Krijgen de ‘grote jongens’ straks de macht op de warmtemarkt?

Vijf vragen over warmtenetten Klimaatminister Wiebes (VVD) heeft zijn nieuwe Warmtewet gepresenteerd. Een verkeerde koers, vindt een brede groep critici.

Voorbeeld van innovatie: de ‘energiebunker’ in Hamburg voorziet een deel van de stad van duurzame warmte.
Voorbeeld van innovatie: de ‘energiebunker’ in Hamburg voorziet een deel van de stad van duurzame warmte. Foto Bodo Marks/HH

Hij toonde zich eind vorig jaar nog optimistisch. In een van zijn Kamerbrieven over een nieuwe Warmtewet vergeleek minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) het aanleggen van collectieve verwarming in woonwijken met het aanleren van een gezelschapsspel. Ja, het is complex en het duurt even voordat iedereen zijn rol begrijpt. Maar, schreef hij, „zie het als het spelen van een nieuw gezelschapsspel: bij het doorlezen van de spelregels lijkt het veel en ingewikkeld, maar zodra je begint met spelen wordt het ineens helder”.

Dat was december 2019. Een half jaar later heeft Wiebes zijn voorstel voor een Warmtewet 2.0 gepubliceerd en kan iedereen zijn commentaar geven. Eén ding is duidelijk. Voor een gezellige en harmonieuze spelletjesavond is het te vroeg. Onlangs riepen 39 organisaties – bedrijven uit de energiesector, bewonersverenigingen en milieupartijen – de minister op om een andere koers te kiezen. In hun Warmtemanifest, welwillend ontvangen door Tweede Kamerleden, pleiten zij voor meer nadruk op betaalbaarheid en innovatie. Nu zou de wet nog te veel zijn geënt op grote spelers als Eneco en Vattenfall.

Vijf vragen over de complexe wereld van warmtenetten.

1 De Warmtewet, daar heb ik toch niets mee te maken?

Stadsverwarming, zoals het decennia heette, komt in Nederland minder voor dan in omringende landen. Maar collectieve verwarming wordt met het aardgasvrij maken van wijken wel steeds belangrijker. Momenteel hebben zo’n 400.000 huishoudens verwarming en warm water uit de kraan via een warmtenet. De netten komen op verschillende manieren aan hun warmte: restwarmte uit de energiecentrale of de afvalverbranding, maar ook bijvoorbeeld warm water uit de diepe bodem (geothermie) of via houtstook in biomassacentrales.

Door de klimaatafspraken neemt het aantal warmtenetten de komende tien jaar snel toe. In 2030 krijgen naar verwachting nog eens zo’n 750.000 huizen en gebouwen hun warmte centraal aangeleverd, zodat de cv-ketel niet meer nodig is. Daarbij nemen gemeenten het voortouw: zij beslissen dit en komend jaar welke woonwijken als eerste van het gasnet afgaan en wat het alternatief wordt. Zijn er warmtebronnen in de buurt, dan kan een warmtenet de goedkoopste oplossing zijn.

De Warmtewet bewaakt de rechten, de plichten en bijvoorbeeld ook de kosten van de consument. Daardoor wordt die nieuwe wet voor een steeds grotere groep mensen van belang. Is een bewoner bijvoorbeeld verplicht om mee te doen als de hele wijk overgaat op een warmtenet? Daarin komt in het huidige wetsvoorstel van Wiebes geen verandering: het staat iedereen vrij om mee te doen, maar er is wel een belangrijke voorwaarde: wie niet voor een warmtenet in zijn wijk kiest, moet op een andere manier zijn huis minstens even duurzaam gaan verwarmen.

2 Waarom is er een nieuwe Warmtewet nodig?

Wiebes hintte in zijn brief aan de Kamer niet voor niets op de complexe spelregels. Eigenlijk moet de wet de aanleg en het beheer van de warmtenetten van de toekomst regelen, maar hoe de netten er precies uit gaan zien, weten we nog niet. Wel is duidelijk dat het anders gaat worden en bijna alle partijen zien de noodzaak van nieuwe wetgeving.

De huidige warmtenetten transporteren in de meeste gevallen warmte van hoge temperatuur, vaak meer dan 70 graden. Ideaal voor veelal oude stadswijken met matig tot slecht geïsoleerde huizen. In de praktijk komt de warmte van één bron, bijvoorbeeld een gascentrale of een afvalverbrander. Dat gaat veranderen, zegt Annelies Huygen, hoogleraar ordening van energiemarkten in Utrecht. In de toekomstige systemen draait het niet alleen om warmte, maar ook om koeling en om de opwekking van elektriciteit. „Je moet het integraal benaderen en niet alleen naar warmte kijken.”

Ook neemt het aantal warmtebronnen toe. „Bij nieuwe systemen komt alle restwarmte van de wijk in het net terecht. Die warmte kan uit datacenters komen, maar ook bijvoorbeeld van de koelapparatuur van supermarkten of de riolering.”

Cruciaal is volgens Huygen dat de nieuwe wet meer in gaat spelen op de komst van kleine en integrale systemen en dat gebeurt nu volgens haar nog niet. „In Denemarken en Duitsland zijn er vele honderden warmtebedrijven die goedkoper zijn dan de grote warmtenetten hier.”

Huygen, ook werkzaam bij onderzoeksorganisatie TNO, is kritisch over het feit dat er (oplopende) duurzaamheidseisen in de wet worden genoemd, omdat ze vreest dat die als plafond gaan gelden. „Voor de bestaande netten is dat werkbaar, maar ze gaan ook gelden voor de nieuwe warmtenetten. Daarmee onderschat je de innovatiekracht van de sector. Internationaal zijn er al succesvolle voorbeelden van energieneutrale netten.”

3 Krijgen kleinere spelers met de nieuwe wet een serieuze kans?

Veel critici uit de energiewereld vinden van niet. Dat geldt voor netbeheerders als Liander en Enexis die nu verantwoordelijk zijn voor de gas- en stroomleidingen in de straat. Maar ook woningcorporaties en milieuorganisaties zijn kritisch over de huidige wet. Dat komt vooral omdat het wetsvoorstel bepaalt dat de gemeente bij elk project – dat kan om vijfhonderd maar ook om tienduizend woningen gaan – één bedrijf aanwijst dat de controle krijgt over het netwerk: van de warmtebron tot aan de voordeur. En dat, zoals de wet het noemt, integrale warmtebedrijf krijgt twintig tot maximaal dertig jaar het recht op exploitatie.

Zo wordt „de keuzevrijheid en marktwerking ernstig beperkt”, zeggen de organisaties achter het Warmtemanifest. Nu de warmtemarkt zich zo snel ontwikkelt – op dit moment vooral in het buitenland – dreigt de nieuwe wet innovatie tegen te houden.

„En de wetgever vergeet nog een cruciaal punt. De bewoners zijn juridisch belanghebbende, het gaat om de verwarming van hun huis”, zegt Siward Zomer. Als directeur van brancheorganisatie Energie Samen begeleidt hij tientallen duurzame initiatieven van bewonerscoöperaties. „Die aanleg van warmtenetten moet geen een-tweetje worden tussen de burgemeester en een groot warmtebedrijf, waarbij bewoners alleen voor een informatieavond worden uitgenodigd. Die bewoners moet je op zijn minst beslissingsbevoegdheid geven over wie hun warmte gaat leveren de komende dertig jaar.”

Volgens Zomer, een van de ondertekenaars van het Warmtemanifest, moet de gemeente ervoor zorgen dat de bewoners die van het gas af moeten, goed geadviseerd worden en dat de mensen zelf een keus maken. „De wijk moet zelf tot een conclusie komen en dan kunnen marktpartijen hun diensten leveren. Dat is wat anders dan wat er nu dreigt: een veroveringstocht door energieconcerns langs de wijken die aardgasvrij moeten worden.”

4 Wat vinden de huidige grote spelers?

Volgens marktleider Eneco is de keuze van de wetgever voor het integrale warmtebedrijf logisch. „Niet alleen vanwege de leveringszekerheid, maar zeker ook vanwege de betaalbaarheid”, zegt Ron Wit, directeur Energietransitie. „Je wilt één partij die regie voert, dat bespaart kosten en verlaagt de rekening. Deze keuze van de minister heeft ook te maken met de problemen in Leiden waar eind vorig jaar een wijk zonder warmte dreigde te komen.”

Wit bestrijdt de gedachte dat de nieuwe wet te veel uitgaat van de huidige structuur en innovaties belemmert. „Dat één bedrijf de coördinatie heeft, wil niet zeggen dat die organisatie ook alles in eigendom heeft. Er kan volop met onderaannemers worden gewerkt. Dat gebeurt nu ook al. In Den Haag hebben we bijvoorbeeld een netwerk waarbij energiebedrijf Uniper de warmte levert.”

Verder kunnen gemeenten in de nieuwe wetgeving ontheffingen geven voor buurten tot vijfhonderd woningen. „Dan kan bijvoorbeeld een energiecoöperatie met de bewoners een eigen net in de wijk opzetten. Zo’n project krijgt lichtere controle van de ACM [toezichthouder Autoriteit Consument & Markt, red.] dan waar de grote netten mee te maken krijgen”.

ACM houdt nu al toezicht op de winsten van de warmtebedrijven, die lokaal een monopolie hebben. Volgens Wiebes liepen de winstmarges de laatste tijd te veel op. Hij stuurde daarover vorig jaar een kritische brief naar de sector, die in 2018 een gemiddelde winstmarge van 6,8 procent boekte. „De afgelopen vijf jaar lag volgens ACM de winstmarge in de branche gemiddeld onder de 5 procent”, zegt Wit van Eneco, dat een derde van de warmtemarkt in handen heeft. „Recent was het inderdaad ruim 6 procent, maar we hebben ook periodes onder de 3 procent gehad.”

ACM stelt ieder jaar maximale tarieven vast die gebaseerd zijn op de aardgasprijs. In de nieuwe wet verdwijnt die link met de gasprijs en die ingreep wordt breed gesteund. De prijs wordt voortaan gebaseerd op de werkelijke kostprijs in dat gebied, plus een redelijk rendement.

We proberen wetgeving te maken voor een wereld die we nog niet goed kennen

Tom van der Lee Kamerlid GroenLinks

5 Hoe gaat het nu verder?

Tot begin volgende maand kan iedereen tijdens de lopende consultatiefase kritiek leveren op het wetsvoorstel van Wiebes. De Kamer is kritisch, zie ook de positieve ontvangst van het Warmtemanifest in juni. „De complexiteit is groot, de onvrede bij veel partijen ook”, karakteriseert Tweede Kamerlid Tom van der Lee (GroenLinks) de stand van zaken. „Probleem is dat we de beste weg vooruit nog niet scherp hebben.” Van der Lee begrijpt het verlangen om meer rekening te houden met de moderne netten die met lagere temperatuur werken, maar die ontwikkeling staat volgens hem nog in de kinderschoenen. „We proberen nu wetgeving te maken voor een wereld die we eigenlijk nog niet goed kennen.” Hij begrijpt ook dat de minister de markt in beweging moet krijgen om tot meer warmtenetten te komen. „En daarom neigt hij ernaar, om het simpel te zeggen, de grote jongens te helpen. Omdat de klant voor zijn beleving vastzit aan een monopolist, moeten de kosten sowieso echt transparant worden.”

Van der Lee noemt het onverstandig als Wiebes nog voor de verkiezingen van komend jaar de nieuwe wet erdoorheen wil drukken. „Wat mij betreft gaat de minister eerst de dialoog aan met de brede coalitie van het Warmtemanifest. Duurzame warmte wordt belangrijk voor de klimaatdoelen: laten we nou niet allerlei territoriumgevechten houden om de markt te verdelen en elkaar angsten aan te praten.”