Opinie

Over Europese waarden onderhandel je niet

In Europa

In een van de beroemdste boeken van de Portugese schrijver José Saramago, De stad der blinden, wordt een automobilist die voor een stoplicht staat plotseling blind. Na hem overkomt andere inwoners van de stad om onverklaarbare redenen hetzelfde. Spoedig raakt het hele openbare leven ontwricht. Ordehandhaving, zorg, voedselvoorziening – alles verzinkt in chaos en wetteloosheid. Niemand, schrijft Saramago in deze donkere fabel over de degeneratie van de beschaving, „wist voortaan meer wanneer het licht op rood stond”.

Vertel de Portugezen wat over de rechtsstaat. Hun land was van 1926 tot 1974 een militaire dictatuur. Pas daarna werd het lid van de Europese Unie: alleen democratieën mogen erbij. Als er één Europese premier is voor wie de uitholling van de rechtsstaat in Hongarije, Polen en andere EU-landen een persoonlijke klap in het gezicht is, dan is het de Portugese premier António Costa. Die landen zitten bij de club. Niemand kan ze eruit zetten. Dat maken ze duidelijk ook – assertief, cynisch, elk woord binnenstebuiten kerend tot het zijn betekenis verliest. Voor Costa, de zoon van een schrijver die driemaal gevangen zat wegens kritiek op de regering-Salazar, moet dat bitter zijn.

Toch was het Costa die deze week Europa afreisde en -belde om regeringsleiders te vertellen hoe dom het is om Europese subsidies uit de begroting en het coronaherstelfonds te koppelen aan de gezondheid van de rechtsstaat. Vanwege die koppeling dreigde de Hongaarse premier Viktor Orbán meteen de begroting en het herstelfonds te blokkeren.

Costa heeft gelijk. Die koppeling is dom. Als iemand het kan zeggen, is hij het. Het is alleen jammer dat hij er pas over begon toen Orbán met zijn veto zwaaide. Daardoor leek het alsof Costa er alleen maar mee kwam omdat hij bang was dat hij zijn subsidies niet zou krijgen.

Costa’s centrale argument is dat je Europese waarden, de democratie en de rechtsstaat niet moet gebruiken in onderhandelingen over geld. Als je onderhandelt, geef je wat en neem je wat. Zo maak je Europese waarden onderhandelbaar – wat ze niet moeten zijn, nooit. „Als je onderhandelt over waarden en geld”, schreef Costa woensdag in de krant Público, „verdedig je die waarden niet maar maak je ze te gelde. Ze worden wisselgeld.”

Volgens noordelijke landen mogen alleen functionerende democratieën Europees geld krijgen. Dat klinkt super. Goed voor ons geweten. In de laatste begrotingsvoorstellen is die eis nog aangescherpt, om ze voor de noorderlingen aantrekkelijker te maken. Maar bij zaken waarover elke Europese regeringsleider een veto heeft, zoals de EU-begroting, leg je zo wel alles in handen van degene die de Europese waarden schendt. Orbán kan de begroting afschieten, zonder dat er in Hongarije ook maar één ding verbetert. Win-win voor Boedapest. „Zo zouden we, uit naïviteit of cynisme, het proces herhalen waarbij Orbán vorig jaar Franz (sic) Timmermans als Commissievoorzitter kon vetoën”, schrijft Costa.

Kunnen we dan niets doen? Jawel. Als het om waarden en de rechtsstaat gaat, heeft de EU een speciale procedure: artikel 7 van het verdrag. Als landen waarschuwingen uit Brussel blijven negeren, komen die zaken uiteindelijk voor het Europese Hof. Dat gaat moeizaam en tergend traag. Maar het is de enige weg. Politieke druk uit Brussel werkt niet. Alleen het Hof kan landen terugfluiten. Hongarije doet meestal een stap terug vóór zaken bij het Hof komen. Polen is tweemaal veroordeeld. En tweemaal heeft het, om sancties te voorkomen, wetten teruggedraaid die de rechters beknotten.

Tot slot nog dit. Saramago was nogal een zwartkijker. Wij ook: we herkennen onszelf moeiteloos in die blinden, toch? Maar kijk uit. Aan het eind van het boek worden ze weer ziende en stoppen ze, als vanouds, braaf voor het rode licht.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.