Necrologie

Pionier van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging

John Lewis (1940-2020) Bij vreedzame acties voor gelijke rechten voor zwarte mensen werd hij herhaaldelijk in elkaar geslagen. Later groeide John Lewis uit tot een van de boegbeelden van de burgerrechtenbeweging in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden.

John Lewis spreekt voor het Hooggerechtshof in Washington in 2013.
John Lewis spreekt voor het Hooggerechtshof in Washington in 2013. Foto Mandel Ngan/AFP

Wie de woorden hoort van John Lewis, uitgesproken op de trappen voor het Lincoln Memorial in Washington, 23 augustus 1963, naast Martin Luther King, moet vaststellen dat ze in de Verenigde Staten van vandaag woordelijk uitgesproken hadden kunnen worden. „We zijn het zat in elkaar geslagen te worden door politieagenten. We zijn het zat te zien hoe onze mensen telkens weer in de gevangenis worden gegooid”, zei de destijds nog maar 23-jarige burgerrechtenactivist. „Hoe lang kunnen we dit nog dulden? Wij willen onze vrijheid, en we willen haar nu.”

Sterker nog: deze woorden wórden vandaag de dag precies zo uitgesproken omdat het probleem waar de Afrikaans-Amerikaanse activist en politicus zijn hele leven voor heeft gestreden, nog altijd niet is opgelost. De ongelijkheid tussen Amerikanen van verschillende kleuren is misschien verminderd, maar niet weggenomen – alle inspanning van John Lewis en de zijnen ten spijt.

In het harnas

Vrijdag overleed hij, tachtig jaar oud, in het harnas als afgevaardigde van de staat Georgia. Ongebroken in zijn geloof dat geweldloos verzet helpt een meer rechtvaardige samenleving te krijgen. Hij werd in juni geïnterviewd door tv-zender CBS over de gewelddadige dood van de zwarte Amerikaan George Floyd door een witte politieman. Lewis vertelde dat hij was geroerd door de demonstraties die daarop volgden. Het protest was „zo veel massaler en veelkleuriger” dan in de jaren zestig, zei hij. „De geest kan niet meer terug in de fles.

Geboren en getogen in het gesegregeerde Alabama van de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw, raakte Lewis als tiener betrokken bij de geweldloze burgerrechtenbeweging van dominee King, die hij ontmoette toen hij achttien was. In zijn studentenjaren was hij een van de zeven zwarte en zes witte mannen die per bus van de hoofdstad Washington naar New Orleans besloten te rijden. Ze zouden naast elkaar gaan zitten, wetende dat dit in verschillende zuidelijke staten verboden was. Onderweg werden de mannen meer dan eens met honkbalknuppels, kettingen en loden pijpen bewerkt, en in de gevangenis gegooid.

Er worden bloemen gelegd bij een muurschildering in Atlanta ter ere van John Lewis. Foto Dustin Chamber/Reuters

In 2009 bood een voormalig lid van de Ku Klux Klan Lewis excuses aan voor het feit dat hij hem had afgetuigd in de wachtkamer van een busstation. Ze gaven sindsdien regelmatig samen interviews.

Tegen die tijd was Lewis al lang en breed lid van het Huis van Afgevaardigden voor de Democratische Partij. In een herdenkingstoespraak voor Martin Luther King vatte Lewis twee jaar geleden zijn politieke programma samen: „Als je iets ziet dat niet goed is, niet eerlijk, niet rechtvaardig, dan heb je de morele plicht er iets aan te doen, er iets over te zeggen, niet te zwijgen.”

Voordat Barack Obama in 2008 als president werd beëdigd, omhelsde hij Lewis op het podium. „Ik zei hem dat ik alleen hier kon staan door de offers die hij had gebracht”, zo memoreerde Obama zaterdag in een persverklaring.

Lees ook: Een eeuw na de massamoord is Tulsa nog altijd verdeeld