Opinie

‘Volendammisering’ kust dreigt door Noordzeeakkoord visserij

Visserij Noordzeevissers moeten wijken voor windmolens. Hun dorpen dreigen openluchtmusea te worden, aldus .
Vissersboot bij Texel
Vissersboot bij Texel Foto IStock

De kustplaatsjes rond het IJsselmeer spreken tot de verbeelding. Spakenburg, Volendam, Harderwijk, Urk, iedereen kent ze. Maar niet om wat ze zijn, vooral om wat ze waren. In hun gloriejaren waren het levendige vissersplaatsen. Vandaag de dag lonkt vooral het verleden. Met een portretfoto in klederdracht als toeristische trekpleister.

De havenplaatsen aan de Noordzeekust wacht eenzelfde lot als het parlement dit najaar instemt met het Noordzeeakkoord dat onder leiding van oud-PvdA-politicus Jacques Wallage tot stand kwam. Dat akkoord, afgelopen maand definitief overeengekomen, was nodig omdat Nederland meer windmolens wil bouwen in de Noordzee. Ook worden de beschermde natuurgebieden op zee uitgebreid. Nederlandse vissers verliezen daardoor juist ruimte: ze raken 20 procent van hun vertrouwde visgronden kwijt. Visserijhavens als Stellendam en Den Helder, die een levendige vissersgemeenschap en -vloot hebben, dreigen daardoor een schim te worden van wat ze eens waren.

De plannen doen daarmee sterk denken aan de afsluiting van de Zuiderzee in 1932. De grootste polder van de wereld, Flevoland, verdrong de vissersbotters.

Mare liberum

De Zuiderzeekustbewoners moesten zichzelf opnieuw uitvinden, nu de vloot en alle aanverwante bedrijven niet langer van de Zuiderzeevis konden leven. Vissersdorpen werden openluchtmusea. De vissers die hun vak niet konden loslaten, weken uit naar de Noordzee. Rond 1960 verdubbelde het aantal Nederlandse kotters voor de Noordzeevisserij naar ruim 600. Urkers meerden voortaan af in Harlingen, Volendammers in IJmuiden. De Noordzee werd nu hun ‘mare liberum’.

Opnieuw verplaatsen, dit keer naar ‘de Noord’, het noordelijke gebied van de Noordzee, is voor de ongeveer 1.300 Nederlandse Noordzeevissers geen optie. Ze zijn dan langer van huis voor een goed visgebied – de vloot is daar nog niet op ingesteld. En de Noren en Denen willen geen nieuwe concurrentie in ‘hun wateren’. Onlangs sloot Noorwegen al tijdelijk enkele wateren voor buitenlandse kotters.

Door het Noordzeeakkoord voelt het daarom voor de vissers alsof om hun mare liberum een onzichtbaar hek komt te staan. Met scherpe, pijnlijke punten. Wéér verliezen ze een groot deel van hun vertrouwde vissersgrond. Het voelt alsof ze sluitpost zijn: de windmolens moeten naar zee omdat op land niemand ze wil, en vissers moeten daarvoor hun visgebied opgeven.

De vissers roeren zich wel. Ze wijzen op het eerlijke, schone product dat de vers gevangen vis is. Ze spannen samen met de boeren, die zich op vergelijkbare manier in de steek gelaten voelen.

Lees ook: De Noordzee moet zijn olieplatforms kwijt, maar wie gaat betalen?

Saneren, innoveren

Maar in Den Haag krijgen de vissers nul op het rekest. In de onderhandelingen over het Noordzeeakkoord kwam het stikken-of-slikkenargument op tafel. Als de vissersbelangenorganisaties de nieuwe grondverdeling niet zouden onderschrijven, zouden zij ook geen aanspraak maken op de 119 miljoen euro voor sanering en innovatie van de vloot.

De beperking van ‘hun’ Noordzee is extra frustrerend, omdat er juist volop tong en schol is. Het zogenoemde ‘platvisbestand’ – de hoeveelheid vis volgens wetenschappers van de Internationale Raad voor Onderzoek der Zee (ICES) – is historisch groot en de toegewezen quota worden maar voor de helft benut. Alles in de vissers roept: uitvaren, opstomen, de netten uit!

Saneren, innoveren, blijft het enige antwoord van minister Carola Schouten (LNV, ChristenUnie). In haar onlangs gepresenteerde ‘kottervisie’ kwam zij tot een vlootverkleining van 25 tot 40 schepen. Tegelijkertijd geeft de minister aan dat ze de ‘levendigheid’ van visserijgemeenschappen wil behouden.

De geschiedenis van de afsluiting van de Zuiderzee leert dat vissersplaatsen zonder actieve vissersvloot veelal verworden tot een openluchtmuseum. Leuk voor toeristen, de doodsteek voor de vissers. Dat hoeft niet het einde van een kustplaats te betekenen, zo laat de geschiedenis van het IJsselmeergebied ook maar al te goed zien, maar de gemeenschap – hoe veerkrachtig ook – krijgt definitief een ander karakter, dat drijft op nostalgieverlangen en traditiezin. Inclusief zo’n kiekje in klederdracht.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.