Maria Ressa voor de rechtbank in Manila, waar ze vorige maand werd veroordeeld voor smaad.

Foto Ted Aljibe/AFP

Interview

‘Wij journalisten zitten na 4 jaar Duterte al zo’n beetje in Siberië’

Maria Ressa Journalisten zijn crimineel, was de boodschap aan Maria Ressa, baas van de kritische site Rappler. „Nu is het zo ver en ben ik veroordeeld.”

Bij elkaar opgeteld komen de strafeisen van alle acht zaken tegen haar uit op bijna honderd jaar cel. Journalist Maria Ressa blijft er bij glimlachen. „Het voelt alsof ik mijn hele carrière heb getraind en in de sportschool heb gestaan voor dit moment. Nu ben ik de marathon aan het lopen. En het gaat goed, ik voel me fit.”

Maria Ressa (56) is de baas en één van de oprichters van de Filippijnse nieuwssite Rappler. De site is één van de weinige media in de Filippijnen die nog onafhankelijk en kritisch verslag doen van het regime van president Rodrigo Duterte.

En dat moeten ze bezuren. In juni kwam het tot een dieptepunt: Maria Ressa werd samen met een voormalig redacteur van Rappler veroordeeld voor smaad. De twee werden veroordeeld voor een artikel dat al in 2012 was gepubliceerd; vóórdat de wet die ze zouden hebben geschonden van kracht was geworden. Alleen omdat de redactie later een typfout in het stuk had verbeterd, zou sprake zijn geweest van herpublicatie.

Ressa kreeg een vreemde, variabele straf opgelegd: zes maanden plus een dag tot zes jaar. Ze is op borgtocht vrij en natuurlijk gaat ze in hoger beroep: „Ik kon vroeger genieten van het lezen van gerechtelijke uitspraken, maar zie een groter gat ontstaan tussen de geest van de wet en de juridische acrobatiek die wordt uitgehaald. De rechter las voor uit mijn vonnis: dit gaat níet over de persvrijheid. Daar gaat het natuurlijk precies wel over.”

Het verhaal van Maria Ressa en Rappler is een illustratie van het structurele verval van de democratie in de Filippijnen, vertelt Ressa in een gesprek via videoverbinding. „We leven in een klimaat van angst en geweld.” Ze zit in haar werkkamer in een leren bureaustoel, draagt een zwart poloshirt met een oranje Rappler-embleempje. In hoofdstad Manila zijn ze de achttiende week van lockdownmaatregelen ingegaan vanwege de coronacrisis.

U heeft persoonlijke beveiliging. De redacteuren van Rappler krijgen psychologische hulp. Hoe houden jullie dit vol?

„We hebben sinds de aanvallen op Rappler begonnen onze beveiliging zes keer moeten opschalen. Ik ben zelf eind vijftig, maar toen we begonnen met Rappler hebben we de slimste twintigers gekozen die we konden vinden. Ze zijn digital natives en ze zijn jong en sterk. We hebben allemaal de keuze moeten maken: gaan we door? Ik denk dat we onze journalistieke missie nu helderder hebben en dat we samen sterker zijn dan als we níet onder vuur hadden gelegen.”

Sinds het aantreden van Rodrigo Duterte in 2016 doet Rappler van de drugsoorlog verslag, van de gewelddadige manier waarop de president handel en gebruik van drugs de kop wil indrukken. „Vier uur na zijn aantreden viel de eerste dode.” Ook al in 2016 beschrijven ze hoe de overheid met trollen op sociale media propaganda bedrijft en de publieke opinie beïnvloedt. „Ik kreeg in die tijd gemiddeld negentig haatberichten per uur. Negentig! Journalisten zijn criminelen, was de boodschap. Maria Ressa is een crimineel. En nu is het zo ver en ben ik veroordeeld.”

Die online werkelijkheid heeft nu gevolg gekregen in de echte wereld?

„De online wereld ís de echte wereld. Als je als overheid online haatzaaien toestaat, verandert dat de sfeer in de samenleving. We zouden ons op sociale platforms aan dezelfde regels moeten houden als in de offline wereld. Daar roep ik onze overheid dus ook toe op: gebruik geen gewelddadige taal. Het is één van de oorzaken dat de democratie eraan gaat.”

Beschouwt u de Filippijnen eigenlijk nog als democratie onder president Duterte?

„Fascinerende vraag. Ik denk dat we onder een dictatoriaal regime leven, vermomd als democratie of rechtsstaat. Het lijkt nog op een democratie, maar eigenlijk heerst een klimaat van angst en geweld. Kijk naar het uit de lucht halen van ABS-CBN, het grootste nieuwsnetwerk van het land. De laatste keer dat dit gebeurde was in 1972, toen president Marcos de staat van beleg afkondigde. Nu gebeurt het zonder dat president Duterte de noodtoestand hoeft uit te roepen. En neem de manier waarop de overheid de coronacrisis aanpakt: er zitten geen artsen, maar oud-militairen in de taskforce.”

Waarom is dat?

„Zo denkt president Duterte, hij vertrouwt het leger. Dat komt voor een groot deel doordat zij luisteren en zijn orders opvolgen. Als laatste grote ontwikkeling noem ik de nieuwe antiterreurwet die net is aangenomen: een groepje ministers kan iedereen tot terrorist uitroepen. Je kunt gearresteerd worden zonder arrestatiebevel en ze mogen je vasthouden tot wel 24 dagen, zonder enige vorm van proces. Dat alleen al gaat volgens experts tegen de grondwet in. ABS-CBN, de coronacrisis, de antiterreurwet – het zijn drie grote gebeurtenissen waarbij de overheid overduidelijk haar eigen macht probeert te versterken.”

Wat proberen jullie daar tegen te doen?

„Volgens mij helpt het in een klimaat als dit om het beestje bij zijn naam te noemen. Zolang we op papier in een democratie leven, eis ik de rechten op die daarbij horen. Ik ben als journalist begonnen in 1986. Door demonstraties van het volk kwam toen een einde aan 21 jaar dictatuur onder Marcos. Iedereen was euforisch. En nu zwiept de pendule terug, de andere kant op. Dat is zo alarmerend. Door al die rechtszaken is mijn eigen rol ook veranderd: ik ben begonnen als gewone televisiejournalist. Nu ben ik veel activistischer, alleen maar omdat ik uit eerste hand ervaar hoe machtsmisbruik werkt.”

In de Filippijnen heeft een president één zittingstermijn van zes jaar. Duterte heeft nog twee jaar te gaan. Kunt u al iets zeggen over zijn nalatenschap?

„De impact van de afgelopen vier jaar gaan we lang voelen. Het gaat een generatie duren om die terug te draaien. Het kostte de politie na de dictatuur van Marcos tien jaar om mensenrechten weer terug in hun systeem te krijgen. Neem al dat seksisme en de vrouwenhaat nu. Het beïnvloedt mensen in hun denken, in hun waarden.” Duterte staat bekend om zijn seksistische en denigrerende opmerkingen over vrouwen. Bitch en son of a bitch zijn in zijn vocabulaire standaard woorden.

Ressa vervolgt: „Volgens de wet zit er een limiet aan de zittingstermijn. Maar we zien allerlei misbruik van de macht. Het zou niet vreemd zijn na te denken over wat er gebeurt als de regering haar macht probeert vast te houden. Als die verkiezingen er niet van zouden komen.”

Houdt u het voor mogelijk dat president Duterte blijft zitten na 2022?

„Het is gezien de omstandigheden een vraag die bij me opkomt. Het is nog vroeg, maar er zijn al zo veel dingen gebeurd die niet kunnen. Ik noem ABS-CBN weer als voorbeeld. Hun netwerk uit de lucht halen is bedoeld als chilling effect voor andere media. Maar wij journalisten zitten na vier jaar Duterte al zo ongeveer in Siberië, veel kouder kan het niet. Natuurlijk zegt de president dat hij er niets mee te maken heeft, dat het Huis van Afgevaardigden zo’n besluit over het verlengen van een vergunning neemt. Maar hij dreigt er al jaren mee en nu is het zo ver.”

Waar maakt u zich het meeste zorgen over, dat hij mogelijk blijft zitten?

„Ik ben vooral in shock over de huidige toestand. Bij al die aanklachten dacht ik: ha, we gaan ze stuk voor stuk winnen, want de gronden waarop ze me vervolgen zijn belachelijk. We zouden belasting hebben ontweken met Rappler, terwijl we een paar maanden eerder nog werden geprezen om onze administratie, door de belastingdienst notabene. Het voelt onrechtvaardig, maar de eerste veroordeling is een feit.”

Lees ook: Maria Ressa veroordeeld

Intussen scoort Duterte structureel hoge populariteitscijfers. Zo’n 80 procent van de bevolking is tevreden over hem. Hoe kan dat?

„Een combinatie van het beïnvloeden van sociale media en angst. Ze komen die enquêtes bij je thuis afnemen, ze noteren je telefoonnummer, weten waar je woont. Durf je dan iets negatiefs over de president te zeggen? Straks komt je naam op een lijst te staan en op een lijst terechtkomen in de Filippijnen is gevaarlijk. Sinds de coronacrisis uitbrak, hebben we trouwens al geen nieuwe peilingen meer gezien.”

Internationaal krijgt u veel steun, mensenrechtenorganisaties zijn de campagne #holdtheline begonnen. Hoe zit dat in de Filippijnen?

„Hier ligt dat moeilijk, de angst is groot. Ergens tegen opstaan, betekent dat je neergeslagen kunt worden. Het voelt spannend: is er genoeg tegengeluid of gaan we onze rechten vrijwillig verliezen? Soms denk ik ook: ga je gang maar en kondig de dictatuur gewoon af. Dan kunnen we stoppen met deze poppenkast en kan ik gewoon zeggen: oké, ik hou op met verslag doen. Het zou makkelijker zijn.”

Zou u er dan serieus mee ophouden?

„Dan zijn de regels in elk geval duidelijk. Ik werkte in Indonesië als correspondent toen president Soeharto president was, eind jaren 90. We maakten verhalen, maar we wisten allemaal wat de regels waren. Het probleem begint wanneer de overheid doet alsof. En doen alsof, daar wil ik geen deel van uitmaken.”