Het coronadashboard geeft een onvolledig aantal besmettingen weer

Volksgezondheid Door een rekenmethode zijn er in juli 264 besmettingen te weinig gemeld. Dit kan een probleem opleveren bij een tweede golf.

Een proefversie van het veelbesproken coronadashboard.
Een proefversie van het veelbesproken coronadashboard. Koen van Weel/ANP

Het coronadashboard, waarop de belangrijkste data van de epidemie worden verzameld, geeft onvolledige cijfers weer. Sinds begin deze maand zijn er ruim 264 besmettingen te weinig gemeld. Het dashboard meldde 1.390 nieuwe besmettingen in juli, terwijl er 1.654 meldingen bij het RIVM binnenkwamen.

Dit blijkt uit bestudering van de gegevens door Marino van Zelst, promovendus organisatiewetenschappen aan Tilburg University, en webontwikkelaar Edwin Veldhuizen, die in hun vrije tijd de coronacijfers onderzoeken. Ook niet alle ziekenhuisopnames worden in het dashboard gemeld, ontdekte Van Zelst: in juli werden er in totaal 48 mensen met Covid-19 opgenomen, terwijl het dashboard er 20 meldt. Het probleem is de manier waarop eerder foutief doorgegeven meldingen worden gecorrigeerd.

Het dashboard moet nieuwe uitbraken zo snel mogelijk signaleren, opdat er tijdig maatregelen genomen kunnen worden. Doordat het op gebrekkige informatie gebaseerd is, signaleert het dashboard een nieuwe piek in het aantal coronagevallen later dan mogelijk zou zijn. Dat kan een probleem vormen voor de bestrijding van een mogelijke tweede golf, omdat het ministerie het beleid mede baseert op het dashboard.

Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) ziet het dashboard als een cruciaal wapen tegen het virus. In het voorjaar, toen de ‘intelligente lockdown’ werd afgekondigd, was de informatievoorziening over het virus niet op orde. Het kabinet moest „navigeren via de achteruitkijkspiegel”, stelde minister De Jonge in mei.

Het dashboard moet daar verandering in brengen: door alle relevante informatie bij elkaar te brengen, zou er snel alarm geslagen kunnen worden als er zorgwekkende ontwikkelingen zijn. „We gaan het virus zo dicht mogelijk op de hielen zitten”, kondigde De Jonge aan.

Metingen in het riool

Tot nu toe bestaat het dashboard, dat wordt beheerd door het ministerie van Volksgezondheid, voornamelijk uit cijfers die het RIVM al vanaf maart rapporteert – het aantal ziekenhuisopnames, het aantal opnames op de intensive care en het aantal bevestigde besmettingen – of cijfers die daarvan zijn afgeleid. De Jonge heeft ook hoge verwachtingen van metingen in het riool, waar virusdeeltjes in een vroeg stadium van een uitbraak kunnen worden gedetecteerd. Al is er nog te weinig onderzoek gedaan om daar harde conclusies op te baseren.

De positieve tests zijn daarom voorlopig het getal dat het dichtst op de besmettingen zit: idealiter zit er een paar dagen tussen een besmetting en een test. Dat scheelt ongeveer een week ten opzichte van een ziekenhuisopname. Dat is kostbare tijd, want in die dagen kan de epidemie hard zijn gegroeid.

Lees ook: Uitbraak? Dashboard moet het signaleren

Maar er gaan vaak dagen overheen voor de uitslag van een test wordt doorgegeven aan het RIVM. Het ministerie heeft er daarom voor gekozen om het dagelijkse aantal meldingen in het dashboard te verwerken. Het gaat dan soms om besmettingen die al een tijdje geleden zijn ontdekt, maar het geeft wel het snelste inzicht hoe rap de epidemie zich ontwikkelt.

Soms worden er foutjes gemaakt bij het doorgeven van een positieve test, bijvoorbeeld omdat er in het digitale formulier een vinkje te veel is aangeklikt, of omdat iemand in twee regio’s is aangemeld en daarom dubbel in de statistieken wordt meegenomen. Die fouten worden later gecorrigeerd. In het dashboard worden de correcties in mindering gebracht op het aantal positieve tests van die dag.

Datasets

Van Zelst verzamelde de datasets die het RIVM dagelijks publiceert. Hierin is van elke patiënt een aantal eigenschappen opgenomen, zoals GGD-regio, leeftijdscohort en geslacht. Van Zelst zocht naar veranderingen en vond dat de verdwenen besmettingen overeenkomen met de gecorrigeerde meldingen.

Een voorbeeld. Op 14 juli meldden de GGD’s 97 positieve testen aan het RIVM. Op diezelfde dag werden er 44 besmettingen gecorrigeerd die eerder waren doorgegeven. Die correcties zijn vaak van weken terug; soms worden er nog positieve tests uit maart teruggetrokken. Niettemin worden die correcties in het dashboard van het aantal nieuwe meldingen afgetrokken. Op 14 juli werden er daarom niet 97, maar 53 besmettingen gemeld.

Het aantal correcties ligt per dag ver uiteen: de ene dag zijn het er drie, de andere ruim dertig. „De correcties hebben niks meer te maken met de huidige situatie en vertekenen het beeld”, aldus Van Zelst.

Een woordvoerder van het ministerie van Volksgezondheid bevestigt dat de cijfers op deze manier worden gecorrigeerd. Hij stelt dat er daarom geen ‘signaalwaarde’ voor het aantal positief geteste mensen is berekend. Dat is de waarde die aangeeft wanneer een getal gevaarlijk hoog wordt. Voor andere graadmeters, zoals het aantal ziekenhuisopnames, is er wel zo’n signaalwaarde in het dashboard opgenomen.

Het aantal positieve tests is volgens de woordvoerder een bewerkelijk getal, omdat het afhankelijk is van de testbereidheid van de bevolking. Het is „erg belangrijk” dat mensen zich laten testen om voldoende zicht te houden op de omvang van de epidemie.

Het dashboard moet voor 1 september zo compleet mogelijk zijn. Nog niet duidelijk is welke andere indicatoren er dan worden toegevoegd.

Correctie (20 juli 2020): In een eerdere versie van dit artikel staat dat in de RIVM-dataset de woongemeente van een besmet persoon wordt bijgehouden. Dat moet GGD-regio zijn en is aangepast.

Aanvulling (20 juli 2020): Van Zelst bekeek de cijfers samen met webontwikkelaar Edwin Veldhuizen, dat is aan dit artikel toegevoegd.