Lineke Begeman: „Er is in Nederland nog nooit iemand hondsdol geworden na een vleermuisbeet.”

Foto Andreas Terlaak

Interview

Virussen zoeken in vleermuizenkeutels

Lineke Begeman | vleermuisonderzoeker Vleermuizen en virussen worden vaak in één adem genoemd. „Hoe meer we weten, des te beter kunnen we de angst wegnemen.”

Eigenlijk was het de bedoeling dat Lineke Begeman (36) op de foto zou gaan terwijl ze sectie verricht op een dood gevonden vleermuis – een handeling die ze de afgelopen jaren honderden keren heeft uitgevoerd. Maar vanwege coronabeleid mogen buitenstaanders de virologieafdeling van het Erasmus MC niet betreden, en dus vertelt ze via Skype over het promotieonderzoek waarmee ze sinds maart 2017 bezig is.

‘Virus’ en ‘vleermuis’ – het zijn woorden die de afgelopen maanden vaker in één adem zijn genoemd. Sinds bekend werd dat Chinese hoefijzerneuzen mogelijk indirect betrokken waren bij de overdracht van het nieuwe coronavirus op mensen, ligt de vleermuis onder een vergrootglas. In Nederland krijgt de Zoogdiervereniging regelmatig de vraag of vleermuizen hier óók SARS-CoV-2 kunnen overbrengen. Begeman wil nog eens benadrukken: dat virus komt niet voor bij vleermuizen in Nederland.

Een ziekte die kan overspringen van dier op mens heet een zoönose. „In ons land zijn er sowieso geen gevallen bekend van mensen die ziek zijn geworden door vleermuiszoönosen”, zegt Begeman. „De vraag is of dat komt doordat onze vleermuizen geen zoönotische virussen bij zich dragen of dat er een andere factor in het spel is. Wij willen daarom achterhalen welke virussen de Nederlandse vleermuizen bij zich dragen en of die eventueel van vleermuizen bij mensen terecht kunnen komen.”

In Nederland komen achttien soorten vleermuizen voor

Al jaren voor er sprake was van Covid-19 wisten virologen dat vleermuizen een mogelijke bron van opkomende infectieziekten vormen. „Maar vaak wordt er alleen gekeken in gebieden waar mensen ziek zijn geworden. Liever kijk je ook naar gebieden waar geen ziekteuitbraak is, zoals Nederland.”

Om welke vleermuizen gaat het?

„In Nederland komen achttien soorten vleermuizen voor, waarvan er drie veel voorkomen én dicht bij mensen leven: de gewone dwergvleermuis, de laatvlieger en de ruige dwergvleermuis. Die laatste is alleen in het voor- en najaar hier. In ons onderzoek zijn we geïnteresseerd in alle achttien soorten, maar van deze drie hebben we per soort per jaar ongeveer zestig mestmonsters verzameld. Eén monster bestaat uit mest van één soort op één locatie, op één datum. Mest van meerdere vleermuizen uit dezelfde groep behoort tot hetzelfde monster. En daarnaast verzamelen we dood gevonden vleermuizen.”

Hebben vleermuizen natte flatsen of droge keutels?

„Harde, langwerpige, donkere keuteltjes, vergelijkbaar met muizenpoep. Die zijn heel nuttig, want de meeste vleermuisvirussen kun je terugvinden in de mest. Of althans: genetisch materiaal van het virus. Iets vergelijkbaars zie je bij SARS-CoV-2: dat is een luchtweginfectie, maar genetisch materiaal van het virus kan worden gevonden met rioolonderzoek. Bij het ophoesten komt virusmateriaal in je mond, en als je dat doorslikt kun je het uiteindelijk terugvinden in de ontlasting.”

Welke zoönosen kunnen vleermuizen met zich meedragen?

„Uit wereldwijd onderzoek weten we dat zoönotische virussen vooral in zes families voorkomen: corona-, lyssa-, flavi-, paramyxo-, hanta- en filovirussen. En juist naar virussen in deze families gaan we op zoek. Bekende voorbeelden van zoönotische ziektes zijn hondsdolheid, ebola en zika.

Eén op de vijf dode laatvliegers die we krijgen aangeleverd draagt het virus bij zich

„Van Nederlandse vleermuizen weten we dat ze één voor mensen gevaarlijk virus bij zich kunnen dragen: het European bat lyssa virus type 1, dat hondsdolheid veroorzaakt. Daar wordt al sinds de jaren tachtig veel onderzoek naar gedaan, en zo weten we dat het nu alleen onder één specifieke vleermuissoort voorkomt: de laatvlieger. Eén op de vijf dode laatvliegers die we krijgen aangeleverd draagt het virus bij zich. Juist van lyssavirus was onbekend of je het goed kunt terugvinden in de mest, omdat het virus zich in zenuwcellen vermeerdert. Daarom hebben we van dode vleermuizen die positief testten op hondsdolheid de keutels uit de einddarm onderzocht, en daarin vonden we inderdaad genetisch materiaal van het lyssavirus.

„We toonden aan dat in zes van zeven hondsdolle vleermuizen genetisch materiaal van virus terug te vinden was in de mest, het lijkt dus een redelijk gevoelige methode. Het is heel lastig om virusinfecties te bestuderen bij in het wild levende dieren. Dus het zou mooi zijn als we op deze manier hondsdolheid bij vleermuizen kunnen onderzoeken. Gelukkig hebben we geen levend virus aangetroffen in de mest. Je kunt dus niet hondsdol worden door keutels aan te raken.”

Hoe komen jullie aan alle dode vleermuizen?

„Die krijgen we aangeleverd. Soms vinden mensen een dood exemplaar en melden dat aan de Zoogdiervereniging. Die geeft de vleermuis dan aan ons. Bijna 50 procent van de dode vleermuizen die we krijgen is gedood door een kat. Vooral gewone dwergvleermuizen zijn een populaire prooi. Wij vroegen ons af: zou een kat een mogelijke tussengastheer kunnen zijn voor vleermuisvirussen?”

Hondsdolle vleermuizen schreeuwen en reageren extreem gevoelig

Kun je van je kat hondsdol worden?

„Er is in Nederland nog nooit iemand hondsdol geworden na een vleermuisbeet. En opmerkelijk genoeg is er tussen alle laatvliegers waar katten mee thuiskwamen in ons onderzoek geen enkel hondsdol exemplaar. Misschien heeft dat te maken met het gedrag van hondsdolle vleermuizen: ze schreeuwen – op een toon die zelfs voor ons hoorbaar is – en reageren extreem gevoelig, zelfs op een vingerknip.

„Toch is het niet uitgesloten dat katten het virus oplopen. Van twee katten in Frankrijk weten we dat ze zijn gestorven met European bat lyssa virus in hun hersenen. Vermoedelijk vingen die katten een besmette vleermuis en zijn ze gebeten. En onlangs, op 29 juni, is in Italië een kat doodgegaan na besmetting met het West Caucasian bat lyssa virus. Maar het is dus extreem zeldzaam. Dierenartsen zijn alert op hondsdolheid en is het officieel verboden om ongevaccineerde huisdieren vanuit het buitenland mee te nemen – al wordt die regel nog weleens overtreden.”

Wat moet je doen als je een zieke vleermuis vindt?

„Het RIVM heeft daar een richtlijn voor: zet een bloempot of doosje over het dier, zorg dat-ie met rust gelaten wordt en houd nieuwsgierige huisdieren uit de buurt. Door heel Nederland zijn vleermuisvrijwilligers en dierenambulancemedewerkers actief. Die kunnen langskomen en zien vaak wat de vleermuis nodig heeft: soms zijn water, rust en warmte al voldoende.

„Juist omdat die vrijwilligers vaak in aanraking komen met vleermuizen, willen we onderzoeken of ze antistoffen in hun bloed hebben tegen bepaalde virussen die de vleermuizen bij zich dragen. Hoe meer we erover weten, des te beter kunnen we de angst voor de virussen wegnemen. Zodat vleermuizen weer worden gezien als waardevolle aanvulling op de biodiversiteit, en niet als dreigend gevaar.”