Natuurlijk wist Shell van het corruptierisico, stelt aanklager

Rechtszaak om olieveld In een schemerige Milanese bunker werd dinsdag toegewerkt naar de ontknoping in de corruptiezaak tegen olieconcerns Shell en Eni. Aanklager Fabio De Pasquale noemt het ‘de perfecte economische misdaad’.

De rechtszaak draait om verwerving van de rechten voor olieveld ‘OPL 245’, waar Shell en Eni 1,3 miljard dollar voor betaalden.
De rechtszaak draait om verwerving van de rechten voor olieveld ‘OPL 245’, waar Shell en Eni 1,3 miljard dollar voor betaalden. Foto George Osodi/Getty

‘Dít is corruptie!” Af en toe verheft Fabio De Pasquale zijn stem, vooral als de bouwvakkers weer beginnen aan de andere kant van de getraliede ramen. De aanklager citeert uit een interne mail van de Brits-Nederlandse oliemaatschappij Shell, waarin het gaat over de vriendschap tussen de toenmalige president van Nigeria, Goodluck Jonathan, en de eigenaar van het olieveld waar Shell op aasde. „En je wéét dat de president een deel van de opbrengst uit dat veld wil hebben. Dat roept toch een corruptierisico op? Bestaat er wel een robuust compliancesysteem bij Shell?”

De Italiaanse rechtszaak tegen Shell en de Italiaanse oliemaatschappij Eni is wegens corona verplaatst naar een grote, schemerige bunker naast de San Vittore-gevangenis in Milaan. In de zeven arrestantencellen aan de zijkanten zaten eerder terroristen en maffiakopstukken. „Mag er een lampje aan”, klaagt een advocaat. „Nee”, zegt de rechter. „De lampen zijn stuk. En je bent hier toch om te luisteren.”

De zaak draait om de verwerving van de rechten voor een gigantisch olieveld voor de Nigeriaanse kust. ‘OPL 245’ is goed voor zo’n 9 miljard vaten ruwe olie, zo’n kwart van de totale Nigeriaanse olievoorraden. Het geld dat Shell en Eni hiervoor in 2011 betaalden – 1,3 miljard dollar – belandde voor het grootste deel in de zakken van Nigeriaanse politici en zakenlui, waaronder Goodluck Jonathan. Bovendien verkregen Shell en Eni het olieveld onder zeer gunstige fiscale voorwaarden, iets wat de aanklager een „perfecte economische misdaad” noemt. Het smeergeldbedrag maakt de corruptiezaak een van de grootste in z’n soort. Ook in Nederland loopt een strafzaak.

Een handige drietrapsraket

Shell heeft altijd naar de Nigeriaanse overheid gewezen. De wispelturige eigenaar van het olieveld, de oud-minister van olie Dan Etete, was veroordeeld voor witwassen en de oliemaatschappijen hadden een handige drietrapsraket opgetuigd. Shell en Eni betaalden aan de Nigeriaanse overheid, die het geld weer doorsluisde naar Etete – door The Economist een safe sex construction genoemd, met de regering als condoom. Dat er na de deal eventueel steekpenningen zijn betaald, gaat Shell dus niet aan, stelt de oliemaatschappij nog steeds.

Daar is aanklager De Pasquale, die eerder Berlusconi veroordeeld kreeg, het beslist niet mee eens. In zijn urenlange finale aanklacht zet hij aan de hand van interne e-mails uiteen hoe de twee oliemaatschappijen meededen aan grootschalige corruptie. De Pasquale: „Deze mails zijn geen borrelpraat, zoals Ben van Beurden ze in een tapgesprek afdeed. Ze circuleerden wijd in het bedrijf.”

„Het hart van de zaak” staat volgens de aanklager in een briefing uit 2010 voor Malcolm Brinded, destijds lid van de raad van bestuur van Shell. Er staat in dat de Nigeriaanse president wil dat de deal met het olieveld gauw rondkomt, omdat dit „politicial contributions” zal opleveren. Dat bewijst volgens De Pasquale dat Shell heel goed wist dat het geld als politiek smeergeld zou eindigen. Hij haalt nog meer mails aan, waarin Shell-werknemers praten over „paying people off” en over prijzen die acceptabel moeten zijn voor „all players in Abuja” – lees: politici in de regeringsstad.

De stem van de aanklager wordt na acht uur praten schor als hij van het paleis in Abuja naar een luxe hotel in Milaan springt, van Russische tussenpersonen naar corrupte olieministers, van koffers cash naar manipulatie van de rechtszaak, van FBI naar FIOD en van 1998 naar nu. Het mondkapje van de rechter zakt af en toe omlaag.

De Pasquale beklaagt zich ook over het gedrag van Shell in de rechtszaak. Hij keurt de afwezigheid van de verdachten af, hekelt de in zijn ogen leugenachtige woordvoering en is kritisch op het feit dat Shell zijn interne onderzoeken naar de kwestie, met mysterieuze namen als ‘XYNO’, verborgen houdt onder het mom van beroepsgeheim. „Een compliance-rapport dat verborgen blijft. Dat is toch een grap?” In Nederland ligt de strafzaak stil, omdat Shell claimt dat alles wat de interne juristen lazen, ook onder het verschoningsrecht valt.

Als het licht zakt en de rechter bijna niet meer te zien is, wil de aanklager nog iets zeggen over hoe de rijkdommen van arme landen voor lage prijzen worden weggegeven, en hoe dat democratieën ondermijnt. Maar de tijd is op.

Lees ook: ‘Nederlandse regering negeert corruptie Nigeria’

En dus, in twee minuten, de eisen. Rond de zeven jaar celstraffen voor de Shell-mensen wegens „de ernst van de zaak en het internationale karakter van de corruptie.” Tussenpersonen en Eni-managers krijgen tussen vier en acht jaar cel tegen zich geëist, eigenaar Etete tien jaar voor zijn „slechte gedrag.” Daarbij: boetes van bijna een miljoen euro voor de bedrijven, plus een vordering van omgerekend ruim 1 miljard dollar.