De ergste storm lijkt te zijn gaan liggen bij Akzo

Deze rubriek belicht iedere maandag beursfondsen die in de belangstelling staan. Deze week: AkzoNobel.

Dat verfmaker AkzoNobel wel tegen een stootje kan, weten we sinds de verwoede overnamepogingen van zijn Amerikaanse concurrent PPG drie jaar geleden. Daarbij cirkelden de activistische aandeelhouders lange tijd als aasgieren boven de kantoortoren aan de Zuidas. Toch was het tussentijdse bericht een week geleden van de onderneming die zelfstandig wist te blijven een verrassing – zelfs voor zijn meest fervente volgers.

Het ‘Bijbelse’ tweede kwartaal midden in de uitbraak van het coronavirus bleek AkzoNobel namelijk relatief goed te hebben doorstaan. Natuurlijk, de omzetkrimp van 19 procent naar 1,99 miljard euro en de daling met 22 procent van het bedrijfsresultaat naar 238 miljoen euro deden pijn. Maar het was minder erg dan waar het analistengilde op had gerekend. Daarbij komt: in juni daalde de omzet minder dan 5 procent, vergeleken met dezelfde maand vorig jaar. Dat is een solide herstel na de min 20 procent van mei en die van bijna min 30 procent in april.

Hoe kreeg het bedrijf dat voor elkaar? De producent van verfmerken als Flexa en Sikkens wees zelf op het sterke herstel van de vraag naar decoratieve verf in Europa. Terwijl ook de gehele vraag in China tegen het einde van het kwartaal weer bijna hersteld was. „Best knap gezien de zeer moeilijke omstandigheden”, zegt analist Wim Hoste van KBC Securities. „Het kleine verschil tussen de daling van de winst en die van het bedrijfsresultaat is beter dan bij de meeste bedrijven. Het is een teken dat Akzo veel uit de kostenbesparingen heeft gehaald.”

Die besparingen werden ingezet na de vijandige avances van PPG. Als belofte aan teleurgestelde aandeelhouders sneed Akzo volop in de kosten: in totaal voor 200 miljoen euro. De coronacrisis biedt de mogelijkheid om verder te snijden, zegt analist Stijn Demeester van ING. „Denk aan reiskosten, tijdelijke werkkrachten en reclame-uitgaven. Dat zal schelen voor de komende kwartalen.”

AkzoNobel paaide beleggers eerder al na de verkoop van zijn chemietak aan de Amerikaanse private-equityfirma Carlyle. In het najaar van 2018 werd 5,5 miljard euro verdeeld, bovenop een speciaal dividend van 1 miljard euro. Een ‘duidelijk teken’ dat het bedrijf ook zijn belofte nakomt van meer aandeelhouderswaarde creëren, zei de Belgische topman Thierry Vanlancker nadien.

Volgens beide analisten kan je daarmee voorzichtig de conclusie trekken dat de keuze om zelfstandig te blijven verstandig is geweest. Demeester: „Ik denk dat het huidige management heel sterk uit de hoek is gekomen. Er is veel cash teruggevloeid naar de aandeelhouders en dat heeft een aantal mensen positief verrast. Maar er is nog een lange weg te gaan.”

Vanlancker moet Akzo nu door de in mist gehulde coronacrisis loodsen. Want hoewel het lijkt alsof de ergste storm is gaan liggen, zijn er bedrijfstakken waarover het bedrijf zich structureel zorgen moet maken, zoals de divisie luchtvaart- en autolakken. Hoste: „Vooral de luchtvaart is een van de zwakke eindmarkten de komende kwartalen. Afgaand op de sterk gedaalde productiedoelen bij Akzo’s klanten Boeing en Airbus zie ik dat ook niet snel veranderen. In de autoindustrie verwacht ik sneller herstel.”

Ook dreigt er nog steeds een tweede golf van besmettingen te komen, die weer kan leiden tot nieuwe lockdowns en minder vertrouwen van consumenten. „De tweede helft van het jaar belooft nog pittig te worden”, aldus Demeester.

Hij is verder benieuwd of Akzo dit jaar nog overnames zal gaan plegen. „De verfindustrie is versnipperd. De markt groeit niet sterk, maar er zijn nog heel wat mogelijkheden voor overnames.”

Woensdagochtend maakt Akzo de volledige tweedekwartaalcijfers bekend.