Recensie

Recensie Beeldende kunst

Schitterend weergegeven folteringen van een imaginaire heilige

Tentoonstelling Het Schnütgen Museum in Keulen presenteert het eerste overzicht ooit over de laatmiddeleeuwse beeldhouwer Arnt van Kalkar en Zwolle. Hij had een schitterend talent voor lichaamstaal en onderhoudende details.

Detail van het ‘Georgsaltar’ (1483–1487) van Arnt van Kalkar en Zwolle .
Detail van het ‘Georgsaltar’ (1483–1487) van Arnt van Kalkar en Zwolle . Foto Stephan Kube

Weinig heiligen lenen zich zo goed voor de illustratie van hun levensverhaal als Sint-Joris. Hoe hoog de verering voor deze vroegchristelijke krijgsman in de Middeleeuwen ook was, in werkelijkheid heeft hij nooit bestaan. Zijn legende kon dus naar hartenlust worden uitgebreid, aangepast en opgeklopt. Een prachtig voorbeeld daarvan staat nu in de expositie in het Schnütgen Museum in Keulen over de vijftiende-eeuwse kunstenaar die bekend staat als Arnt Beeldensnijder. In de jaren 1480 pakte hij uit in een meer dan 3,5 meter hoog eikenhouten reliëf, bestemd voor een altaar in de Nicolaikerk in Kalkar in de Duitse Nederrijn.

Centraal staat de bekendste episode uit de Jorislegende: het gevecht met een draak om een prinses te bevrijden. In het rotslandschap daaromheen zijn kleinere scènes verspreid, van de gruwelijke folteringen die de heilige later in zijn leven moest doorstaan onder heidense Romeinse keizers. Zo werd hij in een ketel met kokend lood gezet, en werd zijn lichaam met messen bewerkt en met houten pinnen doorboord. Door zijn rotsvaste geloof overleefde hij al deze kwellingen onaangedaan, tot hij uiteindelijk de marteldood stierf door onthoofding.

Joris en de draak. Detail van het Georgsaltar (1483–1487) van Arnt van Kalkar en Zwolle. Foto Stephan Kube

Schitterend talent

Het illustreren van de dramatische levensloop van de imaginaire heilige was een kolfje naar de hand van Arnt, die in Kalkar en Zwolle is gedocumenteerd van 1460 tot zijn dood in 1492. De meester had een schitterend talent voor het weergeven van lichaamstaal, gezichtsuitdrukkingen en onderhoudende details, zoals het glimmend gouden harnas van de drakendoder, de rijkbewerkte gewaden van de Romeinen en hun baardige koppen, en de ommuurde stad op de achtergrond die is gemodelleerd naar Kalkar. Zoals destijds gebruikelijk, is het houtsnijwerk door een gespecialiseerde kunstenaar voorzien van kostbare beschildering.

Met zo’n zestig werken van de meester en diens ateliermedewerkers geeft de tentoonstelling voor het eerst een mooi overzicht van het werk van de laatmiddeleeuwse kunstenaar, die naast reliëfs vrijstaande beelden heeft gemaakt van Christusfiguren, Madonna’s en heiligen. De expositie gaat vergezeld van een uitvoerige oeuvrecatalogus door de Nederlandse expert Guido de Werd (uitg. Hirmer).

Iets van de werkwijze in het atelier van Arnt Beeldensnijder blijkt uit de inspiratie die hij voor zijn composities putte uit de toentertijd nog nieuwe kunstvorm van gravures, van bijvoorbeeld de Zwolse prentenmaker die bekend staat als Meester IAM. De economische manier waarop Arnt houdingen van mensen of opstellingen van figurengroepen in verschillende werken herhaalde, is bijna paradoxaal voor het ruime arsenaal van vormen en details die deze inventieve kunstenaar achter de hand had.