Reportage

De dominee heeft geen kerk, maar een weggeefwinkel

Kerk in arme wijk Dominee Nico van Splunter regelt laptops voor scholieren en gaat mee naar hulpverleners. En af en toe geeft hij een preek.

In de weggeefwinkel van dominee Nico van Splunter (links) in de Rotterdamse wijk Bospolder-Tussendijken komen vooral vrouwen.
In de weggeefwinkel van dominee Nico van Splunter (links) in de Rotterdamse wijk Bospolder-Tussendijken komen vooral vrouwen. Foto Goed Folk

Dominee Nico van Splunter draagt een T-shirt en drinkt koffie uit een plastic bekertje. Hij wilde afspreken in het Rotterdamse Bospolder-Tussendijken, een wijk op tien minuten fietsen van het centrum, waar hij pastor is. Hij zag er hoe veel van de veertienduizend bewoners door de coronamaatregelen de afgelopen maanden razendsnel in de problemen kwamen.

Van Splunter: „Ze hebben nulurencontracten, in de schoonmaak bijvoorbeeld, als ze al een contract hebben. En vervolgens bleef de markt gesloten, moesten ze hun boodschappen plots in de supermarkt doen. Dat is op weekbasis al snel een paar tientjes duurder. Geld dat ze niet hebben.”

In Bospolder-Tussendijken verdween het perspectief niet, want perspectief is er nooit geweest. Van Splunter: „Waarom denk je de laatste euro’s opgaan aan kraslootjes?”

Maar waar armoede is, vindt Van Splunter, zou de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) ook van betekenis moeten zijn. Hij heeft een kerkelijke „start-up”, een „pioniersplek”, in de woorden van de protestantse kerk, die jaarlijks tienduizenden leden verliest. Van die pioniersplekken, een ‘nieuwe vorm van kerk zijn’ aldus de PKN, zijn er 150 in Nederland: in nieuwbouwwijken, dorpen waar God verdween, voor twintigers, hoogopgeleiden, armen. Verschillende doelgroepen, dezelfde boodschap.

In Bospolder-Tussendijken ging dat zo: Van Splunter regelde laptops voor thuiszittende kinderen, voedselpakketten, boodschappenhulp. Het laatste project heeft auberginekleurige muren en is gevestigd in een hoekpand. In deze weggeefwinkel mag iedereen gratis producten ophalen. Op het bord bij de ingang staan de vier producten die verkrijgbaar zijn: brood, schoonmaakmiddel, kroepoek, pindakaasrepen.

Foto Goed Folk
Foto Goed Folk
Foto Goed Folk
Foto’s Goed Folk
Lees ook: Planbureaus voorzien sterke groei van de armoede

Dagelijks komen er meer dan honderd ‘klanten’, bijna allemaal vrouw. Velen van hen komen elke dag. „Zij ondervinden aan den lijve hoe hard het leven is. Zij zorgen voor de kinderen.” Maar: „De aanvoer en uitvoer is nog niet goed verdeeld”, zegt Van Splunter. Er is te weinig.

Van Splunter hoopt dat mensen „met een dikke portemonnee” wel voor de producten in de weggeefwinkel betalen. Alleen die mensen komen hier nog nauwelijks – waar in veel Rotterdamse wijken de yuppen andere bewoners al verdreven, fietsten de bakfietsen nog lang met een grote boog om Bospolder-Tussendijken heen. Nog steeds is Bospolder één van de armste postcodegebieden van Nederland.

Over een paar maanden wil Van Splunter met vrijwilligers ontbijt voor schoolgaande kinderen gaan verzorgen. Vijfhonderd ontbijtjes op tienduizend inwoners. Zodat de kinderen niet meer met lege magen in de klas hoeven zitten. Vorige maand waarschuwde de kinderombudsman voor toenemende armoede bij gezinnen met kinderen.

Van Splunter begon zijn carrière in de Noord-Brabantse vestingstad Heusden. Daar had hij wel het aanzien van zijn driehonderd kerkleden – dag meneer de dominee – maar daarbuiten kon hij naar zijn zin te weinig betekenen.

De Rotterdamse wijk Spangen. Foto Goed Folk

‘Slaaf van armoede’

Hij bedacht dat hij in Rotterdam pastor voor de hele wijk zou worden. Tien jaar geleden arriveerde hij in Spangen, „een zelfde soort wijk”. De kerk was er al vroeg verdwenen, nog in de jaren zestig. Kerkgangers waren met de ‘witte vlucht’ naar de randgemeenten vertrokken. Wie het geld had, ging. In Spangen waren in de tussentijd wel migrantenkerken en moskeeën gekomen.

De bewoners hadden behoefte aan samenzijn maar niet per se aan kerkdiensten, leerde hij toen hij met ze sprak. „Mensen zeiden me: ik wil gezellig met mijn buren barbecuen. Van meet af aan zijn we dingen gaan organiseren. Ook barbecuetjes, inderdaad.” Zo leerde hij dat mensen toch wel over God wilden praten. „Gaandeweg kom je er in gesprekken achter dat mensen wel zeker een latente vraag hebben over het geloof.’’ In Spangen liet hij na tien jaar een kleine kerkgemeenschap met zeventig leden achter bij een collega-dominee.

In zijn weggeefwinkel zag hij wat het gebrek aan perspectief met mensen doet. „Dan denk je niet meer aan anderen, alleen nog maar aan jezelf.” Een paar dagen terug kregen ze zevenhonderd flessen schoonmaakmiddel en „rausde men naar binnen. Ze namen het liefst zes flessen mee.” De winkel moest even dicht om de orde te herstellen. „Een stukje opvoeden.”

Hij vertelt over een gesprek met een bewoonster uit Bospolder-Tussendijken. Ze was bang dat de kinderbescherming haar kinderen weg zou halen. Hij stelde haar gerust, zei dat zoiets echt niet zomaar gebeurt en ging mee naar het volgende gesprek met de hulpverleners.

„Ik wil dat mensen een waardevol leven hebben’, zegt Van Splunter. „En we werken niet met een verborgen agenda ofzo. Ik ben dominee. Ik hoop dat mijn kerk groeit.” Hij wordt betaald door de kerkgemeenschap in Spangen en krijgt voor de sociale en hulpverlenende projecten subsidies uit fondsen en van de overheid.

Laatst werd hij gevraagd om op een culturele middag een preek in het Maas Theater te geven. Hij sprak er over Mozes bij de brandende braamstruik die de opdracht van God kreeg het volk van Israël te bevrijden. „Hier zijn veel mensen ook slaaf. Slaaf van armoede. Ze worden letterlijk beknot.”

Foto Goed Folk

Lees ook: het wilde westen van Rotterdam moet klimaatneutraal wokken