Recensie

Recensie Muziek

Van Poucke brengt Schumann meesterlijk tot leven

Zomerconcerten De band Fuse en pianist Nicolas van Poucke bewijzen met twee zomerconcerten dat de voorzichtig openende concertzalen kunnen terugvallen op een rijke bron van Nederlands talent.

Pianist Nicolas van Poucke in Muziekhaven in Zaandam.
Pianist Nicolas van Poucke in Muziekhaven in Zaandam. Johan van Bree

Het muziekleven komt weer langzaam op gang, maar de schaarse ruimte voor het publiek maakt de komst van buitenlandse sterren voorlopig nog financieel onhaalbaar. Daarom zijn de zalen aangewezen op Nederlandse talenten. En die zijn er in overvloed, en alle soorten en maten. Bovendien doen ze niet onder voor de grote namen. Dat bewezen twee zomerconcerten dit weekend.

In het Amsterdamse Concertgebouw was de Grote Zaal voor de band Fuse, die de afgelopen jaren een eigen genre heeft geschapen. Misschien kun je het beter een non-genre noemen, want alle denkbare stijlen komen samen in de stukken en arrangementen die het zestal vertolkt. In Muziekhaven in Zaandam belichaamde pianist Nicolas van Poucke een dag later de ambivalente wereld van componist Robert Schumann.

Bekijk de compositie die Joey Roukens voor NRC-lezers schreef: Klanken voor een lome zomeravond

Symbool voor het concert van Fuse stond het stuk Unleashed dat Joey Roukens voor het gezelschap schreef. Want ontketend waren de musici, na meer dan vier maanden zonder optreden. Die gedwongen pauze legde wat existentiële vragen bloot. „Het publiek is onze spiegel”, zei violiste Julia Philippens voorafgaand aan het slotnummer. „Jullie hebben ons weer gedaante gegeven.”

Samenhang

Alle zes musici belichtten tussen de nummers een eigen coronaleermoment. In zijn spel toonde Fuse de samenhang in de muziekgeschiedenis: lange klassieke zanglijnen paarden met aanstekelijke jazz. Eeuwenoud en splinternieuw gingen prima samen. Bijvoorbeeld in ‘Mr. Haydn gets hip’ van het John Kirkby Sextet, waarbij violiste Philippens zich liet horen als een muzikale kleindochter van jazzlegende Stéphane Grappelli. Het kloppende hart van Fuse is niettemin toch percussionist Daniel van Dalen: hij pompt het ritmische bloed rond in een band die werkt als één lichaam.

Lees ook: Poëzie en spierballen in Van Pouckes Chopin

Een dag later bespeelde pianist Nicolas van Poucke Muziekhaven in Zaandam, een bijna vijf eeuwen oude schuurkerk die door violistenechtpaar Mathieu van Bellen en Maria Milstein is verbouwd tot ‘pelgrimsoord’ voor musici. In de intieme houten ruimte drong zijn spel niet alleen binnen door het oor, maar voelde je ook de sensatie van trillingen die via de vloer en de voetzolen naar boven kropen.

De pianist kroop in de huid van Robert Schumann met twee cycli: Carnaval en Fantasiestücke (opus 12): verzamelingen van literaire beelden en stemmingen, waarin Schumann zijn beide alter ego’s tegen elkaar uitspeelt: de bedachtzame Eusebius en de onstuimige Florestan. Van Poucke bracht de personages en de verhalen die Schumann schetst meesterlijk tot leven. Enerzijds loodste hij zijn publiek een andere wereld binnen, anderzijds verklankte hij het besef dat de innerlijke strijd tussen verstilling en woede ook onze samenleving nog altijd kleurt.