook het juridisch commentaar van Folkert Jensma: Een strafproces ‘op afstand’ is te mager

Het rechtssysteem kwam de afgelopen maanden flink onder druk te staan door de coronamaatregelen. Het Openbaar Ministerie en de Raad voor de Rechtspraak – het landelijk bestuur van alle rechtbanken en gerechtshoven – publiceerden eind juni een plan om de 17.000 misdrijfzaken weg te werken die door de crisis bleven liggen. Samen met de bestaande achterstand kwam het totaal aantal onbehandelde zaken op 55.000, zo schatte advocaat-generaal Joep Simmelink in mei tegenover NRC.

Om die achterstand weg te werken werd geëxperimenteerd met videobellen, wat mogelijk werd via een tijdelijke wet. De afgelopen maanden werden drie op de vier zaken zo op afstand afgehandeld. Ook werd vaker gekozen voor één in plaats van drie rechters en handelde het OM meer zaken zelf af middels strafbeschikking, waardoor er geen rechter aan een veroordeling te pas hoefde te komen.