Techreuzen willen de school hervormen

Technologie in het onderwijs | Digitalisering Het onderwijs is niet ingericht voor de 21ste eeuw, vinden technologiebedrijven. Met hun producten is zoveel meer te bereiken op scholen, beloven ze.

Op Bett, de grootste ict-onderwijsbeurs van Europa, presenteren bedrijven hun producten voor het onderwijs. In 2019 kwamen volgens de organisatie 850 ondernemingen, 103 start-ups en 34.700 bezoekers naar de beurs in Londen.
Op Bett, de grootste ict-onderwijsbeurs van Europa, presenteren bedrijven hun producten voor het onderwijs. In 2019 kwamen volgens de organisatie 850 ondernemingen, 103 start-ups en 34.700 bezoekers naar de beurs in Londen. Foto Bett

De coronacrisis is in Europa op haar hoogtepunt als Microsoft een virtueel congres organiseert met invloedrijke figuren uit de onderwijswereld. De Educational Transformation Summit gaat over de vraag welke strategieën nodig zijn om het onderwijs ook na deze crisis „diepgaand te transformeren”. Naast werknemers van Microsoft Education praten de directeur van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), de adjunct-directeur van Unesco en een aantal ministers van onderwijs mee. Blended learning is een van de idealen: een combinatie van fysiek en online onderwijs, zodat leerlingen kunnen leren „waar en wanneer ze maar willen, zonder beperkingen in tijd en ruimte”.

Op het moment van de conferentie, begin mei, zijn scholen met in totaal zo’n anderhalf miljard leerlingen gesloten. Als het kan krijgen zij les via de computer. Dat komt technologiebedrijven niet slecht uit. Zij pleiten al jaren voor meer digitalisering in het onderwijs, maar in veel landen kwam dat maar mondjesmaat op gang. Door corona móéten scholen wel. Hun enige mogelijkheid tot contact met leerlingen is via de computer.

Lees ook: Scholen willen samen sterker staan tegenover de techsector

Hoewel leraren over de hele wereld nadelen zien – de ongelijkheid tussen leerlingen groeit, ze missen sociale interactie – zijn ze ook enthousiast over de mogelijkheden van technologie. Online lessen, merken ze, kunnen efficiënter zijn. Ze zullen er na corona zeker deels mee doorgaan. Maar met die digitalisering, waarschuwen experts, kan ook het onderwijs zelf veranderen. Wordt de invloed van technologie op het onderwijs te groot?

Modern lesgeven

Eind maart, de scholen zijn twee weken dicht. Bij Microsoft Nederland staat de telefoon roodgloeiend. „We zijn er dag en nacht mee bezig”, zegt algemeen directeur directeur Ernst-Jan Stigter in een videogesprek met NRC en zijn collega Dagmar Lens, hoofd van de Nederlandse onderwijstak. De virtuele onderwijsruimte Microsoft Teams wordt veertien keer zo vaak gebruikt als voor de crisis. Ook andere techbedrijven zien een flinke groei: bij digitale uitgever Blink neemt de vraag tussen de 10 en 30 procent toe, bij ProWise (reken- en taalsoftware) met een kwart. Google Classroom wil geen cijfers per land geven , maar zegt dat het aantal gebruikers verdubbeld is, naar 100 miljoen.

Microsoft Nederland heeft 150 medewerkers vrijgespeeld om een half uur één op één leerkrachten te coachen. De meeste vragen gaan niet over hoe de knoppen werken, maar over online lesgeven: hoe houd je de aandacht van de klas erbij? Hoe voorkom je dat je een uur alleen maar staat te zenden?

Private partijen worstelen zich in het publieke domein

„We zien veel veranderkracht bij scholen”, zegt Lens, wier taak het is het onderwijs in Nederland te „transformeren”. Dat doen zij en haar team van Microsoft door onderwijsinstellingen te helpen bij het opstellen van een visie en van daaruit het ‘modern lesgeven’ vorm te geven. Ze werken volgens een vaste methode. Om hoeveel scholen en hoger onderwijsinstellingen het gaat, wil ze niet zeggen – alleen dat het gebruik van Microsoft-diensten in het onderwijs groeit. „Je wilt dat digitalisering overal in zit, niet alleen in een paar lesmodules. Dit is het moment om door te pakken.”

Lees meer over onderwijs op afstand: Alleen een livestream van colleges is niet genoeg

Wereldwijd hebben techbedrijven de coronacrisis aangegrepen om innovatie in het onderwijs aan te moedigen, schrijven Ben Williamson (University of Edinburgh) en Anna Hogan (University of Queensland) in een deze maand verschenen onderzoek. Ze lobbyen actief bij regeringen voor langetermijnhervormingen waarbij hybride onderwijs de norm is – en ze meer in het publieke onderwijsstelsel ingebed raken. Ze worden daarbij gesteund door organisaties als Unesco, OESO en de Wereldbank.

Die lobby vindt ook in Nederland plaats, maar het is niet zo dat Google het hele onderwijssysteem opnieuw aan het ontwerpen is, benadrukt onderzoeker technologie en onderwijs Niels Kerssens (Universiteit Utrecht). „De regie vanuit de overheid en de onderwijssector is hier best sterk. We hebben een redelijk open systeem. Het is hier geen Amerika, waar grote private partijen veel meer macht hebben.”

Tools, inspiratie en lesprogramma’s

Drie van ‘de grote vijf’ techbedrijven (Microsoft, Apple, Facebook, Amazon, Google) investeren al sinds het begin van hun bestaan in onderwijs. Apple eerst vooral met hardware, Microsoft met het softwareprogramma Office. Maar inmiddels draait hun onderwijsstrategie allang niet meer om een computer of simpele tekstverwerker. Apple biedt „tools, inspiratie en lesprogramma’s” om „het creatieve talent van kinderen te kunnen voeden”. Google helpt het onderwijs „vooruit met producten, programma’s en liefdadigheid”. Facebook maakt „leergemeenschappen mogelijk”.

In hun boek The Platform Society beschrijven wetenschappers José van Dijck, Thomas Poell en Martijn de Waal hoe technologieën steeds verder de klas binnendringen. De onderwijstechmarkt is het afgelopen decennium gaan floreren: er zijn veel aanbieders bijgekomen, die onder meer leerlingvolgsystemen, digiborden en administratiesystemen verkopen. „Dat raakt aan de essentie van een school”, zegt Van Dijck, universiteitshoogleraar mediawetenschappen, in haar werkkamer op de Universiteit Utrecht. „Als je onderwijsapps levert, ben je al deel van het curriculum. Private partijen worstelen zich zo steeds dieper in het publieke domein.”

Op Bett, de grootste ict-onderwijsbeurs van Europa, presenteren bedrijven hun producten voor het onderwijs. In 2019 kwamen volgens de organisatie 850 ondernemingen, 103 start-ups en 34.700 bezoekers naar de beurs in Londen.
Foto Bett
Op Bett, de grootste ict-onderwijsbeurs van Europa, presenteren bedrijven hun producten voor het onderwijs. In 2019 kwamen volgens de organisatie 850 ondernemingen, 103 start-ups en 34.700 bezoekers naar de beurs in Londen.
Foto Bett
Op Bett, de grootste ict-onderwijsbeurs van Europa, presenteren bedrijven hun producten voor het onderwijs. In 2019 kwamen volgens de organisatie 850 ondernemingen, 103 start-ups en 34.700 bezoekers naar de beurs in Londen.
Foto’s Bett

En zoals de wervende reclametaal van bedrijven al verraadt, zijn hun technologieën niet neutraal. Ze hebben een behoorlijk expliciete visie op onderwijs.

Die van Microsoft wordt duidelijk op een bijeenkomst voor journalisten in januari in Londen, tijdens Bett, de grootste ict-onderwijsbeurs van Europa. In de Microsoft Store op Oxford Circus wordt het nieuwste van het nieuwste getoond: programma’s voor een „inclusieve klas”, zoals een live-vertaalprogramma zodat iedereen altijd colleges kan volgen en technieken die mensen met dyslexie helpen. Zelfs ‘mindfulness’ leren via de populaire game Minecraft is mogelijk. „Breathe in, breathe out”, staat er op het computerscherm.

Mark Sparvell, voormalig leraar en schoolleider in Australië, is nu thought leader voor Microsoft Education. „De leraren van 2030 zijn digital natives”, zegt hij in zijn presentatie. „Millennials en generatie Z willen anders leidinggeven en leren. Onderwijs zal meer gericht zijn op sociaal-emotionele en technische vaardigheden dan kennis. De rol van de leraar verandert. De rol van techniek wordt groter.” Hij toont een filmpje van leerlingen uit New Delhi die met tablets werken. „Iedereen leert hier op z’n eigen manier”, zegt een leerling.

Deze beweringen komen niet overeen met wetenschappelijke kennis – ze staan er soms zelfs haaks op. Digital natives bestaan niet, voor 21ste-eeuwse vaardigheden is geen wetenschappelijke basis. Veel wetenschappers benadrukken dat kennis een voorwaarde is voor vaardigheden: als je niets van een onderwerp weet, kun je ook niet ‘complexe problemen oplossen’ of ‘samenwerken’.

„Techbedrijven gebruiken voortdurend pseudowetenschap en onderwijsmythen om hun producten te verkopen”, zegt Neil Selwyn, hoogleraar aan de Monash University in Australië en schrijver van het boek Is Technology Good For Education? „Het probleem is dat er geen definitief bewijs is voor wat werkt in het onderwijs. Dat maakt het een geliefd terrein voor kwakzalvers. Veel onderwijstechnologieën zijn gebaseerd op onzin.”

Sparvall benadrukt in de presentatie dat zijn uitspraken gebaseerd zijn op The Class of 2030: een grootschalig recent onderzoek dat Microsoft deed in samenwerking met McKinsey, waarvoor duizenden leraren en leerlingen zijn bevraagd en meer dan 150 onderzoeken bestudeerd. Op de opmerking dat in Nederland de achteruitgang van het niveau in lezen ook een groot probleem is, antwoordt hij dat dit waarschijnlijk komt doordat er te véél aandacht is voor cognitieve vakken. „What we care about, we learn about. If it’s not fun, we’re not learning.

Lees ook dit onderwijsblog: Google, Apple en Microsoft dringen de klas binnen

Tech-solutionisme

Hoogleraar Selwyn ziet de inmenging van techbedrijven in de onderwijssector als een oprechte poging om te helpen. „In Silicon Valley heerst het gedachtegoed van tech-solutionisme”, zegt hij. „Veel techbedrijven zien scholen als ontzettend inefficiënt, zelfs niet-functionerend. Ze willen de school heel graag opnieuw uitvinden, passend bij de 21ste eeuw, door te hervormen op een corporate manier: gestroomlijnd met technologie als ondersteuning.”

Maar vaak pakt het anders uit dan hun theorieën voorschrijven, zegt hij. „Ze begrijpen niet dat een school per definitie rommelig en complex is door de sociale component. Ze zijn snel gefrustreerd dat hun benadering niet werkt en zeggen dan dat leraren, ouders en het systeem hun visie niet hebben overgenomen.”

In extreme vorm is dat te zien bij de scholen die voortkomen uit techbedrijven, zegt hij, zoals de AltSchool in de Verenigde Staten en de iPad-school in Nederland. „Dat soort pogingen mislukken bijna altijd, waardoor leerlingen en ouders ontredderd achterblijven. Dat past bij de ethos van techbedrijven van ‘experimenteer en faal’, maar minder goed bij de levens van jonge mensen.”

Winst is vanzelfsprekend ook een drijfveer voor techbedrijven om zich in het onderwijs te storten – maar volgens Selwyn valt het mee hoe lucratief de onderwijsmarkt is. Wel is het gunstig jonge mensen zo vroeg mogelijk aan je producten te verbinden. De ‘excursie’ naar de Apple Store die het bedrijf organiseert voor schoolklassen is vanuit dat perspectief slim. En: hoe meer data, hoe beter bedrijven kunnen voorspellen hoe mensen leren. Het credo dat data het nieuwe goud is, geldt ook in het onderwijs.

Het belang van techbedrijven is economisch, beschrijven Van Dijck, Poell en De Waal in hun boek over platformisering. Zij willen dat het onderwijs geschikte werknemers aflevert, passend bij de economie van de toekomst. Terwijl onderwijs als publiek goed een breder doel heeft: aan Bildung doen. Kritische burgers kweken die de democratie in stand houden – niet alleen de economie.

Gevraagd naar de motivatie van Microsoft Nederland om het onderwijs te willen veranderen, verwijst directeur Stigter in het videogesprek inderdaad naar de „banen van morgen”, die een digitaler karakter hebben. „Onze afgestudeerden zijn daar niet op ingesteld. Het World Economic Forum heeft Nederland de vierde plek gegeven als het gaat om de meest competitieve economie, maar wat betreft ict-vaardigheden staan we op nummer twintig. Tel daarbij op dat ons curriculum al vijftien jaar oud is. Op een gegeven moment gaat dat de economie beïnvloeden. Dat willen we voor zijn.”

Microsoft is er absoluut niet op uit vuistdiep de school binnen te dringen, zegt hij. „We zijn voor innovatie op alle relevante plekken in de maatschappij. Het is helemaal aan de leraar om die handschoen op te pakken of niet. Onze verantwoordelijkheid is om de middelen beschikbaar te stellen zodat mensen door kunnen gaan met hun werk, ook nu, in deze moeilijke tijd.”

En de ideologie? De opvatting dat het onderwijs meer aan 21ste-eeuwse en sociaal-emotionele vaardigheden moet doen? „We hebben een heel cognitief schoolsysteem”, zegt hij. „Maar in het huidige tijdsgewricht gaat het er ook om of je een netwerk kunt mobiliseren en of je samen kunt werken. Wij geloven dat er onevenredig veel energie in moet zitten om dat te leren. Ik weet niet of dat ideologisch is – ik zou het een visie willen noemen. Wij voelen ons medeverantwoordelijk voor het inrichten van het onderwijsveld, dat klopt.”